Plus

Waarom zijn we in het museum zo druk met fotograferen?

Het is lang niet altijd makkelijk een schilderij goed te bekijken met al die fotograferende mensen ervoor. Amsterdamse musea kwamen met creatieve oplossingen, maar de drang om te fotograferen blijft.

Mensen voor De Nachtwacht, met in de hand een camera, iPad of smartphone. Beeld Rink Hof

In het Rijksmuseum staan tientallen mensen voor De Nachtwacht, met in de hand een camera, iPad of smartphone. Het is woensdagmiddag, één uur. De mensen - veel toeristen en scholieren - proberen een foto te maken van het beroemde schilderij.

Geen selfie, want dat is in het Rijksmuseum verboden. Een foto zonder flits en statief mag wel. Tussen de menigte valt direct Jacob Kuipers (69) op, hij is goed vooraan gaan staan. Waar andere bezoekers genoeg lijken te hebben aan hun mobieltje of iPad, maakt Kuipers indruk met zijn enorme telelens.

Thuis laten zien
Hij houdt de camera stevig en trots vast. "Sinds ik met pensioen ben, ga ik samen met mijn vrouw veel naar musea en maak ik overal foto's van. Ik heb daar ook speciaal deze camera voor gekocht." Terwijl zijn vrouw en een ander stel, waarmee hij een dagje in Amsterdam is, staan te wachten, kijkt hij enigszins verbaasd op van de vraag waarom hij precies foto's maakt. Hij denkt even na. "Ja, gewoon. Ik vind het mooi om de dingen vast te leggen, zodat we dat thuis aan de familie kunnen laten zien."

Wanneer je door het Rijksmuseum loopt en bijna al die bezoekers foto's ziet maken, is er eigenlijk maar één vraag: waarom doen mensen dat zo fanatiek? Volgens cultuursocioloog Dos Elshout van de UvA, die in juni promoveert op de ontwikkeling en de verzakelijking van de moderne museumwereld, is het een natuurlijk instinct. "Het is een beetje de Japanse methode, zoals je dat vroeger Japanse toeristen zag doen. Die maakten overal foto's van en realiseerden zich thuis pas waar ze waren geweest."

Ansichtkaarten
Elshout vergelijkt Japanners met fotograferende bezoekers. "Daar lijkt het inderdaad op. Het is interessant, want vaak zijn er catalogussen en ansichtkaarten te koop, maar toch nemen ze die foto. Het is een soort toe-eigening van een afbeelding, maar in concentratie in een kunstwerk opgaan, is er dus in mindere mate bij."

De grote Amsterdamse musea - Van Gogh, Rijksmuseum en het Stedelijk Museum - gaan elk op een andere manier om met de toename van fotograferende bezoekers. Het Stedelijk moedigt het aan. "De foto's van het museumbezoek worden vaak gedeeld met vrienden en familie. Zo wordt het enthousiasme voor kunst juist verspreid," zegt voorlichter Annematt Ruseler. "We zien ook dat de creativiteit van bezoekers wordt geprikkeld door hun ervaring in het museum. Dit uit zich in originele foto's op sociale media. Of mensen willen thuis nog een keer de kunstwerken bekijken en erover nadenken. We zien het nemen van foto's als een positieve vorm van interactie tussen kunst en publiek."

Bezoekers van het Louvre verdringen zich voor de Mona Lisa om een goede foto te schieten. Beeld Peter Adams/Getty Images

Blow-ups
Het Van Gogh Museum liet vanaf mei 2013 als proef het fotograferen toe. "We kregen toen veel klachten van bezoekers," zegt voorlichter Gideon Querido van Frank. "Omdat het relatief druk is op zaal werd het door veel bezoekers als hinderlijk ervaren dat anderen uitgebreid met hun iPad of iPhone foto's stonden te maken."

Het museum besloot begin 2014 het fotograferen deels te verbieden. "Om bezoekers tegemoet te komen, hebben we op een aantal plaatsen blow-ups geplaatst van iconische werken van Van Gogh waar mensen volop kunnen poseren en fotograferen, zonder anderen tot last te zijn. Hier wordt veel gebruik van gemaakt."

Elshout vindt de oplossing van het Van Gogh Museum slim. "Zij zien het gebeuren en spelen erop in. Ze creëren ook nog een situatie waarbij mensen zich kunnen laten gaan met die camera. Kennelijk is dat wel een heel duidelijke behoefte en willen we de werkelijkheid door een camera bekijken. Er is weinig aan te doen, maar je kunt het dus wel kanaliseren."

Potloden

Het Rijksmuseum kwam ook met een creatieve oplossing door bezoekers de mogelijkheid te geven te tekenen. Voorlichter Jacobien Schneider: "Door tekenen zie je meer en geniet je uiteindelijk meer van de kunst. We delen daarom elke zaterdag en in de vakantie gratis schetsboekjes en potloden uit. Ook bieden we gratis tekentours aan."

Op de woensdagmiddag in het Rijksmuseum staat er voor diezelfde De Nachtwacht ook zes scholieren met een tekenblok. "Van onze lerares moesten we zelfs onze mobieltjes in onze tas doen en in de garderobe achterlaten," zegt Chloé (16). Erg vindt ze dat niet. "We moeten een schoolopdracht doen en nu worden we eigenlijk gedwongen om écht naar de kunst te kijken in plaats van foto's te maken of te Whatsappen."

Beeldbank
Een half uur later staat de 69-jarige Kuipers nog steeds bij De Nachtwacht. Op de vraag of hij ook op de hoogte is van de Rijksstudio van het Rijksmuseum - een beeldbank met meer dan 250.000 vrij te downloaden afbeeldingen - en hij dus eigenlijk helemaal geen foto's hoeft te maken, moet hij lachen. "Die foto's zijn vast niet zo mooi als die van mij."

Beeld epa

Nooit flitsen, statieven beperkt

Musea over de hele wereld hanteren een ander beleid omtrent cameragebruik. In het Louvre is het toegestaan te fotograferen in zalen waar de permanente collectie hangt, maar altijd zonder flits. Het is strikt verboden om in de ruimtes te fotograferen waar tijdelijke tentoonstellingen staan.

De enige uitzondering die ze maken, is als de foto's voor educatieve doeleinden zijn bestemd, maar dan moet er eerst een schriftelijke aanvraag zijn verstuurd. Ook in het Metropolitan Museum of Art in New York is het verboden tijdelijke tentoonstellingen te fotograferen. Statieven mogen alleen op doordeweekse dagen worden gebruikt met toestemming van het museum en in het weekend komen ze het museum niet in. Het Guggenheim in Bilbao en in New York gaan nog een stapje verder: daar zijn statieven en selfiesticks altijd verboden.

Foto doet de kunst vergeten

In 2013 onderzocht de Amerikaanse onderzoeker Linda Henkel, aan de hand van verschillende experimenten het fenomeen van foto's maken in musea. Haar proefpersonen kregen eerst een rondleiding door een museum. Tijdens de rondleiding kregen zij de taak om bepaalde objecten goed in zich op te nemen.

De proefpersonen mochten zelf kiezen of zij dat deden door te fotograferen of door er goed naar te kijken. Een dag later moesten de proefpersonen vragen beantwoorden over de door hen bestudeerde objecten.

En wat bleek? De proefpersonen die de objecten hadden gefotografeerd, herkenden in vergelijking met de proefpersonen die alleen maar geobserveerd hadden, de objecten minder goed.

Volgens cultuursocioloog Dos Elshout is het een heel interessante ontdekking. "Als je met een camera een kunstwerk fotografeert, dan vertrouw je er onbewust op dat het in je brein wordt geregeld. Je hersenen nemen het beeld op een andere manier op, door te vertrouwen op de camera. Dat is interessant." Henkel doet nu verder onderzoek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden