Voor altijd gevormd door Pep

Ger Apeldoorn schreef boeken over de geschiedenis van de legendarische Nederlandse stripbladen Pep en Eppo. Dit weekend krijgt hij de P. Hans Frankfurtherprijs uitgereikt. 

Beeld Ger Apeldoorn

 Op het in 1987 verschenen album In the Dutch Mountains van The Nits staat het nummer The Panorama Man. Buitenlandse fans van de Amsterdamse popgroep zullen er geen chocola van kunnen maken, maar Nederlanders van boven de vijftig weten precies wie de ‘Panoramaman’ was, al heette hij in de meeste gezinnen gewoonweg de bladenman.

De bladenman was de man die wekelijks de nieuwe tijdschriften bezorgde. Panorama of Nieuwe Revu voor de vaders, Margriet of Libelle voor de moeders en stripbladen voor de jeugd. Voor de kleinsten had de bladenman Donald Duck en voor wie die ontgroeid was Pep of Sjors. Bij Ger Apeldoorn (59) thuis in Beverwijk noemden ze de bladenman Ome Cor. “Hij woonde met tante Nel in het portiek tegenover ons. Familie waren ze niet, in die tijd waren alle volwassen in de straat ooms of tantes.”

Donald Duck

Probeer aan jongeren van nu maar eens uit te leggen hoe opwindend de wekelijkse komst van de bladenman was. Bij de familie Apeldoorn bezorgde Ome Cor achtereenvolgens Donald Duck, Sjors en Pep. Vooral het laatste blad viel in de smaak bij de jonge Ger Apeldoorn. Al die jaren later deinst hij er niet voor terug te zeggen dat het stripblad hem voor het leven vormde: “Pep is daar echt cruciaal in geweest. Mijn gevoel voor humor, mijn zucht naar avontuur, mijn levenshouding: ze zijn allemaal terug te voeren naar Pep.”

200.000 exemplaren

Pep was het blad waarin inmiddels klassieke strips als Asterix, Lucky Luke en Agent 327 verschenen. Het bestond van 1962 tot 1975 en had in zijn hoogtijdagen een nu bijna onvoorstelbare oplage van 200.000 exemplaren. Eppo, dat in 1975 ontstond uit een fusie van Pep en Sjors en het tot 1988 volhield, tikte zelfs de 300.000 aan.

Over beide bladen schreef Ger Apeldoorn boeken. In 2014 verscheen De jaren Pep, vorig jaar volgde De jaren Eppo. Onder meer vanwege die boeken ontvangt Ger Apeldoorn komend weekend op de Stripdagen in Utrecht de P. Hans Frankfurther Prijs, de jaarprijs voor Bijzondere Verdiensten van het Stripschap.

Al op zijn zeventiende schreef Apeldoorn voor het blad Striprofiel. Hij vertaalde buitenlandse strips en was hoofdredacteur van de Nederlandse versie van het Amerikaanse stripblad Mad. Ambities zelf striptekenaar te worden had hij nooit (‘ik kan niet tekenen, ik boetseer nog beter’), wel stuurde hij in de jaren zeventig een scenario voor een strip naar Eppo. “Ik had acht pagina’s uitgewerkt van een detectivestrip. Hij zal ergens op een stapel terechtgekomen zijn, want ik kreeg er geen reactie op. Ze zullen het wel niks vinden, dacht ik.”

Harm Edens

Bij de tv kreeg hij als scenarioschrijver makkelijker voet aan de grond. Samen met Harm Edens, die hij als student theaterwetenschappen had leren kennen, schreef hij de ene na de andere comedy. Ze waren betrokken bij onder meer Het zonnetje in huis, In de Vlaamsche pot en S1ngle. Het schrijven van tv-scenario’s is aanzienlijk lucratiever dan het schrijven van stripscenario’s. Toch bleef de stripwereld trekken.

“Rond mijn vijftigste ben ik ernstig ziek geweest. Dan ga je nadenken. Ik besloot daarna alleen nog maar dingen te doen die ik echt leuk vind. Zo ben ik aan mijn boek over Pep begonnen.”

En hij ging alsnog stripscenario’s schrijven. Hij bedacht meerdere strips voor het in 2009 heropgerichte Eppo. Voor het nieuwe blad Stripglossy blies hij nieuw leven in Llewelyn Flint, een strip die Peter van Straaten in de jaren zeventig tekende voor Pep.

Margreet de Heer, dit jaar de Stripmaker des Vaderlands, maakte een vier pagina’s tellende strip over het leven en werk van Ger Apeldoorn. De tekeningen hierboven zijn daaruit afkomstig. Beeld Ger Apeldoorn

Veertig jaar

Ger Apeldoorn vindt de stripwereld veel leuker dan die van de televisie. “Daar zal ik zaterdag in mijn praatje bij de P. Hans Frankfurtherprijs ook uitgebreid op in gaan. Ik heb bijna veertig jaar voor de tv gewerkt. Prachtig werk, ik heb er ook goed aan verdiend, maar mensen gaan daar wel op een bepaalde manier met elkaar om. Keihard vaak. Tekenend is wat John de Mol ooit tegen iemand zei: ‘Ik hoef niet te zeggen dat je goed bent, je krijgt toch betaald?’ In de stripwereld dacht ik: o, zo kan het dus ook, gewoon aardig voor elkaar zijn.”

Heeft Ger Apeldoorn al plannen voor een volgend boek? “Zeker. Maar dat gaat wel over televisie. Ik zoek nog een financier, maar ik zou me graag over de geschiedenis van de Nederlandse tv-comedy buigen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden