Uitmarkt

Wat kost kunst?

Kunst en cultuur zijn veel waard en mogen daarom best wat kosten. Maar ook met een bescheiden portemonnee kun je in Amsterdam alle kanten op. Een kleine dwarsdoorsnede van de mogelijkheden met een budget van maximaal 15, 25 en 50 euro.

Beeld Xaviera Altena

Beroepsklagers willen het misschien niet horen maar het moet gezegd: wij Amsterdammers zijn vreselijk verwend. We wonen in een schitterende stad, in een vrij klimaat en hebben ook nog toegang tot een cultureel aanbod waar menig New Yorker zijn vingers bij af zou likken. Dat ­Amsterdam het onbetwiste cultuurepicentrum van ­Nederland is, werd vorig jaar weer eens bevestigd door de Atlas voor Gemeenten, die de cijfers van de vijftig grootste gemeenten vergelijkt. Op het gebied van toneel, klassieke muziek en popmuziek staat de stad o­p nummer 1. In de ­categorie beeldende kunst scoort alleen Maastricht hoger. En de vierde plek in het erfgoedlijstje is ook niet mis. Alles bij elkaar opgeteld kwamen de statistici op een totaalscore die overal bovenuit torende.

Zoveel topaanbod is natuurlijk weinig waard als het ­alleen betaalbaar is voor de rijke elite. Maar wees gerust, ook op dat gebied zijn we verwend. Voor elke portemonnee is wat te vinden, vrijwel elke dag van de week.

Zelfs wie maximaal vijftien euro te besteden heeft, kan uit zo veel kiezen dat keuzestress op de loer ligt. Vooral theaterliefhebbers zijn goed bedeeld. Bij de Stadsschouwburg, die tegenwoordig Internationaal Theater Amsterdam heet, kun je al voor €12,50 een kaartje op de vijfde rang krijgen voor Mary Said What She Said met de Franse superster Isabelle Huppert in de hoofdrol. Nanouk Leopolds versie van Harold Pinters De thuiskomst is zelfs nog goedkoper.

Oezbeekse zwijgfilm

In de Nes, waar de kleinere theaters geconcentreerd zitten, zijn de kaartjes ook mild geprijsd, vooral als je naar een try-out gaat. Bij de Brakke Grond ben je voor €3,50 – de prijs van een biertje – al twee uur onder de pannen als je op 5 september naar de Fringe Festival Showcases gaat: hapklare voorproefjes van aanstormend theatertalent. Dat soort visueel snacken is bij het Tapas Theater tot vaste formule verheven. Je kunt er een menu samenstellen van één, twee of drie minivoorstellingen van twintig minuten in verschillende genres. De kosten per gang zijn €7,79.

Wie meer geïnteresseerd is in literatuur kan voor een vergelijkbaar bedrag terecht bij poëziepodium Perdu, waar gastoptredens worden afgewisseld met thema-avonden. Ook niet duur zijn de jazzconcerten in Zaal 100 in de Staatsliedenbuurt. En helemaal goedkoop ben je uit met een geluidswandeling van Soundtrackcity: voor €5 loop je veertig minuten lang met een koptelefoon door bijvoorbeeld de Diamantbuurt en leer je van alles over de bewoners en hun dagelijkse geluiden.

In de budgetcategorie mag tenslotte film niet ontbreken. Met een gemiddelde prijs van €8,75 per kaartje behoort de cinema tot de meest betaalbare uitgaansopties. En met ­zeventien filmtheaters en bioscopen is het aanbod ­gegarandeerd breed, van Oezbeekse zwijgfilm tot ­gestroomlijnde Hollywoodhit.

Met €25 op zak komen dansvoorstellingen binnen bereik. Je zit weliswaar derde rang in het Meervaart ­Theater, maar je ziet wel Endless Song of Silence van Nanine Linning, misschien wel de allerbeste choreograaf van ­Nederland op dit moment. Wie zin heeft in iets onorthodox kan voor €17 terecht bij de Brakke Grond, waar Natalia Pieczuro in This Kind of Bird Flies Backwards in haar eentje verdriet en depressie van zich afdanst – en dat alles op de klanken van schurende en slepende post-metal.

Rond de twee tientjes betaal je ook aan de kassa van het Rijksmuseum en het Stedelijk – zolang de politiek zich niet hard maakt voor toegangsvrije dagen in musea. Maar je kunt voor minder naar een kleiner museum zoals Ons’ Lieve Heer op Solder of Het Rembrandthuis en dan hoef je je geen weg langs de drommen toeristen te banen.

Ook muziekliefhebbers met een bescheiden beurs doen er goed aan avontuurlijk te kiezen. In de bovenzaal van de Melkweg kun je voor slechts €16,10 kennismaken met K-Trap, de laatste sensatie uit de Britse drillmusic-scene. Voor een paar euro meer ben je binnen bij het Bimhuis, waar de internationale top van de jazz en geïmproviseerde muziek aantreden.

Ongeveer hetzelfde bedrag ben je kwijt bij Boom Chicago, waar al 25 jaar stand-upcomedy wordt geserveerd, ­geschoeid op Amerikaanse leest, maar met een Amsterdams sausje. Wie liever de cerebrale verdieping zoekt, kan z’n geld op zondagochtend naar de kassa van het Concertgebouw brengen, waar bijvoorbeeld een vioolconcert van Maria Milstein staat geprogrammeerd.

Verraad, jaloezie en moord

Opera behoort tot de duurste kunstvormen. Niet zo vreemd als je bedenkt hoeveel hoogopgeleide professionals er voor en achter de schermen aan een productie ­werken. Vergeleken met landen als de VS, waar gezelschappen het moeten doen zonder subsidie, is het echter peanuts wat wij betalen voor hoogwaardige voorstellingen. Vanaf €28 ben je getuige van Pagliacci-­Cavalleria Rusticana van de Nationale Opera & Ballet: drie uur lang liefde, ontrouw, verraad, jaloezie en moord .

Niet gesubsidieerd maar toch binnen een budget van €50 zitten ook veel musicals. In Carré is The Book of Mormon te zien, de met Tony’s en Grammy’s overladen hit over twee jonge Mormoonse predikers die naar Afrika worden gestuurd. En liefhebbers van David Bowie kunnen zich verheugen op zijn zwanenzang Lazarus in DeLaMar. Voor de budgetbewusten onder hen: kaartjes zijn goed­koper op woensdag, donderdag en zondag.

Wie niet een klein fortuin wil uitgeven aan een stadionconcert van een grote band, kan voor een fractie van de prijs naar poptempel Paradiso. Of het nou de integrale ­opvoering is van The Ideal Crash door dEUS of een avondje psychedelica van Motorpsycho, voor drie à vier tientjes ben je klaar.

Rustiger kan ook. In de categorie ‘verdieping en be­zinning’ verdient de serie Expeditie Poetry van literair ­podium De Nieuwe Liefde een vermelding. Voor €36 krijg je drie avonden lang dichtkunst uit steeds een ander land te horen. Een consumptie is inbegrepen.

Kosteloos lachen

Zelfs wie echt platzak is, hoeft in Amsterdam niet thuis te blijven. Het gratis cultuuraanbod ligt namelijk voor het oprapen. In Café Alto kun je elke avond van de week binnenvallen voor een jazzconcert dat vaak doorgaat tot in de kleine uurtjes. Jamsessies zijn er ook in de Cotton Club en op zondag in De Engelbewaarder en De Badcuyp. Als ­singer-songwriters meer je ding zijn, stap je op de NDSM-pont voor Laidback Live bij Pllek. En zelfs het chique ­Concertgebouw denkt aan de minima: elke week worden er gratis lunchconcerten gegeven. Zorg wel dat je op tijd bent, want vol is vol.

Voor kosteloos lachen moet je bij Comedy Crea van het UvA cultureel studentencentrum zijn. En in september pak je nog een staartje mee van de gratis muziek- en theaterprogrammering van het Vondel Openlucht Theater.

Wat nog weleens vergeten wordt is het enorme aanbod hyperactuele topkunst dat voor niets te bekijken is. Van de OBA op het Oosterdokseiland tot het sympathieke kunstenaarsinitiatief Plan B in Noord. En vergeet niet de galeries, grotendeels handig ­geclusterd in de Jordaan en op de Lijnbaansgracht. Ga naar een opening, wie weet hou je er ook nog een aardig contact of interessant gesprek aan over.

Een onsje meer

Soms heb je een speciale gelegenheid of gewoon zin om ­jezelf te verwennen. Dan mag een uitje best iets meer kosten. Als opera- of theaterganger kun je je geld besteden aan duurdere stoelen op betere plekken in de zaal, maar een avondje dans van de bovenste plank is ook niet te ver­smaden. Voor €64 heb je een kaartje voor het Gala van het Nationale Ballet. Met onder andere een preview van Best of Balanchine III, dat komend seizoen eer bewijst aan ‘de Picasso onder de choreografen’.

Wie nog meer wil dan een gedenkwaardige avond kan overwegen €95 uit te geven aan een cursus Kijken naar Toneel bij CC Amstel. Voor dat geld krijg je twee inleidende colleges door een professioneel dramaturg en drie avonden waarbij het geleerde meteen getoetst kan worden aan de praktijk op de bühne. Uiteraard met evaluatie achteraf. Wat je noemt een investering met een multipliereffect. Want meestal geldt: hoe meer je van een kunstvorm weet, hoe meer je ervan geniet.

Voordeelpassen

Voor de culturele veelvraat zijn er allerlei kwantumkortingen te behalen. Wie honkvast is, doet er goed aan lid te worden van een vriendenkring of donateursclub om in ruil flink minder toegang te betalen bij het favoriete podium of gezelschap. Maar de voordeelpassen die de laatste jaren in opkomst zijn, hebben vaak een breder toepassingsgebied.

Ook hier kent film de laagste drempel. Pathé, de marktleider op de nationale bioscoopmarkt, lanceerde ruim tien jaar geleden het Pathé Unlimited-abonnement. Voor €21 per maand kun je ongelimiteerd naar de bioscoop – mits die zo’n goudgele haan op de gevel heeft staan, uiteraard. Al snel kwam er een tegenhanger voor het arthousecircuit: de Cinevillepas. Het begon als initiatief van Kriterion, maar inmiddels is bijna een kwart van alle theaters in Nederland aangesloten. De all you can watch-formule kost hier €21, maar iedereen onder de dertig betaalt €17,50.

In die leeftijdscategorie kun je ook gebruik maken van een Cultureel Jongeren Paspoort. Voor €17,50 krijg je kortingen bij ruim duizend locaties, voor evenementen variërend van filmfestival tot musical. Een halfjaarlijks tijdschrift houdt je op de hoogte van het aanbod.

De klassieker onder de voordeelkaarten is de Museumkaart. Voor €64,90 heb je gratis toegang tot meer dan vierhonderd musea, alleen bij bijzondere tentoonstellingen moet je soms een klein bedrag bijbetalen. Vier museumbezoekjes per jaar – één keer per drie maanden – en je hebt hem eruit. Bijkomend voordeel: in de meeste instellingen mag je met je kaart gewoon naar binnen lopen en hoef je niet in de rij van de kassa te wachten.

Voor wie het aanbod te groot is en moeite heeft met keuzes maken, biedt lidmaatschap van We Are Public uitkomst. De experts van dit platform selecteren elke maand het beste, mooiste en meest bijzondere uit het landelijke cultuuraanbod en bieden dat aan tegen gereduceerd tarief. De prijzen zijn vaak zo aantrekkelijk dat je met een gerust hart eens opteert voor een volstrekt obscuur theatergezelschap of een tentoonstelling met een intrigerende titel waar je je helemaal niets bij voor kunt stellen.

Last Minute Ticket Shop

Koopjesjagers die niet per se gebrand zijn op een specifiek evenement maar wel vandaag nog uit willen, doen goede zaken bij de Last Minute Ticket Shop. Hier worden voordelige tickets aangeboden voor concerten, tentoonstellingen en voorstellingen op 31 Amsterdamse locaties, variërend van het Betty Asfalt Complex en jeugdtheater De Krakeling tot de Zuiderkerk. De kortingen kunnen oplopen tot 75 procent.

Het model is afgekeken van het Londense theaterdistrict, waar mensen soms in lange rijen staan om op het laatste ­moment een voordelig kaartje aan te schaffen voor populaire voorstellingen. In Amsterdam begon de last minutewinkel met een fysieke locatie aan het Leidseplein, maar tegenwoordig wordt alles online geregeld.

Het aanbod verandert dagelijks en de verkoop begint om 10 uur ’s ochtends. Zeker voor publiekslievelingen moet je er snel bij zijn, want het aantal uitverkoopkaarten is beperkt. Om zwarthandelaren de wind uit de zeilen te nemen is het maximum aantal kaarten per klant gelimiteerd tot twee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden