PlusAchtergrond

Voor Klaas Kloosterboer is schilderen een spel met minimale regels: ‘Smijt verf op rechts’

Als schilder begin je nooit met een leeg doek maar met de erfenis van 3000 jaar kunstgeschiedenis. Klaas Kloosterboer (1959), die nu een expositie heeft in het Kröller-Müller Museum, probeert daaraan te ontkomen door bloedserieuze spelletjes te spelen.

Edo Dijksterhuis
‘De regels en het spel’ van Klaas Kloosterboer. Beeld Marjon Gemmeke
‘De regels en het spel’ van Klaas Kloosterboer.Beeld Marjon Gemmeke

Hoogmoed. Het staat zo geschreven – eerst ‘hoo’, daarna die twee medeklinkers die zich niet zo laten uitspreken en dan ‘oed’ – dat je twee keer moet lezen voordat je echt ziet wat er staat. Het is alsof de schrijver toen hij aan het woord begon niet goed kon inschatten hoe groot de letters waren ten opzichte van het beschikbare oppervlak.

Het schoonschrift is schools, de verf waarin het is uitgevoerd rood als bloed en druipend. In een poging iets neer te zetten wat de moeite van het aankijken waard is, heeft de maker het maagdelijk wit verstoord. Als de ambitie slaagt dan wordt die bejubeld als durf, zo niet dan wordt het pretentie, of erger: hoogmoed.

Zelfbewust

Zo zelfbewust als dit schilderij is het hele oeuvre van Klaas Kloosterboer. Van de Noord-Hollandse kunstenaar zijn in het Kröller-Müller Museum behalve canvassen ook video’s en installaties te zien, maar het gaat eigenlijk altijd over schilderkunst.

Of beter gezegd: over het problematische karakter van schilderkunst. Want je kunt geen penseel op doek zetten zonder associaties met 3000 jaar kunstgeschiedenis op te roepen.

Je kunt dan constateren dat alles al eens is gedaan en je beter kunt stoppen, zoals Marcel Duchamp (1887-1968) deed nadat hij in 1912 Nu descendant un escalier had geschilderd. Of je gaat door, om via nieuwe wegen tot de essentie van deze kunstvorm proberen te komen.

Kloosterboer doet het laatste door schilderen te behandelen als een spel met wisselende, minimale regels. Hij geeft zichzelf opdrachten als ‘smijt verf op rechts’ of ‘spuit pigment van afstand op het doek’. Het resultaat is geen afbeelding van een ding maar de registratie van een handeling.

Zelfs als Kloosterboer een canvas vol kladdert met bloemetjes – het truttigste onderwerp in de kunst – gaat het meer om de richting die de steeltjes opdraaien dan om het behangmotief waar het plagerig naar knipoogt.

Cijfers

Wat schilderkunst is of kan zijn, staat bij Kloosterboer constant ter discussie. Hij zoekt de grenzen op, gaat eroverheen en weet dat zoiets eigenlijk onmogelijk is omdat de kunst zo’n veelvraat is dat zij al het nieuwe altijd als eigen zal opeisen. Dus knipt hij gaten in stof, trekt hij een dichtgenaaid schilderij over een zuil of gooit hij een goudkleurig doek over een stoel.

“Waar kijken we naar?” vragen museumbezoekers zich op een woensdagmiddag hardop af. De kunstenaar maakt het ze niet makkelijk door zijn werken titels mee te geven die enkel bestaan uit cijfers, als logboeknotaties uit het schilderkunstig laboratorium.

Slechts een enkele keer voegt hij woorden toe: 98126 (rijk worden) bijvoorbeeld. Te zien is een opeenvolging van steeds grotere getallen onder elkaar, een mysterieuze formule voor vermeerdering. Je kunt er een commentaar in lezen op de kunstmarkt, waar verf op doek onderwerp is van speculatie.

Het is nog zo’n associatie die kleeft aan schilderkunst en die Kloosterboer probeert af te schudden. Hem gaat het niet om het kapitaal dat met schilderijen verdiend wordt maar de keuzes die aan het werk ten grondslag liggen, de worsteling in het atelier.

Werkplek

In een video is die werkplek ook daadwerkelijk te zien. Van de kunstenaar komt alleen het lange lijf in beeld, gehuld in zwarte broek en jas. Hij heeft verfblikken onder zijn schoenen geklemd en draagt in elke hand ook zo’n glimmend blik.

Zijn hele lijf is penseel geworden, zijn atelier het canvas. Terwijl hij met hol geklonk pasjes zet volgens een bepaald patroon, telt hij af als een dansinstructeur. Het is absurd en komisch, ook de bezoekers die eerder stonden te hoofdschudden moeten erom lachen, maar voor Kloosterboer is dit creëren: een bloedserieus spel.

De regels en het spel van Klaas Kloosterboer: t/m 8 januari in Kröller-Müller Museum.

Revolutie op een Parijse zolderkamer

De ontdekking van Fumées sur les toits maakte de tentoonstelling Fernand Léger en de daken van Parijs in het Kröller-Müller Museum even tot wereldnieuws. Het schilderij bevond zich op de achterkant van Le quatorze juillet, dat in 1999 al is gekocht door de Triton Foundation. Bij de restauratie voor de huidige expo bleek dat een gevalletje ‘twee voor de prijs van één’ te zijn geweest.

De opmerkelijke vondst behoort tot de reeks schilderijen die Léger maakte in de periode 1911-1912. Hij had toen net een atelier op een Parijse zolder betrokken en het uitzicht over de daken inspireerde hem tot een hoekige stijl waarin verschillende perspectieven zijn verenigd in één vlak. Léger groeide al snel uit tot een van de voormannen van dit kubisme, samen met Picasso, Braque en Delaunay van wie ook werk te zien is.

Légers kubistische periode duurde maar kort. Na de Eerste Wereldoorlog werden zijn doeken weer figuratiever. Ook uit die periode wordt een mooie selectie getoond, merendeel uit de museumcollectie.

Fernand Léger en de daken van Parijs: t/m 2 april in Kröller-Müller Museum.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden