PlusInterview

Waarom sociale media zorgen voor een hiërarchie in leed: ‘Het ene slachtoffer wordt uitvergroot, het andere weggedrukt’

Mediageniek nieuws verdrukt vaak de aandacht voor tragedies die minder emoties losmaken, onderzocht promovenda Marloes Geboers. ‘Je kunt je afvragen of sociale media wel geschikt zijn voor het delen van nieuws over oorlogen.’

Roelf Jan Duin
Graffiti-artiesten Justus Becker and Oguz Sen zetten de iconische foto van het verdronken Syrische vluchteling-jongetje Aylan Kurdi op een gebouw in de haven van Frankfurt. Beeld Arne Dedert/EPA
Graffiti-artiesten Justus Becker and Oguz Sen zetten de iconische foto van het verdronken Syrische vluchteling-jongetje Aylan Kurdi op een gebouw in de haven van Frankfurt.Beeld Arne Dedert/EPA

“Het lijkt vaak of we via sociale media nieuws consumeren, maar daar zit vrijwel altijd een laag zelfpresentatie overheen. Je kijkt naar een spiegel van gevoelens van de meerderheid. Het zou goed zijn als we ons daar meer van bewust zijn, want het heeft nogal wat consequenties,” zegt Marloes Geboers, docent-onderzoeker aan de HvA.

Deze week promoveerde ze aan de UvA op een onderzoek naar ‘lijden op afstand’: ze onderzoekt hoe op Twitter, Facebook en Instagram nieuws over de oorlog in Syrië rondgaat, en hoe sociale media een extra, emotioneel filter creëren.

Met zelfpresentatie bedoelt Geboers dat gebruikers via het nieuws dat ze delen, liken, of voorzien van een bijschrift ook iets over zichzelf zeggen. Ze laten aan hun volgers zien dat iets ze raakt, dat ze ergens boos over zijn, of verdrietig.

Maar, zegt Geboers er nadrukkelijk bij, “ik wil daar absoluut geen waardeoordeel aan verbinden. Enerzijds omdat dat geen deel uitmaakt van mijn onderzoek, anderzijds omdat het heel menselijk is: we verhouden ons nu eenmaal tot het lijden van andere mensen, zeker als ze op ons lijken.”

Maar het zou goed zijn als we ons meer bewust zijn van de mechanismen achter het nieuws dat we via sociale media tot ons krijgen, zegt Geboers.

“De mythe is dat sociale media een reflectie zijn van de realiteit, dat ze een platform bieden aan iedereen die zijn stem wil laten horen. Maar dan ga je voorbij aan de hiërarchie die door algoritmen tot stand komt. Beelden die een ‘affectieve reactie’ veroorzaken bij gebruikers komen bovendrijven, minder mediagenieke beelden krijgen veel minder aandacht.”

Identificatie

Geboers onderzocht voor haar promotieonderzoek onder meer de bekende foto van Aylan Kurdi, het Syrische jongetje dat in 2015 dood op een Turks strand aanspoelde. Het droevige beeld werd op sociale media miljoenen keren gedeeld, waarbij de oorspronkelijke foto al snel plaatsmaakte voor bewerkingen ervan, waarbij mensen blijk gaven van hun gevoelens bij de dood van de peuter.

“De kracht van deze foto lag onder meer in de compositie: Aylan ligt met zijn gezicht naar beneden en zijn handjes omhoog, dezelfde houding die een slapende peuter aanneemt. Er was ook een foto van zijn broertje Galip, die lag op z’n rug, waardoor zijn gezicht wel zichtbaar was. Die werd veel minder gedeeld, omdat het lastiger was om je tot dat beeld te verhouden. Juist doordat je Aylans gezicht niet ziet kun je je voorstellen dat het je eigen kind is, of je neefje, dat daar ligt.”

Waarmee Geboers maar wil zeggen: hoe we ons verhouden tot leed op andere plekken in de wereld hangt af van de mate waarin we ons kunnen identificeren met slachtoffers, met toevalligheden en met de manier waarop de algoritmen van sociale media sturen op nieuws dat een snaar raakt. Dit heeft invloed op welke conflicten in de wereld aandacht krijgen, en welke niet. Geboers: “Onbewust wordt het ene slachtoffer uitvergroot, en het andere weggedrukt.”

Verdienmodel

Bovendien, stelt Geboers, richten de meeste socialemediagebruikers de aandacht na de eerste emotionele piek (‘de catharsis’) weer op iets anders. Voor reflectie op de oorzaken van het leed is dan nauwelijks nog ruimte. “Achtergrondverhalen hebben de grootste moeite om door het filter van sociale media heen te komen, en als dat al gebeurt is het grote publiek vaak al met iets anders bezig.”

“Het verdienmodel van bedrijven achter socialemediaplatforms is het vasthouden van onze aandacht. Dat kan alleen door beelden en nieuws voor te schotelen die ons raken. Waar er bij traditionele media afwegingen worden gemaakt op basis van journalistieke relevantie en de redactie er nadenkt over de selectie van onderwerpen, spelen op sociale media andere afwegingen een rol. Dat creëert ook het narratief van een oorlog.”

Als voorbeeld noemt Geboers de beelden van Syrische vluchtelingen die in rubberbootjes de oversteek naar Europa waagden. “Op sociale media werd dat al snel teruggebracht tot twee clichébeelden: of het waren onschuldige kinderen, of enge mannen waar je bang voor moest zijn. Beide frames zeiden niets over de oorzaak van de vluchtelingenstroom, of de enorme complexiteit van de oorlog in Syrië.”

Primitief hersendeel

Platforms als Facebook, Instagram en Twitter zijn er op gericht om mensen te laten reageren vanuit hun eerste impuls, vanuit het meest primitieve hersendeel. Dat snelle instinctieve design heeft gevolgen voor hoe we tegen de wereld aankijken, en voor welke conflicten en slachtoffers aandacht krijgen.

“Je zou je af kunnen vragen of sociale media wel geschikt zijn voor het delen van nieuws over oorlogen,” zegt Geboers. “Maar als je toch via deze platformen nieuws tot je neemt, weet dan wel dat je een gefilterde versie tot je neemt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden