PlusBoekrecensie

Vroegwijze kinderen laten hun gênante ouders achter als de zondvloed nadert – het is vijf over twaalf in De laatste zomer van Lydia Millet

Kinderen op een tocht met oudtestamentische trekjes door een steeds apocalyptischer decor. De klimaatcrisisfictie van Lydia Millet is niet subtiel maar wel onheilspellend humoristisch.

Dirk Jan Arensman
null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Het lijkt een ideale plek voor een groepsvakantie, ‘een paleisachtig toevluchtsoord voor de groene maanden’, het landhuis aan de Amerikaanse Oostkust dat een groep bevriende yuppentypes huurt in De laatste zomer, de twaalfde roman van Lydia Millet (1968). Maar hun vroegwijze kinderen, die dit verhaal goeddeels bij monde van tiener Eve vertellen, weten wel beter.

Ze willen sowieso weinig van die vaders en moeders weten. Met groeiende frustratie luisteren ze naar hun intens saaie gesprekken over niets. (‘Wisten ze niet dat er dringender onderwerpen waren? Vragen die moesten worden gesteld?’) En een onderling wedstrijdje draait niet voor niets om wie het langst verborgen kan houden welk gênante ouderpaar het hunne is.

De volwassenen hebben definitief afgedaan wanneer een verwoestende storm nadert, en zij in hun luxe zomerbastion niets beters weten te verzinnen dan vluchten in drank, drugs en groepsseks, wachtend tot de reddingswerkers komen.

De kinderen trekken er wél op uit, en hun tocht ontpopt zich algauw tot een duister staaltje ‘cli-fi’ met precies de oudtestamentische trekjes die de oorspronkelijke titel, A Children’s Bible, al doet vermoeden.

Grimmige lachspiegelversies

Eén van de reisgenoten, Eves jongere broertje Jack, heeft namelijk zo’n kinderbijbel bij zich. Terwijl het decor steeds apocalyptischer wordt, duiken echo’s van tal van bijbelse verhalen op in hun eigen avonturen. Zo doet Jack een Noachiaanse poging dieren van de verdrinkingsdood te redden. Je vangt glimpen op van Mozes en de Tien Geboden, en er komen zelfs grimmige lachspiegelversies van de geboorte van het Kindeke Jezus en de Kruisiging voorbij.

Zwaar aangezette Doemsdagsymboliek?

Zeker. Zoals ook de vijf-óver-twaalfboodschap van Millet, in het dagelijks leven werkzaam bij het Center for Biological Diversity in Tuscon, Arizona, überhaupt geen subtiele is.

Maar tegelijk hebben die allusies eerder de verwarrende logica van een ijldroom dan iets schools onheilsprekerigs. Millet hanteert ze met humor. (Ergens merkt iemand tegen Jack op dat alleen inteelttypes uit Alabama en vrouwenmeppers uit Tennessee de Bijbel letterlijk nemen.) En Eves Greta Thunbergachtige verontwaardiging verleent haar wel een vlijmscherpe en soms bijzonder geestige tong.

Klimaatcrisisfictie in de geest van de gebroeders Coen met een vleugje Lord of the Flies, zoiets is het. Ontnuchterend en onheilspellend humoristisch, met een wrang hoopvol slotakkoord.

null Beeld

DE LAATSTE ZOMER

Lydia Millet
Vertaald door Inge Kok
Meulenhoff, €20,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden