PlusBoek

Wandelen door het Amsterdam van Remco Campert

Na soortgelijke boeken over J.J. ­Voskuil en A.F.Th. van der Heijden schreef Onno-Sven Tromp een literaire wandelgids door het Amsterdam van Remco Campert.

Remco CampertBeeld Hollandse Hoogte / Ineke Oostveen

Mag het, wandelen in de stad? In je eentje is geen probleem. Met een huisgenoot mag ook, maar elke andere wandelpartner dient de welbekende 1,5 meter afstand te houden.

Het boekje Amsterdammer? Hoe zou dat voelen? voert je aangenaam langs plekken die een voorname rol spelen in het Amsterdamse leven van schrijver en dichter Remco Campert. Twee ­routes heeft samensteller Onno-Sven Tromp in de aanbieding: een in de buurt van het Leidseplein (ongeveer een uur) en een rond het Museumplein (zo’n twee uur).

Amsterdammer? Hoe zou dat voelen? dankt zijn opvallende titel aan een column die Campert in 2010 schreef. Hij beweerde daarin zich geen Amsterdammer te voelen. Om er achter te ­komen hoe het voelt Amsterdammer te zijn dacht hij te moeten verhuizen naar een andere stad. Bijzonder wel voor iemand die zeker driekwart van zijn leven doorbracht in de hoofdstad. Hij werd in 1929 geboren in Den Haag, maar woont al vanaf 1945 in de hoofdstad, met korte tussenperiodes in Parijs, Blaricum en Antwerpen.

Reynders en Eijlders

Honkvast werd Campert in Amsterdam pas op late leeftijd: sinds 1996 woont hij permanent in de Jan Luijkenstraat in Oud-Zuid (of zoals hij zelf vroeger graag zei: Oud-Zuip). Daarvoor had hij adressen in de hele stad. Veel daarvan zijn opgenomen in de wandelingen, de woningen die buiten de routes liggen, zijn achter in het boek te vinden onder het kopje ‘verspreide adressen’. De Leidsepleinwandeling voert behalve langs voormalige woningen van Campert vooral ook lang horeca-etablissementen dan wel de locaties waar die vroeger waren gevestigd.

De Bamboo Bar en dancing Lucky Star zijn er allang niet meer, de Leidsepleincafés Reynders en Eijlders ­bestaan nog altijd. Uiterlijk is daar weinig veranderd, maar verder zijn het compleet andere zaken dan in de jaren zestig, toen zich er vooral artistiekelingen en journalisten verzamelden. In Reynders kwamen de met het existentialisme dwepende jongeren die Pleiners werden genoemd (Gerard Reve noemde zijn toenmalige ‘kunstbroeder’ Campert ‘onze nationale kronikeur van het leven der Leidsepleinkabouters’), bij Eijlders kwamen de iets oudere kunstenaars.

De favoriete bioscoop van Campert was het City Theater aan het Kleine-Gartmanplantsoen. Niet ver daar vandaan zaten op de Kalverstraat de bioscopen Corso en Roxy (de latere discotheek). Campert hield van het dubbelzinnige rijmpje dat daarover de ronde deed: ‘Als ik Corso in haar Roxy, dan denk ik: daar City.’

Vondelpark

De Museumpleinroute voert onder meer door het Vondelpark, waar Camperts waarschijnlijk bekendste boek Het leven is vurrukkelluk zich voor een belangrijk deel afspeelt. Hij schreef zijn in 1961 verschenen ­debuutroman in slechts zes weken, waarbij hij tussendoor ook nog verhuisde van de Vondelstraat naar de Bloemgracht. Tromp deed even lang, maar dan zonder verhuizing, over Amsterdammer? Hoe zou dat voelen?

Het is een leuk boekje, vol fijne weetjes en grappige anekdotes waarmee je je wandelgenoot om de oren kunt slaan. Jammer is het dat van de wandelroutes geen kaartje is opgenomen. De vormgeving is sowieso niet het sterkste punt van het boekje. Op de merkwaardige suffe foto op de cover komt Campert bepaald niet op zijn voordeligst over.

Onno-Sven Tromp, Amsterdammer? Hoe zou dat voelen? Brave New Books, €16,99
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden