Achtergrond

Waarom versierde kunstenaar Verrio een koninklijk paleis met kwaadaardige of stompzinnige keizers?

Hoe ziet macht eruit? In Twaalf keizers vertelt de Britse classicus Mary Beard, in een tijd dat er weer beelden van hun voetstuk worden getrokken, hoe de beeldvorming van de rijken en machtigen in het Westen meer dan twee millennia lang is bepaald door voorstellingen van Romeinse heersers. Een fragment.

Mary Beard
De Koninklijke trap in Hampton Court Palace. Beeld Mauritius Images/ANP
De Koninklijke trap in Hampton Court Palace.Beeld Mauritius Images/ANP

Voor wie weinig opheeft met ‘extreme barok’ moet de ‘Koninklijke trap’ in het paleis van Hampton Court, vlak buiten Londen, een bezoeking zijn (‘opzichtig’ is een van de vriendelijkste kwalificaties). Het trappenhuis werd in de eerste jaren van de achttiende eeuw voltooid in het kader van een ingrijpende renovatie van het paleis in opdracht van koning Willem III en koningin Maria, kort na 1688, toen ze Maria’s vader van de troon stootten.

Het was het werk van Antonio Verrio, een Italiaanse kunstenaar en handige zakenman die alle strubbelingen van die tijd wist te overleven. Alle dynastieke, politieke en religieuze revoluties ten spijt slaagde hij erin om opdrachten in de wacht te slepen van alle Engelse vorsten van Karel II tot Anna. Het was zijn taak om, in passende, grootse stijl, de door Christopher Wren ontworpen ceremoniële trap te beschilderen die naar de staatsievertrekken van de koning op de eerste verdieping leidde. Vandaar de naam, de ‘Koninklijke trap’.

Wie nu de trap op loopt, zal het thema van de schilderingen slechts met de grootste moeite kunnen doorgronden. Het geheel doet vooral enorm overdadig aan. Op het eerste gezicht zie je alleen een plafond vol klassieke goden en godinnen: Hercules met zijn knuppel die enigszins onwerkelijk op een wolk balanceert en een stel ongewoon wulpse, schaars geklede Muzen (ook op een wolk, met daarboven een nogal zelfvoldane Apollo). Rechtsonder tokkelt een wat confuse Nero met een lauwerkrans op het hoofd op een gitaar .

Eigenaardige satire

Generaties lang hadden de schrijvers van gidsen voor Hampton Court zich achter de oren gekrabd, tot in de jaren dertig van de twintigste eeuw een kunsthistoricus eindelijk begreep wat oorspronkelijk de bedoeling was. Verrio had een voorstelling geschilderd van een eigenaardige satire op de Romeinse keizers, geschreven door een van hen: de vierde-eeuwse keizer Julianus, nu vooral bekend vanwege zijn pogingen de heidense godsdienst te doen herleven, tegen de stroom van het opkomende christendom in (vandaar zijn bijnaam Apostata, ‘de Afvallige’).

Er is van Julianus een aantal teksten bewaard gebleven, waaronder De keizers (Caesares), die allemaal zijn geschreven in het Grieks en gaan over allerlei onderwerpen, van mystieke heidense theologie tot een boek met de on-deugende titel De baardenhater (Misopogon), waarin hij een verdediging van zijn eigen uiterlijk (met baard) gepaard laat gaan met een aanval op een aantal ondankbare onderdanen.

De keizers is gebaseerd op een eenvoudige grap. Het is feest in Rome. Romulus, de inmiddels vergoddelijkte stichter van de stad, heeft besloten om alle overleden keizers uit te nodigen voor een ‘goddelijk’ banket. De hoogste tafel is gedekt voor de Olympische goden, in strikte volgorde van senioriteit, van Zeus en zijn vader Kronos tot de lagere godheden.

Een lagere tafel is gereedgemaakt voor de keizers, die een voor een arriveren: een ruime selectie uit vierhonderd jaar Romeinse keizers, van Julius Caesar tot de directe voorgangers van Julianus. Het zijn geen aantrekkelijke gasten voor het goddelijk gezelschap.

Nero als wannebe-Apollo

Zeus wordt gewaarschuwd voor Caesar, die het op zijn koninkrijk zou hebben voorzien. Nero wordt weggezet als een wannabe-Apollo. Hadrianus is zijn vriendje kwijt en loopt de hele tijd te zoeken. Enzovoort.

Van de overgrote meerderheid van de aspirerende feestvarkens wordt de uitnodiging al meteen ingetrokken, waarna de goden een formele en soms hilarische procedure volgen om de rest te beoordelen: Julius Caesar, Augustus, Trajanus, Marcus Aurelius, Constantijn en Alexander de Grote, die door Hercules op het laatste moment aan de selectie is toegevoegd.

Als de keuring ten einde is, wordt na een geheime stemming Marcus Aurelius tot winnaar uitgeroepen, maar of er ook maar één keizer aan het godenmaal mag aanschuiven, blijft de vraag.

Dit verhaal is de sleutel tot de schildering. Julianus is afgebeeld op een zijmuur boven aan de trap, terwijl de god Hermes of Mercurius (door wie de satire zou zijn geïnspireerd) over zijn schouder kijkt. Helemaal bovenaan, tussen donzige wolken, bevinden zich de echte Olympische goden. Daar vlak onder is de lege tafel afgebeeld, die kennelijk staat te wachten tot de keizers hun plaatsen innemen.

Rood borstharnas

Maar voorlopig staan, onder Romulus en de wolf, de meesten nog te wachten in de mensenwereld. Alexander komt van links aanlopen om zich bij het gezelschap te voegen, op de voet gevolgd door een gevleugelde ‘Overwinning’. Niet alle keizers zijn herkenbaar, maar naast Nero met zijn gitaar is de prominente figuur in het midden van de groep, met het rode borstharnas, een redelijk overtuigende Julius Caesar.

Onmiddellijk rechts van hem staat Augustus (diens in het wit gehulde metgezel moet de filosoof Zeno zijn, die in Julianus’ satire door de goden aan de keizer was toegewezen om hem wat wijsheid in te prenten).

Er is een nauwe relatie tussen tekst en beeld. Maar de grote vraag is: wat bedoelde Verrio hier in ’s hemelsnaam mee? Waarom versierde (of verstierde) hij de muren van een koninklijk paleis met de visuele weergave van een satire waarin bijna alle Romeinse keizers worden beschreven als kwaadaardig, stompzinnig of iets daartussenin?

Men heeft de verleiding niet kunnen weerstaan om er een verborgen politiek-religieuze boodschap in te zoeken. Volgens sommige moderne interpretaties staat Alexander, die op deze schildering wordt opgevoerd als gelijke van alle Romeinse keizers bij elkaar, hier voor Willem III (...)

De kans dat we de bedoelingen van Verrio, of van Willem III ooit zullen achterhalen is nihil. Ook zullen we nooit weten wat al die mensen, van bedienden tot ambassadeurs, die de trap op en af liepen voordat het algehele onbegrip van de eeuwen daarna begon, ervan hebben gevonden.

Mary Beard

Mary Beard (1955) is een Britse classicus, hoogleraar aan de Universiteit van Cambridge, fellow van Newnham College en Professor of Ancient Literature van de Royal Academy of Arts. Ze schrijft over de Oudheid in The Times Literary Supplement. In Twaalf keizers, een rondreis door tweeduizend jaar kunst- en cultuurgeschiedenis, laat Beard zien hoe beeldvorming van de rijken en machtigen in het Westen meer dan twee millennia lang is bepaald door voorstellingen van Romeinse heersers. Centraal staan de ‘twaalf keizers’, van de meedogenloze Julius Caesar tot de vervloekte Domitianus. Waarom staan juist die moordende autocraten in de kunst tot op de dag van vandaag zo sterk op de voorgrond? Een verhaal van veranderende identiteiten en ambivalente weergaven van autoriteit.

null Beeld -
Beeld -

Twaalf keizers

Mary Beard
Vertaald door Brenda Mudde en Maarten van der Werf,
Athenaeum, €40,-
416 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden