Plus Achtergrond

Wat blijkt: zo populair waren Monets waterlelies helemaal niet

Het Kunstmuseum Den Haag heeft een tentoonstelling gemaakt over de waterlelies en andere tuinschilderijen van Monet. Die waren in het begin helemaal niet populair.

De waterlelies waren aanvankelijk nog decoratief. Beeld Fondation Beyeler

Je kunt er paraplu’s kopen, mokken, schorten, T-shirts, pennen, koekblikken, boeken, deurmatten en kussentjes. Er worden onwaarschijnlijk veel spullen aangeboden in de winkel bij het vroegere woonhuis van de schilder Claude Monet (1840-1926) in Giverny. En alles staat vol met Monetmotieven. De plantenweelde in de tuin zet zich als het ware voort op de hebbedingetjes.

Dat woonhuis ligt er nog ongeveer zo bij als toen de schilder daar honderd jaar geleden woonde. Op 42-jarige leeftijd verhuisde de schilder in 1883 naar Giverny, een plaats langs de Seine, zo’n 75 kilometer ten oosten van Parijs. 

Hij was aanvankelijk veel op reis, op zoek naar nieuwe motieven voor zijn schilderijen, maar raakte steeds meer verknocht aan het huis en de tuinen. Hij legde er twee aan: een bloementuin bij het huis en een watertuin met waterlelie­vijver daar vlak achter. En hij liet een ruim atelier bouwen, waar hij enorme doeken kon schilderen. Dat is grappig genoeg nu de giftshop.

Als je tegenwoordig langs de beroemde vijver met waterlelies loopt, is het verleidelijk om je eigen Monet te maken. Telefoon naar beneden, de blik gericht op het wateroppervlak. De water­lelies mengen zich met de reflectie van de wolken op het wateroppervlak. Het onderscheid tussen onder en boven valt weg, het hele beeldscherm wordt een kolkende opeenhoping van prachtige kleuren.

Exotisch

Voor de watertuin liet Monet zich inspireren door Japan. Hij koos voor exotische planten als bamboe, waterlelies – gekleurde waterlelies waren een noviteit in Europa – en blauweregen. Hij liet ook een karakteristieke Japanse brug over de vijver plaatsen, die op een aantal schilderijen voorkomt. Monet bleef tot zijn dood in zijn zelfgecreëerde paradijs wonen.

Monet ging ver om dat paradijs zo perfect mogelijk te krijgen. Hij liet zelfs een openbaar weggetje tussen de bloementuin en de watertuin op zijn kosten asfalteren, omdat langsrijdende automobielen stofwolken veroorzaakten die op zijn planten neerdaalden.

Een nieuwe tentoonstelling met de tuinschilderijen van Monet in het Kunstmuseum Den Haag – voorheen het Gemeentemuseum – laat de ontwikkeling van de tuinen in het oeuvre van de kunstenaar zien. Aanvankelijk neemt Monet vaak figuren in de voorstelling op, zoals zijn familieleden. Gaandeweg verdwijnt de menselijke aanwezigheid uit beeld en komt de nadruk te liggen op de waterlelievijver, Japanse brug of blauweregen.

In 1891 presenteerde Monet in Parijs een serie graanmijten die hij in de buurt van Giverny had geschilderd. Het was een revolutionair idee om hetzelfde motief in verschillende varianten als reeks te laten zien en de tentoonstelling werd een groot succes. Mede dankzij de opbrengst kon hij het huis in Giverny, dat hij tot dan toe had gehuurd, aankopen en uitbreiden met een waterlelievijver.

Na verloop van tijd werden de bloemen werden steeds expressiever. Beeld Musée Marmottan

De vroegste tuinschilderijen van Monet zijn impressionistisch en zelfs decoratief, later werden ze steeds expressiever. Zijn handschrift wordt losgezongen van het onderwerp, krijgt een zelfstandige waarde. 

Nadat zijn vrouw in 1911 was overleden en hij bovendien last had van staar, stopte hij tijdelijk met schilderen, maar op 74-jarige leeftijd pakte hij de penselen weer op en begon hij met zijn Grandes décorations, een enorme installatie die de bezoeker omringt als een panorama.

Monet, inmiddels een zeer bemiddeld man, kon al zijn tijd besteden aan deze grande finale van zijn schildersloopbaan. De installatie van waterlelieschilderijen wordt uiteindelijk na zijn dood in de Orangerie in Parijs gerealiseerd, waar deze nog steeds te zien is. Het is een culturele trekpleister, maar vlak na de opening in 1927 waren de reacties nogal koeltjes.

Monet was inmiddels ingehaald door allerlei twintigste-eeuwse avant-gardestromingen, was de gangbare opinie. Er kwam later een omslag en grappig genoeg valt deze samen met een reizende tentoonstelling in 1952 in het Kunsthaus Zürich en het Haags Gemeentemuseum.

De kranten en tijdschriften in Nederland waren vrijwel unaniem negatief over het late werk, maar jonge kunstenaars als Ellsworth Kelly, Mark Rothko en Jackson Pollock springen op de bres voor het late werk van Monet en toonden zich schatplichtig aan zijn bijna-abstracte, vrij geschilderde kleurexplosies. Zij zagen de schilderijen uit Giverny juist als voorlopers van hun eigen streven naar een beeldtaal met abstracte, all-over composities. Monet werd herontdekt als voorloper van het abstracte expressionisme.

Monet, Tuinen van verbeelding: t/m 2 februari in Kunstmuseum Den Haag.

Kunstmuseum Den Haag

Sinds het ontstaan van het museum in 1866 is de naam verschillende keren veranderd. De oprichters kozen voor Museum voor Moderne Kunst. Later werden de namen Gemeente-Museum ’s-Gravenhage, Museum van de Dienst voor Schone Kunst en Haags Gemeentemuseum gebruikt, tot deze in 1998 werd veranderd in Gemeente­museum Den Haag. 

Directeur Benno Tempel nam het initiatief voor de recentste naamswijziging: Kunstmuseum, met een malle k in het woordbeeld/logo. “Een gemeentemuseum associeer je met belastingaanslagen,” vindt Tempel. “Onze naam was voor veel buitenlanders ook onuitspreekbaar en niet te begrijpen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden