Plus PS

Waarom de smartlap zo populair is: 'Het is een en al ellende'

Het Amsterdams Smartlappenkoor bestaat 25 jaar. Waarom is het zo lekker te zingen over de ellende van anderen? En is er wel genoeg respect voor het Jordaanrepertoire?

Johnny Jordaan (pseudoniem van Johannes Hendricus van Musscher) thuis, jaartal onbekend Beeld Harry Pot / Hollandse Hoogte

In het verleden hebben ze een keer in het Concertgebouw gestaan, maar normaal gesproken treedt het Amsterdams Smartlappenkoor toch vooral op in zorginstellingen en tijdens bedrijfsfeesten.

Altijd leuk, zegt Henk Visser, sinds tien jaar lid. Zoals het ook altijd gezellig is tijdens de repetities, elke donderdagavond in buurtcentrum het Claverhuis op de Elandsgracht.

"Je wordt er vrolijk van, zingen over andermans ellende," zegt Visser (69). "Het is een en al ellende in de liedjes die we zingen, vooral in het oudere werk. Er gaat altijd iemand dood. Of er gaat iemand scheiden. Een visser komt gegarandeerd niet terug van zee. Altijd ellende, altijd gezeur. En toch ga ik met heel veel zin naar de repetities en kom ik met een goed humeur thuis."

Ellende van anderen
Waarom is het zo lekker om te zingen over de ellende van anderen?

Kleinkunsthistoricus Jacques Klöters (70), die drie liedbundels samenstelde waar smartlappenkoren uit het hele land gebruik van maken, heeft wel een idee: "Ik weet even niet meer welke Latijnse schrijver het was die opmerkte dat het vanaf een duintop zo heerlijk kijken is naar een schipbreuk, maar hij had gelijk: jezelf veilig weten, dat geeft een prettig gevoel."

"Misschien werkt het ook zo bij smartlappen zingen, dat al dat leed je het idee geeft: nou, met mij gaat het helemaal zo slecht nog niet. Je zou er een psycholoog op moeten loslaten, maar ik denk dat mensen over het algemeen makkelijker zingen over onechte dan over echte gevoelens."

Oh sabberiosia
Het Amsterdams Smartlappenkoor heeft maximaal vijftig leden, gelijk verdeeld over de geslachten. "We zouden wel wat jongere leden kunnen gebruiken, maar die zijn moeilijk te vinden," zegt Henk Visser.

Voor het overige is de samenstelling bont. Visser, gepensioneerd politierechercheur, somt op: "We hebben een huisarts, we hebben de rector van het Amsterdamse Lyceum, en ook een doodgraver, op z'n Amsterdamse gezegd. Het is alles door elkaar, maar vooral veel uit de hoek van de zorg en het onderwijs."

Ooit waren de smartlap en het levenslied typische arbeidersmuziek. Hoe verklaart Jacques Klöters de huidige aantrekkingskracht op de middenklasse?

Babyboomers
"In onze cultuur zijn babyboomers en alles wat daarna kwam zich heel anders gaan gedragen dan onze ouders in gedachten hadden. Mijn ouders hadden zich opgewerkt van de arbeidersklasse tot de gegoede middenklasse. Wij kinderen werden rijp gemaakt voor Concertgebouw en Stadsschouwburg, voor driedelig kostuum met horlogeketting."

Hij lacht en zegt: "Maar wat deden we in de jaren zestig? We gingen kapotte spijkerbroeken dragen en luisteren naar muziek van Amerikaanse dwangarbeiders. We dompelden ons onder in een cultuur die eigenlijk niet voor ons bestemd was. Hier ging ik in die tijd al graag naar café de Twee Zwaantjes. Ze zongen er net zo makkelijke opera-aria's als feestnummers van het type Oh sabberiosia, maar het mooist vond ik het heel sentimentele werk."

Hij zingt voor: 'Aan de voet van die mo-hoooooooie Wester.' "Nooit een noot recht op zijn kop raken, hè, maar er zo lekker naartoe zweven. Dat doen ze ook in de blues en de fado, in heel veel volksmuziek eigenlijk. Schitterend."

Arbeiders vonden het prachtig
Maar in cultureelcorrecte kringen werd in die tijd toch nog enorm neergekeken op zulk repertoire? "Zeker. Wim Ibo en dat soort mensen die zich inzetten voor het zogeheten betere lied, zagen de smartlap als een terugval naar het primitieve."

"Bij de Vara hielden ze er al helemaal niet van. Een smartlap drukte vooral machteloosheid uit, en dat stond haaks op het ideaal van de maakbare samenleving en het streven naar een rode toekomst. Maar het was niet tegen te houden; de arbeiders vonden het prachtig."

Onverwachte bijval kwam in de tweede helft uit de hoek van de literatuur. Lucebert, Jan Wolkers en Gerard (toen nog: Van het) Reve verklaarden zich fan van de Zangeres Zonder Naam.

"Ja, dat was wel een moment," zegt Klöters. "De hoogste kunst die zijn waardering uitsprak over, ik zal maar zeggen, de laagste kunst."

Bewondering tussen haakjes
Was die waardering wel geheel oprecht? "Er kwam een zeker campelement aan te pas. Het was bewondering tussen haakjes. Maar camp mag, vind ik."

Geheel vrij van camp is de liefde van platenbaas Kees de Koning voor het levenslied. Op zijn label Top Notch, groot geworden met hiphop, bracht hij onlangs de cd-serie ­Parels van de Jordaan uit: tien albums met klassiek Jor­daanrepertoire uit vooral de jaren vijftig en zestig.

De bekende namen zijn vertegenwoordigd, Johnny Jordaan, Tante Leen en Willy Alberti voorop, maar ook verzameld is muziek van volgens De Koning (45) ten onrechte vergeten artiesten als Duo de Munk en Alie Roelvink.

Of hij geld gaat verdienen met de serie, weet hij nog niet. "Eerder bracht ik een soortgelijke serie met Surinaamse muziek uit en daar moest ook geld bij. Misschien had ik subsidie moeten aanvragen. Maar bij de presentatie van Parels van de Jordaan was Paradiso onlangs uitverkocht, op zondagmiddag nog wel, dus er is zeker interesse. We denken erover om, net als bij de Surinaamse serie, ook een boek uit te brengen over het Jordaanrepertoire. En aan het eind van het jaar komt er een tentoonstelling in het Amsterdam Museum."

Zendingsdrang
Zendingsdrang? "Dat speelt zeker mee, ja. Ik vind dat we in Nederland slecht omgaan met onze muzikale heritage. In Engeland heb je folk, in Amerika blues, dit zijn onze roots - maar er wordt toch vaak lacherig over gedaan. Er is in Nederland sowieso weinig respect en waardering voor muziek die recht uit het hart komt. Wat dat betreft zie ik een directe lijn tussen de muziek van Johnny Jordaan en die van een rapper als Kempi."

"Toen Johnny Jordaan een paar honderdduizend singles had verkocht, wilde Willem Duys er wel een keer aandacht aan besteden in zijn programma, maar er werd toch neergekeken op zulke muziek als zijnde een beetje ordinair. Dat zie je nu ook met hiphop. Vanwege het commerciële succes kunnen de media er niet omheen, maar helemaal van harte gaat het niet."

Een persoonlijke favoriet van De Koning in het Jordaanrepertoire is De Dievenwagen van Willy Alberti, een lied dat hij in zijn jeugd voor het eerst hoorde bij zijn opa en oma. Ook Jacques Klöters is er gek op. "Het is een lied met een voor de Jordaan ongebruikelijke politieke stellingname. Het gaat over klassenjustitie, er komen dienstweigeraars in voor, de rijken worden aangeklaagd."

Bij het Amsterdamse Smartlappenkoor en soortgelijke koren staat het steevast op het repertoire. Is het wel gepast lollig te doen over een zo zwaar onderwerp? "Och, ik heb De Dievenwagen ook altijd graag gezongen hoor," zegt Klöters. "Ook hier weer dat zweven naar de noten. 'Denk maar alleen: wat hij heeft gedaan, kan morgen mij ook gebeeeeeeeeeuren.' Heerlijk."

Aanbidding Westertoren
Uiterste voorzichtigheid is volgens Klöters wel geboden bij Amsterdam huilt, over het verdwenen Joodse Amsterdam. "Dat is zo aangrijpend, daar moet je afblijven. ­Rika Jansen alias Zwarte Riek wilde niet eens dat er werd geapplaudisseerd als ze het zong. Ze zong het ook met zo'n zwarte doek om, net als de fadistas in Lissabon."

Nostalgie is volgens Klöters het wezenskenmerk van het Jordaanrepertoire. "Het hoogtepunt van het genre lag in de jaren vijftig, maar de Jordaan die werd bezongen, ­bestond toen al niet meer. Voor een deel heeft die ook nooit bestaan. Er werd vooral een verheerlijkt beeld van de buurt geschetst. Mijn vader werd in 1910 in de Jordaan geboren. Zijn Jordaan was er één van armoede, verkrotting en kindersterfte."

Opvallend in het Jordaanrepertoire vindt Klöters de aanbidding van de Westertoren. "In liedjes van bijvoorbeeld Willy Albert en Johnny Jordaan wordt die bezongen of hij heilig is. Sterker: of hij God zelf is. Die toren kent hun diepste geheimen, hun lief en hun leed. Het is over the top, maar ik vind het schitterend."

"Als ik buitenlanders over de vloer heb, mensen met kennis van muziek, en ze willen iets Nederlands horen, zet ik altijd Johnny Jordaan of Tante Leen op. En zonder er een woord van te verstaan, begrijpen ze die muziek. Ze herkennen de blues."

Het Amsterdam Smartlappenkoor geeft zaterdag 11 maart een jubileumconcert in Het Amsterdams Lyceum, Valeriusplein 15, 20.00 uur. De toegangsprijs is €9.

Tante Leen (echte naam: Helena Kok-Polder), jaartal onbekend Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden