PlusInterview

Voor schrijfster Catriona Ward zijn horrorverhalen de grootste daad van empathie

Catriona Ward. Beeld Robert Hollingworth
Catriona Ward.Beeld Robert Hollingworth

‘Ik kan nog steeds niet geloven dat hij überhaupt mijn naam kent,’ zegt Catriona Ward over de man die haar – volgens haarzelf – min of meer heeft gemaakt. Na een tweet van Stephen King over Wards derde roman, Het laatste huis, nam Wards carrière een enorme vlucht.

Dirk Jan Arensman

Ward retweette het bericht, slechts vergezeld van de in ademloze kapitalen herhaalde naam van de afzender: ‘STEPHEN KING STEPHEN KING STEPHEN KING.’ Begrijpelijke opwinding.

Want om te beginnen gaf het haar uitgeverij broodnodig pr-materiaal bij een boek dat dusdanig van verrassende plotwendingen en onthullingen aan elkaar hangt dat haast alles wat je over de inhoud zegt een spoiler is. Maar minstens zo belangrijk was hoezeer ze de complimentgever bewondert: ‘Ik ben opgegroeid met Stephen King. Hij heeft het hele genre en mij als schrijfster, en eigenlijk ook als méns, gevormd.”

Omdat haar Britse vader voor de Wereldbank werkte, groeide de in Washington geboren Ward op in Kenia, Jemen, Marokko en Madagascar. “Een prachtige jeugd, maar door al dat rondreizen naar vaak afgelegen gebieden ook een nogal eenzame. En eenzame kinderen voelen zich nu eenmaal aangetrokken tot boeken.”

Eén van de weinige vaste ijkpunten was een cottage op het Engelse platteland van Dartmoor, waar het gezin jaarlijks de zomervakantie doorbracht. Maar juist daar begon ergens rond haar dertiende ‘iets te gebeuren’: “Elke nacht schrok ik wakker van het gevoel van een hand in mijn onderrug, die me uit bed duwde. Ik kon elke afzonderlijke vinger voelen, wist zeker dat er iemand bij me in de kamer was. Maar als ik me omdraaide, was er niets te zien.”

Hypnopompe hallucinaties

Doodsbang vluchtte ze dan naar de kamer van haar zus, om bij haar in bed te kruipen of op de vloer te slapen. En de angst werd nog heviger toen die lichaamloze hand haar ook op andere plekken bleek te achtervolgen. “Want dat betekende dat het niet zozeer in die cottage spookte, maar rondom mij!”

Pas toen ze halverwege de twintig was, kreeg Ward te horen dat ze leed aan hypnopompe hallucinaties, intens realistische beelden en sensaties die sommige mensen in de overgang van slapen naar waken ervaren, vaak als gevolg van stress. “Maar voor waarmee ik geworsteld had, maakte dat niets uit. As far as I knew it was a goddamn ghost! Eentje die ik uit schaamte verzweeg voor mijn ouders bovendien. Geen wónder dat ik al jong naar horror greep!”

“Ik weet nog goed dat ik mijn eerste griezelverhaal las, The Monkey’s Paw van W.W. Jacobs (uit 1902, red.), en weer precies datzelfde gevoel kreeg: angst die doordringt tot in je botten. En Stephen King is zo ontzettend goed in het oproepen daarvan. In het schrijven over de moeilijke gevoelens van adolescenten ook. Hij leert je dat angst iets is waarvoor je je niet hoeft te schamen.”

“Vaak wordt er nog in een hiërarchie gedacht, waarbij literatuur helemaal bovenaan staat en horror onderaan bungelt als een beetje vulgair en campy pulpgenre. Maar in mijn ogen is horrorverhalen vertellen zo’n beetje de grootste daad van empathie die je kunt stellen. Het is alsof de schrijver in een lange, donkere tunnel een fakkel ophoudt, zijn hand uitsteekt naar de lezer en zegt: Ik ben hier bang voor. Als jij ook bang bent, ga dan met me mee. Dan doorstaan we het samen.”

Dichtgetimmerd huis

Na een naar eigen zeggen hopeloos mislukte poging actrice te worden, werkte ze zeven jaar aan haar debuut Rawblood (2015), een klassiek gothic horrorverhaal rond een 19de-eeuws gezin dat, jawel, in een spookhuis in Dartmoor terechtkomt. En ook haar tweede, Little Eve (2018), was ‘een behoorlijk traditionele historische roman vol enge huizen en eenzame meisjes in een woest heidelandschap.’ Waarvoor ze weliswaar de Shirley Jackson Award ontving, maar dat in het eerste jaar wel negatieve verkoopcijfers kende. “Ik wist niet eens dat dat kón,” lacht de schrijfster.

Haar derde roman moest iets totaal anders worden, en werd dat ook. Wat ons op het gladde ijs brengt van wat je veilig over Het laatste huis kunt prijsgeven.

Dat de zeer Brits klinkende Brits-Amerikaanse Ward zich voor het eerst een verhaal liet afspelen in de hedendaagse VS misschien, bij een bos aan een meer in Washington State. Dat daar jaren geleden meerdere kinderen verdwenen, onder wie de zesjarige Lulu, wier oudere zus Dee verbeten naar de dader zoekt. En dat haar hoofdverdachte de in een dichtgetimmerd huis wonende kluizenaar Ted is, in wiens naam niet toevallig die van seriemoordenaar Ted Bundy doorklinkt.

“Niet dat mijn boek daar echt op gebaseerd is, maar Bundy pleegde in de jaren zeventig in diezelfde omgeving wel de Lake Sammamish-moorden. Op Memorial Day, terwijl duizenden mensen daar picknickten op dekentjes en speelden in het water wist hij twee vrouwen te benaderen, ontvoeren en vermoorden. Op klaarlichte dag en zonder dat iemand iets in de gaten had.”

Klassieke gruwelmoeder

Verder liggen er in dat bos sinistere geheimen begraven. Er is sprake van een klassieke gruwelmoeder. En, o ja, naast Dee, de ontroerend kinderlijk klinkende Ted en diens vaak afwezige dochter Lauren heeft ook huiskat Olivia een meesterlijke vertelstem. “Ze kwam eigenlijk vanzelf binnenwandelen, zoals katten dat doen,” zegt de schrijfster over het schaamteloos ijdele, vroom christelijke wezentje, waarin ze zich graag verplaatste. “In een duister boek was ze een luchtige, troostende aanwezigheid, net als voor Ted en hopelijk ook voor de lezer troost. Ik mis haar zelfs een beetje.”

Een goed voorbeeld van de risico’s die Ward nam is de kat evenzeer. “Ik dacht tijdens het schrijven regelmatig: waar ben ik in vredesnaam mee bezig?! Waarom zou iemand dit uitgeven, laat staan kopen? Maar aan de andere kant: als je in hoofdstuk 2 accepteert dat Olivia begint te praten en gewoon doorleest, dan is dit een boek voor jou.”

Sinds haar ‘mazzelige succesboek’ dat nu in het Nederlands verschijnt is ze trouwens ook bijna net zo productief als haar number one fan. Een jaar erna was er Sundial (2022), een verhaal rond een huiveringwekkende moeder-dochterrelatie en nog huiveringwekkender experimenten op honden in de Mojave Desert dat komende zomer in vertaling verschijnt. (Stephen King: ‘DO NOT MISS THIS BOOK.’)

En onlangs rondde ze alweer haar volgende roman af. “Die gaat The Looking Glass Sound heten, en is eigenlijk mijn liefdesbrief aan het universum van Kings boeken. Het speelt in Maine, gaat over een groep tieners die daar tijdens een zomervakantie een afgrijselijke ontdekking doen die ze voor het leven tekent, en over een boek dat een van hen daar decennia later over schrijft. Een boek dat zich niet helemaal als een boek gedraag.”

Heimelijke correspondentie

Het is een volgend bericht in een heimelijke correspondentie, onthult de schrijfster. “Voordat ik ook maar in de verste verte vermoedde dat hij ze ooit zou lezen, verstopte ik in elk van mijn boeken een knipoog naar Stephen King. Olivia liet ik bijvoorbeeld ergens Full moon, no stars zeggen, wat uiteraard een van zijn titels is.”

Leuk, maar eenzijdig. “Tot ik laatst zijn recentste roman Fairy Tale las, en daar een klein zwart katje in bleek voor te komen.” Naam van het beestje: Catriona.

Het laatste huis

Catriona Ward
Vertaald door Mariëtte van Gelder
De Boekerij, €21,99
332 blz.

De hoofdverdachte in ‘Het laatste huis’ is de kluizenaar Ted, in wiens naam die van seriemoordenaar Ted Bundy doorklinkt. Beeld Getty Images
De hoofdverdachte in ‘Het laatste huis’ is de kluizenaar Ted, in wiens naam die van seriemoordenaar Ted Bundy doorklinkt.Beeld Getty Images
null Beeld

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden