Plus Literatuur

Waar gaat het nou echt om als we het over literatuur hebben?

Arie Storm onderzoekt in Het Horrortheater van de Nederlandse literatuur waar het nou echt om gaat als we het over literatuur hebben. Hij zet daarbij losjes de hypocrisie van de Nederlandse schrijver uiteen.

Recensie horrortheater van de Nederlandse literatuur Beeld Rosa Snijders

Nog niet zo lang geleden verscheen de tweede roman van Peter Buwalda, een dik boek waarnaar reikhalzend werd uitgezien. Buwalda verscheen in zo’n beetje alle praatprogramma’s en een van de praatpresentatoren (weet niet meer wie) opende het gesprek met: “We kunnen het natuurlijk niet over het schrijven hebben, maar…” en toen kwam er iets wat inderdaad niets met het schrijven had te maken. Jammer, dacht ik, want de schrijver had daar vast veel fascinerends over kunnen vertellen. Dat dit gebeurde, was wel typerend: de schrijver als fenomeen is interessanter dan het werk dat hij doet, het boek als opmerkelijk ding is belangrijker dan de vraag hoe een gedachte van lang geleden het begin van een roman werd.

Met tegenzin

Een paar weken terug las ik een interview met Ilja Leonard Pfeijffer en zijn vriendin. Al snel werd duidelijk dat de auteur toen die vriendin hem pas ontmoette, iets lastigs in zijn anus had. Weer dacht ik: jammer. Op de allereerste plaats voor hem, want het zal je maar gebeuren. En ook voor mij, want ik weet zoiets met tegenzin.

De stap naar het nieuwe boek van Arie Storm is klein. Titel is Het horrortheater van de Nederlandse literatuur. Daarin schrijft hij niet over de anus van Ilja Leonard Pfeijffer, maar het had wel gekund, niet omdat die anus Arie Storm aangrijpend bezighoudt, maar omdat hij zich de hele tijd afvraagt: waar gáát het nu om als we het over literatuur hebben. Hij wil er heus niet vanuit een ivoren toren zwaarwichtig over doen en daar belangrijk fronsend bij kijken, maar het is iets anders dan het met een schrijver alsjeblieft niet over schrijven te hebben of de fysieke ongemakken van Ilja Leonard Pfeijffer. Wel verzet hij zich tegen poseurs, mooipraters en opportunisten, tegen de omstandigheid dat te vaak en te intens wordt ingezet op het beeld dat mensen van schrijvers moeten hebben.

Het horrortheater is nog meer dan dat. Misschien kun je het het beste samenvatten met: Nederland is een klein land, het literaire landschap van Nederland is dus ook ‘klein’ in twee betekenissen van het woord: ‘Er lopen kortom allerlei lijntjes tussen verschillende ‘schrijvende’ mensen. (…) Dat wil zeggen, die lijntjes zijn misschien niet zozeer het probleem als wel de ontkenning ervan. De hypocrisie. De net-doen-alsof-je-niemand-kent-en-nooit-ergens-komt-houding. De zorgvuldige koestering van het buitenstaanderschap. Het netwerken zonder dat iemand doorheeft dat je netwerkt, ja, dat je zelfs de indruk wekt dat je niets van die anderen moet hebben.’

Arie Storm zet dit alles even losjes als krachtig uiteen. Ben benieuwd wie er zich iets van aan gaat trekken.

Mooi licht opgeschreven

Ook schrijft Storm over zijn plezier in het lezen en plezier in het schrijven waardoor hij ook plezier in het leven krijgt. En hij komt soms ook dicht in de buurt van het antwoord op een niet te beantwoorden vraag: wat is literatuur? Het is inspirerend met hem mee te denken, bijvoorbeeld waar hij schrijft dat het in de literatuur in feite niet om verhalen gaat: ‘De chaos, dat wat anders wordt verzwegen, het ongemakkelijke, het schurende, het malende brein, instincten – dat is literatuur.’

Verder in het boek refereert hij aan K.Schippers, een van onze beste schrijvers, en dan komt hij bij een gedachte die typerend is voor het werk van Schippers en Storms opvattingen over literatuur: ‘Voordat je iets ziet, moet je iets overwinnen; er gaat iets aan het zien vooraf. Tussen jezelf en wat je ziet zit een ruimte. Die ruimte moet worden overwonnen.’

Ja, denk ik dan, dáár gebeurt het, daar begint ook de literatuur te gebeuren. Storm: ‘Door de ruimte die hij ontdekt tussen zichzelf en datgene waarnaar hij kijkt, krijgt zijn schrijven iets wat op een grandioze manier complex is; het is iets wat inspireert.’ Goed gezegd: op een grandioze manier complex. Ik voeg er zacht, ja voorzichtig, aan toe: en zo komen we in de buurt van een andere nog moeilijker te beantwoorden vraag: hoe te leven?

Arie Storm schrijft het allemaal mooi licht op, wat ook zo typerend is voor al zijn werk. Juist in die lichtheid is hij veelzeggend. Zijn heldere stijl is een fijne uitspraak over schrijven. Geen getoeter en versieringen, geen reukwater, geen etalage die voller is dan de winkel.

Arie Storm, Het horrortheater van de Nederlandse literatuur, €19,99, 192 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden