PlusBoekrecensie

Voor Louise Glück is de wisseling van de seizoenen een spiegel van de nietige ziel

Dieuwertje Mertens
Het meer Avernus, ‘de ingang van de onderwereld’, op een schilderij van Joseph Mallord William Turner. (1775-1851). Beeld Molteni&Motta/Getty Images
Het meer Avernus, ‘de ingang van de onderwereld’, op een schilderij van Joseph Mallord William Turner. (1775-1851).Beeld Molteni&Motta/Getty Images

Dichter Radna Fabias vertaalde Averno van de Amerikaanse Louise Glück (1943). Hierin blikt de verteller terug op haar leven en vooruit naar de dood. De natuur en de wisselingen van de seizoenen zijn een spiegel van de nietige ziel.

In 2020 won Glück de Nobelprijs voor Literatuur. Ze geldt in Amerika als een van de prominentste dichters van nu en heeft twaalf dichtbundels op haar naam. Ze dicht vaak over de relatie tussen ouders en kinderen, de natuur, trauma’s en de kloof tussen droom en werkelijkheid.

Averno (2006) was haar tiende bundel, en volgens veel critici de beste. Fabias leverde een prachtige vertaling, met een enkele kanttekening bij sommige woordkeuzes: ‘the songs of the morning sound over-rehearsed’ is bijvoorbeeld vertaald als ‘En de ochtendliederen klinken gemaakt’ in plaats van ‘overgerepeteerd’, ‘shuttered rooms’ is vertaald als ‘afgesloten kamers’, in plaats van ‘kamers met dichte luiken’. Dat is niet helemaal hetzelfde, maar daarmee wordt het ritme minimaal verstoord.

Persephone

De titel Averno verwijst naar Avernus: een klein kratermeer ten westen van Napels, door de oude Romeinen beschouwd als de ingang van de onderwereld. Glück vertelt het verhaal van de Griekse godin Persephone, die door haar moeder Demeter, godin van de vruchtbaarheid, intens werd bewaakt, maar toch wordt ontvoerd door Hades, de god van de onderwereld.

Demeter, in diepe rouw, bracht een verschrikkelijke winter op aarde. Zeus verzocht zijn broer Hades om Persephone terug te geven. Die stemde toe, maar dwong Persephone nog eenmaal een avondmaal met hem te eten. Ze at zes granaatappelpitjes. Voor elke pit die ze had gegeten moest ze een maand terugkeren naar Hades.

Persephone bracht met haar terugkomst de lente op aarde, maar ze zou steeds opnieuw naar de dood terugkeren, waarmee ook de wisseling van de seizoenen werd geboren.

Dit is het moment waarop je weer/ de rode bessen van de kraalboom ziet/ en in de donkere lucht/ de nachtelijke trek van de vogels.// Het doet me verdriet te denken/dat de doden ze niet zullen zien (..) Hoe zal de ziel zich dan troosten? (..)misschien is gewoon niet zijn domweg genoeg, hoe moeilijk voorstelbaar ook,’ dicht Glück in het openingsgedicht De nachtelijke trek.

Die wisselingen van de seizoenen zijn natuurlijk mooie metaforen voor de verschillende levensfasen, maar ook voor de veelal weemoedige tot zwaarmoedige condities van de ziel, laat Glück zien, die haar eigen levenservaringen projecteert op de natuur.

Ze probeert het verhaal van Persephone vanuit andere perspectieven te bezien, zoals in Een mythe van onschuld: ‘Ze staat bij de vijver en zegt, van tijd tot tijd,/ ik werd ontvoerd, maar dat klinkt/ niet juist, niet zoals ze het voelde(..)// Dan zegt ze, ik bood mezelf aan, ik wilde/ aan mijn lichaam ontsnappen. (..)’.

Glücks poëzie is kwetsbaar, wijs en indrukwekkend goed. Ze dicht recht uit het hart en het is moeilijk om niet geraakt te worden; een diepe buiging voor Louise Glück en Averno en vertaler Fabias die haar gedichten in vertaling overeind hield.

null Beeld -
Beeld -

Averno

Louise Glück
Vertaald door Radna Fabias,
De Arbeiderspers, €22,50
160 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden