PlusAchtergrond

Vorm aan de vecht: hedendaagse mode, kunst en design in een voormalig kloostercomplex

Vorm aan de Vecht verbindt religieus erfgoed met hedendaagse creativiteit. Niet de spirituele of emotionele waarde wordt invoelbaar gemaakt, maar de vormgeving van het kloosterleven.

Edo Dijksterhuis
De tentoonstelling 'Vorm aan de Vecht' refereert ook aan de vroegere bewoners van het voormalig klooster te Doornburgh; zo doet Jan Taminiau’s jurk met cape denken aan de habijten die de nonnen droegen. Beeld Lize Kraan
De tentoonstelling 'Vorm aan de Vecht' refereert ook aan de vroegere bewoners van het voormalig klooster te Doornburgh; zo doet Jan Taminiau’s jurk met cape denken aan de habijten die de nonnen droegen.Beeld Lize Kraan

Het aantal nonnen en monniken in Nederland daalt in rap tempo, van 23.000 in 1985 tot amper 3000 nu. Dat betekent dat nogal wat kloosters leeg komen te staan. Hergebruik ligt voor de hand, als hotel, congresruimte, centrum voor mindfulness of wat al niet, maar daarmee gaat wel cultureel erfgoed verloren.

In het klooster op buitenplaats Doornburgh in Maarssen pakken ze het anders aan. Na vertrek van de nonnen in 2017 kocht Maya Meijer-Bergmans, bekend van de ontwikkeling van het Westergasterrein, het landgoed om er tentoonstellingen te laten organiseren die een brug slaan naar het verleden.

Met de curator van de eerste post-coronapresentatie heeft de eigenaar de juiste vrouw voor de klus gestrikt. Nicole Uniquole maakt al jaren grootschalige tentoonstellingen waarin ze historische locaties verbindt met hedendaagse kunst en design. Ook Vorm aan de Vecht telt een indrukwekkend aantal deelnemers, niet minder dan 75, maar het tentoongestelde overstemt nooit de ruimte, het activeert haar eerder.

Dat begint al in de entree, waar een grote, goudkleurige taatsdeur van Frits Jurgens bezoekers uitnodigt tot het betreden van de ruimte die vroeger voorbehouden was aan vrouwen die waren toegetreden tot de orde. Direct erachter staat een massief bronzen prullenbak van Studio Job. Hier kun je denkbeeldig alle aardse zaken achterlaten voordat je het domein van de geestelijkheid binnengaat.

Modernistisch juweeltje

In de kloostergang hangen schetsen uit het archief van Het Nieuwe Instituut, die laten zien hoe er is geschoven met de plaatsing van het klooster. Architect van dienst was Jan de Jong, die het complex bouwde aan de hand van het zogenaamde plastisch getal: ruimtes, kolommen en raamkozijnen verhouden zich 3:4 of 1:7 tot elkaar, waarmee telkens wordt gerefereerd aan het ‘goddelijke getal’ 7. Dit strenge compositieprincipe en de consequente uitvoering in kaal beton en donker geschilderd hout maken het klooster tot een modernistisch juweeltje.

Fotograaf Frieda Mellema maakte een eigen compositie, gebaseerd op de 36 blokken tellende morphotheek die aan deze ontwerpmethode ten grondslag lag. De asymmetrische blokfauteuil van Studio Lawrence is duidelijk verwant. En Maarten Spruyt beplakte de ramen van alle ruimtes met stroken folie in passende verhoudingen en stemmige halfkleuren, waardoor bij zoninval een subtiel glas-in-loodeffect ontstaat.

Behalve aan de architectuur refereert Vorm aan de Vecht ook aan de voormalige bewoners en hun dagelijks leven. Zowel Jan Taminiau’s jurk met cape als de gewatteerde lange jas met kapje van Moncler-ontwerper Pierpaolo Piccioli doen denken aan de habijten die toentertijd de nonnen als vrouw hoegenaamd onzichtbaar maakten, maar die nu in de zaal met kelken op standaarden worden tentoongesteld.

Er is een zaal gewijd aan de tuin, die een belangrijke rol speelde in het kloosterleven. En het verleden als opleidingsinstituut voor gegoede meisjes, die hier werden klaargestoomd tot bijvoorbeeld doktersassistent, komt aan bod in een supergestileerde installatie van oude maatbekers en erlenmeyers gecombineerd met David Derksens karaffen, die zijn geïnspireerd op laboratoriumglaswerk.

Kitscherig

De lampen, vazen, modeontwerpen, kamerschermen en andere designstukken komen over het algemeen beter uit de verf dan de beeldende kunst. Een hedendaagse Maria van Micky Hoogendijk is kitscherig. De plantenprints met borduursel van artist in residence Bert Timmermans zijn aantrekkelijk, maar toch vooral decoratief. En Suzanne Jongmans’ fotografische imitaties van zeventiende-eeuwse portretten waarin kanten mutsjes en zilveren ringen worden vervangen door verpakkingsplastic en conservenblikjes zijn eerder en beter gedaan door Hendrik Kerstens.

Suzanne Jongmans maakte fotografische imitaties van zeventiende-eeuwse portretten, waarin kanten mutsjes en zilveren ringen worden vervangen door verpakkingsplastic en conservenblikjes. Beeld Suzanne Jongmans
Suzanne Jongmans maakte fotografische imitaties van zeventiende-eeuwse portretten, waarin kanten mutsjes en zilveren ringen worden vervangen door verpakkingsplastic en conservenblikjes.Beeld Suzanne Jongmans

Misschien is het ook een valkuil, hedendaagse kunst tonen in een religieuze omgeving. Die heeft dan snel de neiging zich te verhouden tot geloof, naastenliefde en dat soort thema’s – de inhoud, die de tentoonstellingsomgeving al snel reduceert tot decor. Je ziet het gebeuren in de biënnale van de Heilige Driehoek in Oosterhout, die ook plaatsvindt in kloosters.

Vorm aan de Vecht is juist sterk als de hedendaagse toevoeging een toegepast karakter heeft en zijn tentoonstellingstitel eer aan doet. Het design vertelt een eigen verhaal, maar laat je door beeldrijm en associaties ook beter kijken naar dit bijzondere gebouw en zijn geschiedenis.

Vorm aan de Vecht, t/m 25 september in buitenplaats Doornburgh, Maarssen

Buitenplaats Doornburgh

De geschiedenis van buitenplaats Doornburgh gaat terug tot 1623, toen rijke Amsterdammers langs de Vecht land kochten om er buitenhuizen te bouwen. Aan deze Gouden Bocht, een bijnaam die het meest prestigieuze stukje Herengracht in gedachte roept, konden ze ’s zomers de stinkende stad ontvluchten en gasten entertainen. De belangrijkste bewoners waren de leden van de patriciërsfamilie Huydecoper, die meerdere Amsterdamse burgemeesters heeft voortgebracht. In de 19de eeuw gaven zij tuinarchitect J.D. Zocher, die samen met zijn zoon ook het Vondelpark ontwierp, opdracht een Engelse landschapstuin aan te leggen. In 1957 werd het landgoed gekocht door de Reguliere Kanunnikessen van het Heilig Graf, die er zeven jaar later een kloostercomplex op lieten bouwen. De strenge nieuwbouw verschilt sterk van het achttiende-eeuwse hoofdgebouw en riep in het begin veel weerstand op bij omwonenden. Inmiddels is de waardering voor dit gebouw in de stijl van de Bossche School toegenomen en geldt het sinds 2016 zelfs als rijksmonument.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden