Plus

Wart Kamps speelt Richard III: 'Ik vind mezelf al snel te arrogant'

Wart Kamps (39) stopte met cabaret en schreef een solovoorstelling waarin hij zelf de hoofdrol speelt. Vrijdag gaat De Goede Richard III in première. 'Vaak genoeg denk ik: wat ís dit voor megalomane operatie?'

Kamps: 'Het ging niet meer. We hadden elkaar en het publiek niks meer te vertellen'Beeld Jouk Oosterhof

Wart Kamps maakte jarenlang cabaret. Eerst in de groep Rooyackers, Kamps & Kamps, later in Kamps & Kamps, en altijd samen met zijn tweelingbroer Tim. Bijna ongemerkt begon hij ook te acteren - bij het Ro Theater in de ­succesvolle familievoorstellingen, en in Missie Aarde, de­ ­VPRO-serie die zijn broer regisseert.

Voor zijn rol in De ­Zere Neus van Bergerac kreeg hij een Musical Award voor Beste hoofdrol in een grote musical. Vrijdag gaat zijn zelfgeschreven solovoorstelling De Goede ­Richard III in ­première in Haarlem.

Waarom wilde je solo spelen?
"Een vriend van mij, Eelco Smits, doet bij Toneelgroep Amsterdam een hele mooie solo. Met zijn kleren uit en zo, een heel kwetsbaar verhaal. Er zitten wel wat grapjes in, maar in het algemeen zitten mensen daar stil naar te kijken. Hoe zou het zijn, vroeg ik me af, als je dat als acteur aan het spelen bent? Ik wilde dat ook ervaren en weten of ik dat zou kunnen."

Hoe kwam je op het idee om Richard III aan het woord te laten?
"Ik speelde een toneelstuk op de Parade met Rogier Phi­lipoom, die tegen me zei: 'Jij moet Richard III spelen.' In die tijd las ik dat het skelet van Richard III was opgegraven. Grappig, hij had scoliose - een verkromming van de ruggengraat - precies zoals ik ook heb. En ook nog eens op dezelfde plek: de kromming is in dezelfde hoek, bij mij is het alleen gecorrigeerd."

"Zo gek om overeenkomsten te hebben met iemand die al zo lang dood is. Net als wanneer je leest dat een farao kanker had. Of gaatjes. Van die ­kwalen die we tegenwoordig ook nog hebben - het waren ­gewoon mensen!"

"Ik ben me toen in Richard III gaan verdiepen. De geschiedenis is heel anders dan het toneelstuk. In Engeland wordt hier trouwens levendig over gediscussieerd. The great debate wordt dat genoemd: was Richard III slecht of niet?"

"Ik kende het stuk, ik heb het een paar keer gezien. Over de slechte koning die iedereen doodt en alleen op macht uit is. Een vrij saai karakter, vind ik - hij is alleen maar slecht. Voor acteurs vast heerlijk om te spelen, maar als kijker vond ik het niet zo interessant."

Het stuk dat je over hem maakte is vaak heel grappig, ­ontroerend ook, maar geen cabaret.
"Ik wilde er echt een toneelstuk van maken. Over Richard III, die wakker wordt in zijn eigen toneelstuk, dat hij slecht vindt en dat altijd maar hetzelfde afloopt. Hij ­probeert zijn publiek ervan te overtuigen dat het anders gespeeld moet worden, dat hij helemaal niet slecht wás. Eigenlijk is hij ook boos op zijn publiek - waarom is iedereen erin getrapt? En op al die acteurs die hem gespeeld hebben - 'Het klopt niet wat jullie gedaan hebben en dat is heel zielig voor mij.'"

Hou je eigenlijk van Shakespeare?
"Niet bovenmatig. Ik vind het vet als ze er bij Toneelgroep Amsterdam zo'n spektakel van maken, met al die strakke pakken en zo, maar het merendeel van de tijd snap ik het niet. Al die familievetes en neven en nichten die elkaar afmaken. Maar het ziet er meestal gaaf uit en er wordt goed geacteerd, dus dan haak ik maar op dat niveau in."

Ben je alle verfilmingen en registraties ­gaan bekijken?
"Ik heb alle verfilmingen gezien, de uitvoering van Oostpool, veel registraties, Kings of war van Toneelgroep ­Amsterdam en documentaires, en ik heb er tien boeken over gelezen. Ik vond het leuk om me zo intensief voor te bereiden: ik wist precies wat ik wilde snappen om dit stuk te kunnen schrijven."

Hoe denk je inmiddels over het personage dat je speelt?
"Hij ligt heel dicht bij mezelf: een underdog. Iemand die zich de hele tijd aan het verontschuldigen is en af en toe bozig door het leven gaat. Zich voortdurend aantrekken wat andere mensen van hem vinden - daar heeft die ­Richard III van mij ook nogal last van.

Het ene moment is het: 'Wat denken jullie wel, ik ben helemaal niet slecht!' En dan: 'Sorry jongens, dat ik dat gezegd heb...' Diepe twijfel en zelfverzekerdheid tegelijkertijd. Als ik aan de historische figuur denk, de echte Richard III, vind ik het ook oprecht zielig dat hij nu al eeuwen als een pure slechterik wordt neergezet."

Was het moeilijk om voor jezelf te erkennen dat je ­toneel wilde gaan spelen?
"Hoe kan ik in godsnaam voor toneelrollen worden ­gevraagd, dacht ik, ik ben cabaretier! Ik kende alleen ­cabaret. En dat waren Tim en ik ook nog eens redelijk­ ­toevallig gaan doen."

Jullie speelden altijd met een air van: ach, wij doen ook maar wat.
"Het zou niet in me opkomen om te roepen dat ik heel goed ben, of om regisseurs te mailen met de vraag of ik misschien mee mag doen in hun toneelstuk. Het was fijn dat ik dankzij Alex Klaasen bij het Ro Theater kon gaan spelen."

"Ik vond het eng om het cabaret los te laten, maar bij de laatste voorstelling die Tim en ik maakten voelden we dat het niet meer ging. Die hebben we na een paar uitvoeringen teruggetrokken. We hadden elkaar én het publiek niks meer te melden, we waren steeds maar dezelfde ruzies aan het maken."

"In andere vormen doen we nog van alles samen hoor - we hebben een Telefilm geschreven en Tim regisseert mij in Missie Aarde - maar niet als cabaretduo. Het is ook nog steeds zo dat ik pas écht rust ervaar als Tim de voorstelling heeft gezien."

Tot die tijd voelde je je onzeker?
"Ik heb het stuk nu een paar keer gespeeld en na afloop, bij het applaus, gingen de mensen staan. Dat zal wel niet kloppen, denk ik dan. Of: ach, bij toneel gaat iedereen altijd staan. Ik kan dat pas serieus nemen als Tim zijn zegen heeft gegeven."

Kamps: 'Ik wist precies wat ik wilde snappen om dit stuk te kunnen schrijven'Beeld Jouk Oosterhof

Je rol in De zere neus van Bergerac was een groot ­succes. Was dat belangrijk voor je?
"Op die Musical Award ben ik best trots. Maar ik wil er ook weer niet al te veel in gaan geloven, want ik vind mezelf snel te arrogant. Ik ben al snel bang dat ik zelfgenoegzaam word."

Diep van binnen moet je toch het gevoel hebben dat je er íets van kunt.
"Dat blijkt, want ik ga nu in mijn eentje die voorstelling spelen. Maar vaak genoeg denk ik: wat ís dit eigenlijk voor megalomane operatie? Ben ik narcistisch of zo?"

Het is ook vrij masochistisch.
"Het is verschrikkelijk. Voor het begin van de voorstelling lig ik te wachten onder het decor tot het publiek zit, en denk ik: o mijn god, dadelijk moet ik anderhalf uur lang in mijn eentje de kar trekken."

"Dan schiet wel vijf keer de gedachte door mijn hoofd: als ik nu de energie loslaat, is het weg, ik moet áán blijven! Maar hopelijk geeft het uiteindelijk veel genoegdoening om het helemaal zelf te doen."

Hoe reageert het publiek?
"Heel enthousiast. Als ik met Tim had gespeeld en we kwamen na afloop in de foyer, keken mensen ons vooral aan alsof we gek waren. Onze humor is ook vrij weird. Ik vond het zelf grappig en we hadden ook wel fans, maar we zeiden altijd: 'Ons publiek gaat niet naar het theater.'"

"Nu komen vrouwen van boven de veertig naar me toe om me de hand te schudden en te zeggen: 'U heeft echt iets moois neergezet.' Heel raar is dat, maar wel fijn, want ik heb hier meer dan een jaar hard aan gewerkt."

De Goede Richard III, o.a. 17/11 in De Meervaart en 19-21/1 in Bellevue. Zie www.allesvoordekunsten.nl voor de speellijst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden