PlusMuziekrecensie

Voor een compleet beeld van Johnny Cash is deze 7 cd’s tellende box essentieel

De platen die Johnny Cash bij Mercury maakte zijn heruitgebracht in een zeven cd’s tellende box. Veel is niet best, maar vrees niet: tussen alle ellende zit genoeg moois verstopt.

Johnny Cash, The Complete Mercury Recordings 1986-1991.

Duistere episodes genoeg in het leven van countryzanger Johnny Cash (1932-2003), maar in muzikaal opzicht zijn de jaren tachtig onbetwist zijn duisterste tijd. Columbia, de platenmaatschappij waarvoor hij drie decennia een ware cashcow is geweest, wees hem toen het succes minder was geworden in 1986 rücksichtlos de deur.

Hoe goed moet het voor Cash niet hebben gevoeld toen hij halverwege de jaren negentig een glorieuze comeback maakte, de mooiste comeback uit de hele popgeschiedenis misschien zelfs wel. Met de door Rick Rubin geproduceerde albumserie American Recordings (ook de naam van Rubins eigen platenlabel) bereikte hij als countryzanger op leeftijd een geheel nieuw, jong en alternatief publiek.

Blikkerige synthesizer

In de periode tussen dat harteloze afscheid van Columbia en die zo vruchtbare samenwerking met Rubin bracht Cash van 1986 tot 1991 zes albums uit bij platenmaatschappij Mercury. Aangevuld met extra materiaal zijn ze nu heruitgebracht in een zeven cd’s tellende box.

Dat Cash’ Mercurywerk niet eerder zo’n luxe heruitgave kreeg, laat zich makkelijk verklaren: veel ervan is niet best, om het mild uit te drukken. Maar tussen alle ellende zijn wel degelijk mooie dingen te vinden. En voor een compleet beeld van Cash, de grootste countryzanger aller tijden (oké, oké, Hank Williams was ook héél goed) is deze box essentieel.

Laten we met het ergste beginnen: het in 1988 verschenen album Classic Cash, met nieuwe versies van klassiek repertoire uit niet alleen zijn Columbiatijd, maar ook uit de jaren die daaraan vooraf gingen bij het kleine, maar baanbrekende platen­label Sun Records. De zware stem van Cash klinkt ook in die nieuwe versies indrukwekkend, maar de begeleiding is vaak verschrikkelijk. In sommige van de door Cash zelf geproduceerde nummers klinkt zelfs zo’n blikkerige synthesizer. Au.

Voorbode

Veel leuker is Class of ’55, een in 1986 verschenen album dat Cash opnam met oud-labelgenoten van Sun Records. Elvis, de grootste ster van Sun, was er toen natuurlijk al niet meer, maar Carl Perkins, Roy Orbison en Jerry Lee Lewis wel degelijk. De reünie, waarbij vooral rockabilly op het menu stond, klinkt ook nu nog heel gezellig, In Big Train from Memphis zingt ook de schrijver van het nummer mee: voormalig Creedence-baas John Fogerty.

Op andere albums uit Cash’ Mer­curytijd duiken nog veel meer van zulke gasten op. Op het album Water from the Wells of Home (1988) doet bijvoorbeeld Paul McCartney mee, op The Mystery of Life (1991) is U2 te horen in het nummer The Wanderer. In de countrywereld leek Cash in de jaren tachtig te hebben afgedaan, maar popmuzikanten, ook uit alternatieve hoek, begonnen hem in die tijd juist cool te vinden. Je zou er een voor­bode van Cash’ comeback in de jaren negentig in kunnen zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden