Plus

Waarom we straattaal juist serieus moeten nemen

Onvolwassen geneuzel? Taalwetenschapper Jiska Duurkoop en Smibanese-schrijver Soortkill vinden dat we straattaal juist serieus moeten nemen. 'Het is een vlechttaal met een hoog do it yourself-gehalte.'

Beeld anp

Wie naar Nederlandse hiphop luistert of met jongeren ­omgaat, zal de meeste woorden wel herkennen. Maar voor anderen is een stukje rap onverklaarbaar, ­een geheimtaal, en boezemt het misschien zelfs angst in. Een dreigende taal, onverstaanbaar, gesproken door stoere jongens 'van de straat'. Waar gaat dit over?

Soortkill (25) en Jiska Duurkoop (32) zitten in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Aan hen kun je dit vragen. Soortkill ('een soort man') is een ingewijde. Duurkoop, toegepast psycholoog en taalwetenschapper, is de ­observator. Ze kennen elkaar een beetje, de wetenschapper en de woordkunstenaar.

Soortkill, lid van collectief Smib, schreef het woordenboek Smibanese, de straattaal die in de Bijlmer (bijnaam: 'Bims', omgedraaid 'Smib') wordt ­gesproken. Hij wil alleen naar voren treden onder pseudoniem. Het werk dat hij nu maakt, vindt hij nog niet van het kaliber waar hij zijn echte naam aan wil verbinden.

Duurkoop maakte Straatpraat, hoe moderne straattaal Nederland verenigt en verdeelt. Een toegankelijk boek over hedendaagse geheimtalen zoals straattaal, gesproken onder jongeren in grote steden en voertaal in de ­nederhop. Soortkill was een van haar belangrijke bronnen uit de praktijk.

'Smurfentaal'
Duurkoop zul je praktisch nooit straattaal horen spreken; besmuikt zegt ze soms 'doekoe' - Surinaams voor geld. Maar het ­onderwerp vindt ze mateloos interessant. De motivatie om in slang te duiken was de ophef die pakweg tien jaar ­geleden ontstond over taalverloedering, jongerentaal en hiphoppraat die de klaslokalen en gezinnen insloop.

Taalpuristen schreeuwden moord en brand. Jongeren zouden de Nederlandse taal niet meer machtig zijn met hun zelfgemaakte taaltje vol afkortingen in sms- en apptaal, schunnige woorden uit de hiphop en leentermen uit het Marokkaans, Turks, Engels en Surinaams.

Met dedain werd (en wordt) over straattaal gesproken. Het zou een 'smurfentaal' zijn, kindergeneuzel, onvolwassen en incorrect. Net zo arrogant keek men vroeger neer op volkstaal en Bargoens.

Onterecht, vinden Duurkoop en Soortkill. "Er wordt over geoordeeld zonder het te kennen," zegt Soortkill. En dat beaamt Duurkoop. "Oordeel pas als je het begrijpt. Elke taal is onderhevig aan verandering - kijk alleen al naar alle leenwoorden uit het Engels en Frans die het Standaardnederlands kent. Nieuwe invloeden veranderen een taal niet meteen. Ik heb het liever over evolutie dan revolutie." Ze vindt straattaal juist bijzonder rijk en ­creatief.

Definitie
Duurkoops definitie van straattaal: 'een informele spreektaal voor zover bekend van jongeren in grote ­steden. Het is meertalig met Nederlands als basis, maar aangevuld met neologismen, leenwoorden, omdraaiingen en spelend met lidwoorden, toon, tempo en volume.' "Het is een vlechttaal, met een hoog do it yourself-gehalte."

Soortkill: "Zodra er regels zijn, is iets geen straattaal meer. Straattaal is vrij. In mijn woordenboek zeg ik ook dat dit míjn interpretatie is. Het verandert steeds, je kunt er ­eigenlijk geen boek van maken."

Toch zijn er nu twee boeken over verschenen. "Ik wilde kijken of het kon, het opschrijven," zegt Soortkill. "En ik wilde het officieel maken. De meeste mensen vonden dat tof. De boeken zijn uitverkocht. Alleen sommige mensen vonden dat ik een geheimtaal verklapte, terwijl ik bepaalde codewoorden er zelfs uit heb gelaten."

Straattaal is vaak een codetaal van een groep, een geheimtaal. Die werkt uitsluitend, maar ook verbindend, legt Duurkoop uit. De wetenschap noemt het een ­sociodialect; grappig genoeg niet eens een echt woord.

"Het is een dialect van een bepaalde sociale groep." Soms is straattaal letterlijk een codetaal, een noodzaak ook. Duurkoop sprak jongeren die een eigen taal hadden ­ontwikkeld in Spoorwijk, Den Haag. Een geheimtaal die kon waarschuwen zodra het gevaarlijk werd. "Wie het spreekt, maakt ook meteen duidelijk waar hij of zij geografisch en sociaal bij hoort."

Stiffe patta's
Het uitsluitende van straattaal is een ontvlambaar issue. Wie niet meteen weet wat 'snelle planga', 'stiffe patta's', 'derm', 'ams', 'faka', 'gaat ham', 'scorro' of 'fissa' betekent, kan zich nogal verloren voelen. Maar even een college straattaal volgen, zet geen zoden aan de dijk.

"Soms ­komen mensen het woordenboek aan me opdreunen, maar zo werkt het niet. Je moet het leven om het te kunnen spreken," zegt Soortkill. Street moet je zijn, het leven van de straat kennen. Anders ben je aan het fronten (opscheppen), ben je een fakerd (een nepperd). "Ik ga toch ook niet ineens Japans spreken, dat slaat nergens op," zegt Soortkill. Duurkoop:"Het moet wel authentiek zijn. Een taal laat ook zien wie je bent."

Smibanese en andere straattalen zijn constant in beweging. "Zeg je nog osso?" (Surinaams voor huis) vraagt Duurkoop. "Nee, het is nu 'O' geworden," zegt Soortkill. Sma (vrouw) werd ams, en de synoniemen voor wiet zijn eeuwig veranderend en bijna eindeloos.

Creatief
Zo sprak Duurkoop ook jongeren in Den Haag die zodra straattaalwoorden mainstream worden, nieuwe termen verzinnen. "Het is ontzettend creatief. Smib gebruikt 'dom' bijvoorbeeld als positief woord. En draait het soms om naar mod. Dan staat er een aankondiging op hun Facebooksite voor 'domme longsleeve'. Mijn ouders zouden denken: het zal wel lelijk zijn, maar jongeren weten dat het om toffe shirts gaat."

De kloof tussen zij die het snappen en zij die het eng ­vinden kwam goed naar voren toen eerder dit jaar heftig werd gereageerd op rapper Boef die vrouwen die hem een lift ­gaven 'kechs' - Marokkaans voor slet of hoer - noemde. Soortkill kan zich nóg opwinden over de consternatie.

"Mensen snappen gewoon niet wat het betekent. Het is niet letterlijk te vertalen. Het betekent echt niet zomaar 'hoeren.'" Duurkoop vond 'kech-gate' illustratief voor de discussie over straattaal en het gebrek aan kennis erover. "Onbekend maakt onbemind."

Seksistisch
Soortkill: "Het grappige is wel dat al die mensen die er zo op neerkijken, geen invloed hebben op Boef. Zijn fans vonden hem alleen maar beter. Ze zagen vooral: hoe meer de mainstream tegen je is, hoe meer wij met jou zijn."

Het hoge gehalte schunnigheden en seksistische benamingen voor vrouwen is een van de redenen waarom vaak over straattaal wordt gevallen. Bitch, sma, thot en kech klinken niet erg complimenteus. Maar Soortkill benadrukt dat ook daarin de context onmisbaar is.

"Nederlanders zijn erg voorzichtig. In het Surinaams en het Smibanese zit meer emotie in de taal. Als wij een woord gebruiken, hoeft dat niet te betekenen wat je denkt dat het betekent." Zo is bitch vaak ook gewoon 'vriendin'. Duurkoop noemt het 'andere normen en woorden'.

Solliciteren
En die zijn context- en plaatsafhankelijk. Zo spreekt Soortkill Standaardnederlands met Duurkoop. "Ik zou met jou nooit Smibanese spreken." Tegen de heersende opvattingen in hebben jongeren die straattaal spreken wel degelijk een notie van wanneer ze het toepassen.

Straattaal spreken ze onderling, met inachtneming van de rol van de gesprekspartner. De meesten weten ook dat ze bij een sollicitatiegesprek niet met scorro (school) of djoenen (werken) moeten aankomen.

"Authentieke sprekers ­gebruiken het als informele optie, voor erbij. Nooit als standaard. Het is een misvatting te denken dat jongeren die straattaal spreken het Standaardnederlands niet machtig zijn. Ze kunnen juist vaak snel switchen, een ­talent," zegt Duurkoop.

Sterker: je zou kunnen beargumenteren dat je pas echt goed een straattaal als Smibanese machtig bent als je uitstekend Nederlands kunt. Je hebt de basis nodig om te kunnen variëren. Soortkill: "We zijn­ ­gewoon hard meertalig."

Straatpraat van Jiska Duurkoop verschijnt 13 november bij Athenaeum. Smibanese, het woordenboek van Soortkill, is uitverkocht. Wel is er een nieuw tijdschrift: Smibaneser, verkrijgbaar via smibanese.org.

Wie is bang voor straattaal?

Woensdag organiseren Het Parool en het Stadsarchief Wie is bang voor straattaal?, een avond over straattaal en oude schunnigheden in plat Amsterdams uit ­notariële verslagen over ruzies uit het Stadsarchief. Met onder anderen Jiska Duurkoop, Soortkill, historicus Mark Ponte en columnist Massih Hutak. 20.00 uur, Stadsarchief De Bazel. Presentatie: ­Ronald Ockhuysen. Kaarten: 10 euro via ­parool.nl/meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden