Plus Boekrecensie

Wars van wrok, gespeend van cynisme: de dagboeken van Arthur Japin

Arthur Japin. Beeld Tessa Posthuma de Boer

Weinig Nederlandse schrijvers hebben zoveel reden tot mensenhaat en zwartgalligheid – en weinig Nederlandse schrijvers zijn daar zó verstoken van als Arthur Japin. Hij schreef er vóór Geluk, een geheimtaal ook al over, en vertelde erover in interviews: zijn gruwelijke jeugd. Jarenlang werd hij gepest, inclusief regelmatige lichamelijke mishandeling. Naast ‘gewone’ klappen werden er peuken in zijn gezicht uitgedrukt, om nog maar te zwijgen van de blijvende geestelijke schade. Tel daar het rampzalige, gewelddadige huwelijk van zijn ouders bij op en een geknakte vader (schrijver van detectives) die op Japins twaalfde zelfmoord pleegde – en een leven vol woede en depressies, plus een giftig oeuvre vol Herman­siaanse gal, liggen in de lijn der verwachting. Zou je zeggen.

Maar Japin verwerkt zijn trauma’s op een heel andere manier. Hij legt liever de nadruk op schoonheid dan op gruwelen, op veerkracht dan op onherstelbare breuken.

Belachelijk gemaakt

Dat komt hem – naast groot publiek succes – soms op beschimpingen van critici te staan. En van minder vergevingsgezinde collega’s. In Geluk, een geheimtaal – Japins dagboeken uit de periode 2008-2018, ­uitgegeven in de onvolprezen reeks Privé-domein – beschrijft hij een ­ontmoeting met Nico Dijkshoorn en later één met P.F. Thomése. Beide schrijvers hebben Japin herhaaldelijk belachelijk gemaakt – maar hij treedt hen tegemoet zonder verwijten, probeert te laten zien hoe de pesterijen hem raken. Dat is natuurlijk zijn versie van de gebeurtenissen. Misschien zouden Thomése of Dijkshoorn er heel anders – schamperder, spottender – over schrijven.

Maar het tekent hoe Japin in het leven staat: zonder duidelijke wrok, tegelijk kwetsbaar en zelfverzekerd, gericht op verzoening. Dat die houding op weerstand stuit, is niet helemaal onbegrijpelijk: bij al te veel optimisme, herhaaldelijke lofzangen op gevoeligheid en anders-zijn en een nadrukkelijk beleden geloof in troost en vergeving ligt de zelfhulpboekenkitsch nou eenmaal altijd op de loer. En het is waar dat Japin soms doorslaat in goedbedoelde levenslessen, die je liever op een tegeltje dan in een roman zou zien – of het liefst misschien wel helemaal niet.

Huiveringwekkend

Maar wie op basis daarvan zijn werk afserveert, mist de essentie ervan – de kracht, de onmiskenbare kwaliteit en de donkere, levensgevaarlijke ­on­derstromen. Japins goedheid, of zijn streven daarnaar, is allesbehalve naïef. Het is niet dat hij de duisternis niet wíl zien: hij – en zijn personages – willen zich er alleen niet volledig door laten beheersen. Een keuze die elke dag opnieuw gepaard gaat met strijd, discipline, een vrijwel constant observeren van de eigen grenzen en gevoeligheden.

Die strijd wordt lang niet altijd winnend afgesloten in Japins romans – en ook niet in zijn persoonlijke leven. Geluk, een geheimtaal is – naast een kroniek van rijke vriendschappen, schitterende liefdes en glamoureuze reizen en ontmoetingen – een ontroerend verslag van een jarenlange depressie, bij gebrek aan een beter woord. Plotseling, van het ene op het andere moment, verliest Japin vrijwel al zijn levensvreugde, zijn wil om door te leven. Zijn verleden haalt hem in – die uitleg ligt tenminste voor de hand. Maar Japin lijkt nauwelijks geïnteresseerd in zulke ex­pliciet benoemde versimpelingen, überhaupt niet zoveel in de achtergronden. Het is er gewoon, de somberheid, de dofheid.

De beschrijvingen van zijn ge­moedstoestanden zijn even invoelbaar als huiveringwekkend. En ook de terugblikken op zijn jeugd, de overdenkingen van de zelfmoord van zijn vader en van zelfmoord in het al­gemeen, zijn van een indrukwekkende nuchterheid, zonder dat Japin het loodzware onderwerp te­kort doet. Verbluffend raak, in welluidende zinnen, bestrijdt hij clichématige opvattingen over zelfmoord en depressie – en hij laat zien dat de uitweg uit de ellende al even onvoorzien kan zijn als het plotselinge toeslaan ervan. Dat kun je zien als hoopvol of juist als beangstigend. Japin kennende zou hij vol overtuiging ­kiezen voor de eerste invalshoek.

Non-fictie, De Arbeiderspers, €24,99, 376 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden