PlusAchtergrond

Waar ooit het goud lag, huist nu het Allard Pierson

Het Allard Pierson rondt in september een ingrijpende renovatie af, inclusief nieuwbouw. De historische panden aan de Oude Turfmarkt vormen nu één harmonieus geheel.

Topografische tekening van het Sint Pietersgasthuis, door Balthasar Florisz van Berckenrode (1591-1645).Beeld Beeldbank Stadsarchief

De imposante houten toegangs­deuren van het ­Allard Pierson staan weer open. Het publiek kan, na reservering, weer een ­bezoek brengen aan het museum en ­kennisinstituut voor de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam. “Het was vreemd zonder ­museumbezoekers, onder­zoekers en studenten,” zegt hoofdconservator Marike van Roon over de wekenlange sluiting vanwege het coronavirus. “Het kwam echter ook wel goed uit, ­gezien de laatste fase van renovatie, nieuwbouw en herinrichting.”

In de glazen nieuwbouwvleugel aan het Turfdraagsterpad ruikt het nog naar verf. De reeds gepositioneerde Griekse filosoof Sophocles wacht met smart op het weerzien met zijn lotgenoten uit de verzameling van negentiende-eeuwse gipsen replica’s van marmeren beelden uit de klassieke oudheid. De aanbouw biedt straks volop ruimte voor de museumpresentatie Van Nijl tot Amstel. Architectenbureau Atelier Pro tekende in 2007 al voor de verbouwing van het naastgelegen Sint Bernardus Gesticht tot onderkomen voor de Bijzondere Collecties van de UvA.

Het Allard Pierson Museum en de Bijzondere Collecties zijn afgelopen jaar opgegaan in het Allard Pierson. Het nieuwe, geïntegreerde onderkomen staat volgens Van Roon symbool voor het samengaan van de verschillende bloedgroepen, van archeologen tot boekwetenschappers. “Nu we samen zijn, kunnen we echt integreren. Bijvoorbeeld door naast de Egyptische artefacten negentiende-eeuwse afbeeldingen of boeken over het oude Egypte te ­exposeren.”

De Nederlandsche Bank

De geschiedenis van de panden aan de Oude Turfmarkt gaat terug tot 1402, met de stichting van het Nieuwe Nonnenklooster in de bocht van de Amstel. Rond 1550 werd de kade rechtgetrokken. Een in de vloer van de begane grond aangebrachte tekstlijn volgt de oude rivierloop. Toen Amsterdam in 1578 de kant koos van de protestantse Willem van Oranje, werd het klooster toegewezen aan het Sint Pietersgasthuis, het latere Binnen Gasthuis.

De gasthuisregenten gaven bouwmeester ­Philip Vingboons opdracht voor de bouw van negen huurpanden met sierlijke halsgevels, die een aardige bron van inkomsten opleverden. In 1814 betrok De Nederlandsche Bank een aantal Vingboonspanden, die later verdwenen achter een statige bankgevel in neoclassicistische stijl. De bank werd in 1912 ook eigenaar van het naastgelegen Sint Bernardus Gesticht. Na de ­verhuizing van de centrale bank naar het ­Frederiksplein, maakten de goudstaven plaats voor de universitaire archeologische collectie.

“Met de renovatie en nieuwbouw onder­strepen we nadrukkelijk de kwaliteit van onze monumentale locatie,” aldus Wim Hupperetz, directeur van het Allard Pierson en bijzonder hoogleraar Nederlandse cultuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit. De architecten zijn er volgens hem in geslaagd om van het bank­gebouw, het gesticht en het tussenliggende Gasthuishofpoortje één geheel te maken. Met behoud van originele details, van het gasthuismortuarium tot de rails voor de goudkarretjes naar de bankkluizen. Ook zijn de monumentale bankdeuren weer in gebruik, nadat ze vijftig jaar geleden met pensioen werden gestuurd voor een moderne tochtsluis. “Het dagelijks openzetten van deuren staat ook symbool voor de openstelling van onze collecties, ooit aan­gelegd voor wetenschappelijk onderzoek. Het Allard Pierson is klaar om straks als brug te ­fungeren tussen de stad en het universiteits­kwartier in wording op het Binnengasthuis­terrein. En dat binnen budget en op tijd, een ­bijzondere prestatie in Amsterdam.”

Dit is de tweede aflevering in een reeks over het ­Allard Pierson, het museum en kennisinstituut voor de erfgoedcollecties van de Universiteit van Amsterdam, dat in september zijn uitbreiding, verbouwing en herinrichting afrondt. Het is alweer veilig te bezoeken, na online reservering via allardpierson.nl.

Wat groeide er in de Hortus Medicus? 

Het Allard Pierson wil in de ­binnentuin de Hortus Medicus van het voormalige Sint Pietersgasthuis reconstrueren. Welke planten werden in deze medische kruidentuin gekweekt? Daarvoor kunnen de onderzoekers de Moninckx Atlas raadplegen, ­vernoemd naar Jan Moninckx, die tekende voor 273 van de 420 aquarellen van planten uit de latere Hortus Botanicus. Die hortus, gesticht in 1682 door burgemeester Joan Huydecoper en koopman Jan Commelin, bevatte naast siergewassen ook medi­cinale planten. Dankzij hun contacten in bestuur en handel was het een van de rijkste plantencollecties van Europa. De Moninckx Atlas is zowel taxonomisch-botanisch, historisch-botanisch als kunsthistorisch van groot belang. 

Beeld Moninckx Atlas

Jager wordt boer

10.000 v. Chr.

Stad en schrift

3000 v. Chr.

Grieken en grootmachten

1000 v. Chr.

Van Alexander tot Cleopatra

335 v. Chr.

Van Rome tot Romeins

30 v. Chr.

Heilige Rijken

500

Amsterdam in opkomst

1300

Stadsbibliotheek, Nieuwe Kerk

1578

Amsterdam wereldstad

1600

Athenaeum Illustre

1632

Stadse leven

1700

Moderne stad

1800

Collecties uit 20ste en 21ste eeuw

1900-heden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden