PlusAlbumrecensie

Voor de beginnende Bruckneriaan is de uitvoering van Nelsons prima instapmateriaal

Erik Voermans
null Beeld

De Letse dirigent Andris Nelsons, chef van de Boston Symphony en van het Gewandhausorchester in Leipzig, is bezig aan een volledige cyclus met de symfonieën van Bruckner. Hij combineert die steeds met een relevante ouverture van Wagner, die Bruckners grote held en inspirator was.

Nelsons is inmiddels aangeland bij deel vijf van de cyclus, die tot dusver louter positieve reacties bij de critici opleverde. Ook over de symfonieën met de nummers 1 en 5 valt niet anders dan te jubelen, al blijft bij zo’n jaren vergend project in toenemende mate de vraag welke Brucknerliefhebber die in zijn kast alle cycli van alle grote Brucknerdirigenten in de kast heeft staan, van Haitink tot Wand, van Jochum tot Celibidache, Klemperer, Furtwängler en Neumann, denkt: ja, die Nelsons voegt echt iets toe aan de canon dat tot nog toe verborgen is gebleven.

Anderzijds, voor de beginnende Bruckneriaan zijn er slechtere dirigenten denkbaar dan Nelsons als instapman. Hij begrijpt de adem van de muziek, hij snapt wat er nieuw aan is en wat traditioneel, en minstens zo belangrijk: hij weet de luisteraar te raken, niet in de laatste plaats doordat het Gewandhausorchester het allemaal zeer fraai speelt.

Opmerkelijk blijft dat Bruckners klankwereld in zijn eerste symfonie al helemaal was gevormd. En die Vijfde blijft met dat krankzinnig contrapuntische slotdeel een van de opwindendste.

Nelsons begint met het Vorspiel van Tristan und Isolde; ook schitterend.

Klassiek

Anton Bruckner
Symphonies nos 1 & 5
(Deutsche Grammophon)

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden