Plus

Voor popmuziek hoef je niet meer naar Paradiso of De Melkweg

Vroeger moest je voor popmuziek in Paradiso of De Melkweg de zijn. Tegenwoordig is het aanbod veel en veel groter. 'Je struikelt hier net als in Berlijn of Londen over de popzalen.'

Muse in de Ziggo Dome Beeld anp

Een disclaimer vooraf: de kaart hieronder is niet compleet. Het aanbod aan popzalen en vooral -zaaltjes is de laatste tien jaar zo gegroeid dat het er simpelweg te veel zijn om ze allemaal te noemen. De tijden dat je alleen kon kiezen tussen Paradiso en de Melkweg voor een popconcert zijn al lang voorbij. De tijden dat live popmuziek zo goed als alleen in het centrum te horen viel ook. En dan hebben we het niet alleen over megazalen als de Heineken Music Hall en de Ziggo Dome in Zuidoost.

Ook kleinere clubs floreren buiten het centrum. Wie had pakweg tien jaar kunnen voorspellen dat je in Noord terecht zou kunnen voor concerten van internationale bands.

Vorig jaar trokken popconcerten in de Tolhuistuin, net over het IJ gevestigd in de voormalige kantine van Shell, wel zeventigduizend bezoekers. En in Oost zit Q-Factory, de succesvolle doorstart van het wegens financiële problemen gesloten MuzyQ. Het muziekcomplex beschikt behalve over veel oefenruimtes over twee concertzalen, voor driehonderd en negenhonderd personen. Laatst stond in de grote zaal Bloc Party, een band die normaal gesproken in De Melkweg of Paradiso zou optreden.

Aanbod
"Uitverkocht," zegt directeur Max Mollinger verheugd. "Maar dat optreden van Bloc Party was wel onderdeel van een labelnight van platenmaatschappij Pias. We verbeelden ons niet dat wij hier in Oost de concurrentie aankunnen met Paradiso en de Melkweg. We richten ons op publiek uit de buurt en uit het eigen stadsdeel plus Diemen en Weesp. Er zijn veel popzalen in Amsterdam, maar tot nu toe kunnen ze makkelijk naast elkaar bestaan."

Een pasklare verklaring voor het zo gestegen aanbod heeft Max Mollinger niet (voor wie zijn naam bekend voorkomt: hij was drummer in Gruppo Sportivo): "Als het om popmuziek gaat is Amsterdam een stad geworden als Londen, Parijs en Berlijn: je struikelt over de popzalen. Er waren eerder natuurlijk ook wel optredens in de cafés en buurthuizen. Wat je nu ziet is een enorme professionalisering, onder meer doordat Paradiso heel veel zalen heeft geadopteerd."

Pop voor de stad
Paradiso trok vorig jaar een record van 600.000 bezoekers. 100.000 daarvan gingen naar concerten die werden georganiseerd op andere locaties dan het gebouw aan de Weteringschans. "Het is in 2008 begonnen met een door ons georganiseerd concert van Andrew Bird in De Duif, de kerk op de Prinsengracht," zegt Ben Kamsma, programmeur bij Paradiso. "Daarna is het gaan rollen. We doen concerten in Bitterzoet, People's Place en de Tolhuistuin, maar ook op ongebruikelijke locaties, waaronder steeds meer kerken en laatst nog in een brouwerij in Noord."

Met de Tolhuistuin is de verbinding zo innig dat de zaal ook wel Paradiso Noord wordt genoemd. Bij andere zalen bemoeit Paradiso zich alleen met de programmering. Daar wordt niets mee verdiend, zegt Kamsma. "Bij concerten buiten de deur zijn we tevreden als we quitte draaien. Mensen vinden dat vaak raar, vertrouwen het niet helemaal of vinden het niet van deze tijd, maar wij hebben en hoger doel: we willen zo veel mogelijk popmuziek delen met de stad."

Paradiso krijgt veel meer bands aangeboden dan de zaal in eigen huis kwijt kan. "Zou toch zonde zijn als daar niets mee gebeurt? Bitterzoet kwam naar ons toe met de vraag of wij daar konden helpen met de programmering. En dat konden we zeker. Wij weten hoe je concerten organiseert en promoot. Voorheen stonden er vooral dj's in Bitterzoet, nu is het echt een liveclub. En langzaam maar zeker hebben wij onze mores ernaartoe weten te krijgen. De geluidsinstallatie is bijvoorbeeld Paradisowaardig."

Optreden in de Tolhuistuin Beeld anp

Kansen voor kleine bandjes
Helemaal om niet is de bemoeienis van Paradiso met een zaaltje als Bitterzoet ook weer niet. Bands die daar nu voor een klein publiek optreden, zouden later best eens in de grote zaal van Paradiso kunnen staan. "Het is fijn om een band al in een vroeg stadium aan je te binden."

Buiten de popzalen waar Paradiso zich mee bemoeit, bestaat in Amsterdam nog een heel circuit van echt alternatieve zalen die veel aan popmuziek doen. De bekendste zijn De Nieuwe Anita en OCCII. Hilde Strijker, zakelijk coördinator van de laatste, moet even denken waar de afkorting OCCII ook alweer voor staat.

"Oh ja, Onafhankelijk Cultureel Centrum In It. Negentig procent van wat we hier doen is muziek. Of je dat popmuziek moet noemen weet ik niet. OCCII is ontstaan vanuit de punkgeschiedenis. Het do it yourself-principe staat bij ons hoog in het vaandel. We programmeren spannende, nieuwe, uitdagende muziek. Als het een naam moet hebben: underground."

OCCII en De Nieuwe Anita maken deel uit van Amsterdam Alternative, een samenwerkingsverband van onafhankelijke, niet-commerciële podia, die behalve concerten bijvoorbeeld ook theater- en filmvoorstellingen organiseren. "We zijn ongeveer met vijftien zalen. We hebben een eigen website en geven ook een krantje uit."

Dreigt met een zo groot aanbod van popzalen niet het gevaar van verzadiging? Ben Kamsma meent van niet. "Of er nou nóg een zaal voor pakweg acht- tot negenhonderd mensen bij moet komen, weet ik niet, maar waar het aan ontbreekt in Amsterdam zijn kleine muziekcafés. Bestaande café's als Maloe Melo en Winston hebben problemen met vergunningen, terwijl er volgens mij juist meer van zulke zaken bij zouden moeten komen. Plekken waar je als beginnend bandje voor vijftig, zestig man kilometers kunt maken, die mis ik echt hier."

Beeld Het Parool

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden