PlusGeschiedenis

Waar komt de Amsterdamse kersttraditie vandaan?

Verkoop van kerstbomen op de Bloemenmarkt, circa 1926. Aan de overkant van het water is de Munttoren te zien. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Verkoop van kerstbomen op de Bloemenmarkt, circa 1926. Aan de overkant van het water is de Munttoren te zien.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Kerst rond de kerstboom is een relatief jonge traditie. De feestelijke gewoonte werd geïntroduceerd door Duitse immigranten, gecommercialiseerd door slimme middenstanders en aangewakkerd door protestantse predikanten.

De jonge Elise vermaakt zich tijdens kerst 1842 samen met andere gasten rond een lange, ­lage tafel in de woonkamer van Kalverstraat 183. Speciaal voor zijn Duitse nichtje heeft oom Herman Nalop flink uitgepakt. Uiteraard zijn er kaarsen, natuurlijk is er snoepgoed en ook een rijk versierde kerstboom. De anderhalve meter hoge boom is in 1842 een onalledaags gezicht voor het Amsterdamse deel van de gasten. Terwijl families in enkele Duitse ­staten al veel langer kerst rond de dennenboom vieren, duurt het tot halverwege de 19de eeuw voordat het gebruik in Nederland doordringt.

De Amsterdamse handelaar Herman Nalop, die zijn leven tussen 1842 tot 1846 heeft vastgelegd in een schetsboekje, is om verklaarbare redenen een van de trendsetters. Hij heeft een Duitse ­vader en bovendien is zijn zus Anna Beata met een Duitser getrouwd. Als zij met haar dochtertje Elise uit Duitsland overkomt, haalt hij dan ook met plezier een boom in huis.

Weihnachtsbaum

Amsterdam telt volgens de volkstelling van 1849 ruim 7000 Duitse immigranten, onder wie relatief veel bakkers, klerken, kleermakers en bierbrouwers. Hun integratie verloopt voorspoedig, ze gaan al snel in de massa op. De meeste Duitse mannen trouwen met Amsterdamse vrouwen: Nederlandse gebruiken worden in ere gehouden, enkele Duitse gebruiken worden geïntroduceerd.

Van deze Duitse gebruiken spreekt de ‘Weihnachtsbaum’ het meest tot de verbeelding, niet in de laatste plaats omdat ook koning Willem III en zijn Duitse vrouw Sophie graag kerst rond de boom vieren.

Het zaadje voor een nieuwe traditie is gelegd. De Weihnachtsbaum verovert langzaam een plek in de Amsterdamse huiskamers, gretig aangewakkerd door de Duitse middenstand. De Duitse bakker C. Nölken, die zich in 1844 vestigt op de Dam ‘achter het Commandantshuis’, zet jaarlijks een kerstboom met kaarsjes en kransjes in zijn winkel. Hij belooft zijn klanten in een ­advertentie in het Algemeen Handelsblad van 26 december 1846 ’s avonds tussen acht en tien uur ‘de luisterrijke illuminatie eener magnifique kersboom’ en tevens ‘verscheidene ververschingen, ijs, punsch à la Romaine, etc., etc.’ De eveneens Duitse concurrent H.P. Hunck , aan de zuidkant van de Dam bij de Damstraat, komt ­tegemoet aan gemakzuchtige klanten. Hij biedt ze ‘geheel versierde kersboomen, zoo als zij ­behooren te zijn, tegen civiele prijzen.’

Uitbundige viering

Andere winkeliers volgen. Het Nieuw Magazijn van Kinderspeelgoed in de Kalverstraat verkoopt speelgoed rond een kerstboom. De van oorsprong Haagse eigenaar D.W.J. Esser plaatst eind december 1846 een verlichte ‘Weihnachts- of Kersboom, gelijke dit buiten ’s Lands, en wel bijzonder in Duitschland gebruikelijk is.’ De boom en het omringende kinderspeelgoed kan op twee avonden worden bewonderd, tegen ­betaling van vijftig cent.

Protestantse dominees zien in de kerstboom een fraai vehikel voor de verkondiging van de blijde boodschap. Een van de warmste pleitbezorgers is O.G. Heldring, predikant in het Betuwse Hemmen, voorman van de protestantse opwekkingsbeweging Réveil, weldoener voor ‘gevallen vrouwen’, stamvader van de Amsterdamse ondernemers- en bankiersfamilie én overgrootvader van de latere NRC-columnist J.L. Heldring. Hij verwacht dat het familiefeest rond de kerstboom de man des huizes buiten kroeg en bordeel kan houden. Heldring vindt het kerstfeest ‘misschien zelfs edeler in zijn ­bedoeling’ dan het kinderfeest rondom de ­katholieke Sint Nicolaas.

Op de protestantse zondagsscholen komen veel kinderen voor het eerst in aanraking met de kerstboom. Vanaf 1841 opent in Amsterdam de ene na de andere zondagsschool. Jezus staat op deze scholen centraal en zijn geboorte wordt jaarlijks dan ook uitbundig gevierd. Het verhaal gaat dat sommige ouders hun kinderen bewust naar de zondagsschool sturen, omdat daar de meeste geschenken werden gegeven.

‘Onchristelijkend vreugdebetoon’

Kritiek op de verlaging van het kerstfeest tot ‘krijgfeest’ is er ook. De christelijke boodschap behoort voorop te staan, schrijft een lezer in ­januari 1880 in het blad Christelijke Familiekring: ‘Vooral nu de wereld in onzen tijd de Christelijke feesten voor zulk onchristelijkend vreugdebetoon wil aanwenden. Men loopt zoo licht gevaar om over boom, geschenken en gezang uit te weiden en Hem, den Christus Gods, als middelpunt des feestes voorbij te gaan.’

De discussie rond de kerstboom – voor de een te christelijk en voor de ander juist niet christelijk genoeg – vertraagt de opmars enigszins, maar in 1929 ‘prijkt de kerstboom in menig huis’, constateert tijdschrift De Favoriet. ‘En waar geen kerstboom is, daar vindt men toch meestal altijd dennegroen of hulst om het huis een feestelijk aanzien te geven.’ Met een enkele uitzondering liggen er geen kerstcadeautjes meer onder. ‘Daar waar men het St. Nicolaasfeest nog in eere houdt, ontbreken de kerstgeschenken.’ Toch voorspelt de Amsterdamse schrijfster ­Willy Schermelé in hetzelfde nummer dat de oude St. Nicolaas in de nabije toekomst plaats zal gaan maken voor de gulle Kerstman.

Kerst bij de Vrije Gemeente

Groots zijn de feesten van enkele zondagsscholen in het gebouw van de Vrije Gemeente op de Weteringschans (nu Paradiso), met zo’n 600 kinderen in de zaal en veel ouders op de galerij. ‘Er stond een reusachtige kerstboom vol flikkerende lichtjes,’ schrijft onderwijzer/schrijver Theo Thijssen in zijn jeugdherinneringen.

‘Ik wees m’n moeder op de brandweerman die met z’n helm op de wacht hield bij de kerstboom en zei toen niet wat ik hoopte: dat de boom in de brand zou vliegen en dat die brandweerman de ladder die tegen de muur op de grond lag, overeind zou zetten en de brand zou blussen. Dat zou iets geweldigs zijn geweest om thuis aan vader te vertellen!’

Dit verhaal komt uit het archief van ‘Ons Amsterdam’. Dat archief is te raadplegen op onsamsterdam.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden