PlusKlapstoel

Vogue-hoofdredacteur Yeliz Çiçek: ‘Modebladen zijn verantwoordelijk voor het beeld dat jonge vrouwen van zichzelf hebben’

Yeliz Çiçek. Beeld Harmen de Jong
Yeliz Çiçek.Beeld Harmen de Jong

Yeliz Çiçek (1986) is de nieuwe hoofdredacteur van Vogue Nederland. Begin volgend jaar maakt het beroemde modeblad een doorstart op digitale en sociale platforms. In februari verschijnt het eerste gedrukte nummer. ‘Ik vind zelf high fashion fantastisch, maar iedereen moet zich bij Vogue thuis kunnen voelen.’

Marcel Wiegman

Nijmegen

“Links en opstandig. Heerlijk. Ik kom uit de Benedenbuurt, een hechte volkswijk aan de Waalkade. Mijn vader kwam op zijn dertiende uit Turkije en begon een serie snackbars. Mijn moeder was schoonmaakster, maar noemde zich interieurverzorgster, omdat ze dat beter vond klinken. Bij ons was het een zoete inval, de koffie stond altijd klaar. Mijn ouders boden een luisterend oor, ook als het ging om geldproblemen of huiselijk geweld. Ik ben opgegroeid met het idee dat dat ook de wereld is. Mijn vader wilde er op een gegeven moment wel weg, maar mijn moeder liet zich niet verplaatsen. Die kwam uit de buurt.”

Yeliz Çiçek

“Het is voor mij nu makkelijker, omdat ik al langer in de mode werk, maar in het begin van mijn carrière kon mijn naam echt een obstakel zijn. Ik had een prachtig cv. Naast mijn studie communicatiewetenschappen schreef ik al voor een cultureel blog, ik had stage gelopen bij een marketingbureau in Nijmegen en bij modeontwerpster Ilja Visser, maar ik kwam nergens tussen. Niet eens voor een bijbaantje in de mode. Het is moeilijk om er je vinger op te leggen, maar het klopte niet. Toen ik ergens langs mocht komen voor een talentprogramma, zei de manager: wow, dat had ik niet verwacht, dat iemand met jouw naam er zo uit zou zien. Mensen hebben een bepaald beeld bij mijn naam. En dan heb ik nog een privilege, want ik ben half-wit.”

Çiçek Yeliz

“Mijn vader kocht slechtlopende snackbars op, breidde ze uit met pizza’s en döner, en plakte er dan zijn eigen naam op. Op een gegeven moment had hij Çiçek 1, 2, 3, 4 en 5 en dacht hij: dat moet anders. Toen heeft hij mijn naam erachter gezet: Çiçek Yeliz. Ik schaamde me kapot. Ik was 21 en net bezig om in Amsterdam voet aan de grond te krijgen in de mode. Ik dacht dat mensen me zouden veroordelen als ze wisten dat ik in het weekend bij mijn vader friet stond te bakken. Nu denk ik alleen maar: wat lief. Çiçek Yeliz staat in een nette buurt, zoals mijn vader dat noemt. Als de mensen op zondag een frietje kwamen halen en ik stond in de zaak, zeiden ze: ‘Ik heb jouw stuk gelezen, stond gewoon in de Marie Claire!’ Dan was hij zó trots. Als het druk is, bijvoorbeeld met kerst, spring ik nog weleens bij. Daar voel ik me echt niet te goed voor.”

Vogue

“Het grootste en chicste modeblad ter wereld. Niet niks, nee, om daar in Nederland de hoofdredacteur van te worden als je pas 35 bent. Maar ik heb goed mee kunnen kijken met vrouwen als Claudia Straatmans, Karin Swerink en Jildou van der Bijl: the house of names in de wereld van de modebladen. Met het geld dat ik op mijn veertiende bij mijn vader verdiende kocht ik al veel bladen. Daar scheurde ik uit wat ik leuk vond en dat plakte ik dan in een kladblok. Zo maakte ik mijn eigen magazine. Ik wil Vogue warmer en toegankelijker maken. Dat is echt wat Nederland nodig heeft. Ik vind zelf high fashion fantastisch, maar iedereen moet zich bij het blad thuis kunnen voelen. Dus wat zul je zien? Wat vaker een emo-interview en verhalen die dichtbij voelen.”

Mo Benchellal

“Een Marokkaans-Nederlandse ontwerper. Bij de uitreiking van de Mercurs, de Oscars van de bladenwereld, had ik een gigantische witte jurk van hem aan met een pofkraag met strik. Mensen zeggen vaak: ik weet niet wat ik aan moet. Nou, ik kan altijd wel twintig dingen verzinnen die ik aan wil. Als er iets speciaals is, pak ik uit. Hoe leuk is dat? Balenciaga Couture, Dries Van Noten, Prada, allemaal beeldschoon.”

“Ik heb in de loop der jaren een mooie kast opgebouwd. Daar spaarde ik voor, maar ik krijg ook kleding aangeboden, vaak door pr-bureaus. Ze krijgen er niets voor terug, want dat is tegen mijn journalistieke codes. Gelukkig vragen ze tegenwoordig eerst of ik het wil hebben, want dat eindeloze sturen van spullen is niet bepaald duurzaam. Maar als ik het mooi vind? Het is echt niet allemaal Dior, hoor. Ik ben geen Naomi Campbell, van wie iedereen wil weten wat ze aan heeft. En zo’n Benchellal gaat gewoon weer terug de showroom in.”

Burn-out

“Achteraf denk ik: ik zat ertegenaan. Toen ik in Amsterdam kwam, had ik net iets meer bij te scholen. Ik had het gevoel een dubbelleven te leiden tussen de volksbuurt en de modewereld. Tijdens mijn stage bij Marie Claire keek ik om mij heen en zag ik niemand van kleur, dus ik dacht: ik moet nog harder mijn best doen, want dit is niet mijn plek, ik heb hier geen netwerk en ik ben niet zo goed in grammatica als de rest. Dus wat deed ik? Ik ging extra werken. Toen ze na mijn stage geen plek meer voor me hadden, stortte alles in. Eindelijk was ik er. Ik had zo mijn best gedaan en nu moest ik toch weer weg uit die wereld. Bij mij thuis zeiden ze gewoon: je bent een beetje moe, hou eens op met huilen. Ik heb van mijn vader een fantastische werkethiek meegekregen, maar het is wel: niet piepen, grijp je kansen.”

Surfen

“Ik schreef een reportage voor Marie Claire over een reis naar Taghazout in Marokko. Daar ben ik verliefd geworden op surfen. Je bent op het water, zonder mobiel, alleen met de golven en je plank. Dat is zó rustgevend. In de winter probeer ik altijd te surfen in een warm land, in de zomer zit ik gewoon in Zandvoort. Dat vergeet iedereen: de Nederlandse kust is fantastisch. Inmiddels kan ik zelfstandig een golfje pakken, maar dat is het dan ook wel. In Taghazout zeiden ze: je moet een klasje hoger. Maar ik wil liever op de baby waves blijven. Ik doe het niet voor de kick.”

Edward Enninful

“De hoofdredacteur van de Britse Vogue. Een Ghanese man. Het belang daarvan moet je niet onderschatten: you can’t be what you can’t see. De modewereld is heel lang heel wit geweest en nu zit hij daar. Hoe hij Vogue gebruikt als platform voor positieve verandering, hoe hij mensen kansen heeft geboden, het is fantastisch. Hij heeft van Vogue een conversation starter gemaakt. Dat hij daar zit, laat zien dat er hoop is, dat er deuren opengaan voor mensen van kleur. Ik heb hem gesproken, na mijn sollicitatie bij de oprichter van de nieuwe Vogue Nederland, Marie Nanette Schaepman. De beste dertig minuten van mijn werkzame leven. Zo warm en geïnteresseerd. En tegelijk superpowerful.”

Body positivity

“Daar ben ik voor: gezonde lijven. Ik probeer de rest van de modebladen er bewust van te maken dat wij samen verantwoordelijk zijn voor het beeld dat jonge vrouwen van zichzelf hebben. Soms zijn we zo bezig met het maken van dat blaadje, dat we vergeten dat we ook een maatschappelijke functie hebben. Ik streef ernaar alleen gezonde modellen te boeken. Wat dat zijn? Nou ja, ik ga hier geen maten noemen. Een gezond model is gezond en dat zie je al snel. Modellen van veertien of vijftien met een kinderlichaam komen er bij mij ook niet in. Maar we zijn er nog niet. Op de grote shows lopen nog steeds vrouwen van wie je denkt: niet oké.”

Jordi

“Toen we 18 waren kwamen we elkaar tegen in de stad en we werden direct verliefd. Bleek zijn nicht mijn beste vriendinnetje uit de Benedenbuurt. Vanaf zijn veertiende probeerde hij profvoetballer te worden. Hij heeft nog gespeeld voor Vitesse, maar hij werd steeds net niet geselecteerd voor het eerste. Op zijn twintigste was hij het helemaal zat en is hij de mode in gegaan. Door mij, ja. Hij heeft nu een eigen zaak: Four in de Van Baerlestraat, de meest luxe mannenboetiek van Nederland.”

“Na anderhalf jaar stiekem daten heb ik het mijn vader verteld. Jordi wilde mijn hand komen vragen, want hij wist hoe het werkte in Turkse families. Maar een Nederlandse jongen, dat accepteerde mijn vader dus niet. Terwijl hij zelf een Nederlandse vrouw heeft, ja. Je moet het zo zien: ik ben gewoon zíjn dochter. Hij zei: Nederlandse mannen kijken waar het schip strandt, daar ga ik jou niet voor lenen. Mijn vader heeft anderhalf jaar niet tegen me gepraat, maar ik heb altijd geweten: het komt goed.”

Yoshi

“Onze hond, een shikoku. We wilden eerst een gevlekte teckel, maar toen kwam Yoshi op ons pad. De hondentrainer zei meteen: dit is geen labradoodle. Ze hebben de naam onverdraagzaam te zijn, maar wij hebben hem altijd behandeld als een schoothond. Heb je de film Hachi gezien? Daar zit een akita in, ook een Japanse hond. Ze komen aardig overeen: eigenwijs, intelligent en loyaal. Jordi neemt Yoshi altijd mee naar de zaak. Dan lopen ze via het Sarphatipark en het Museumplein naar de Van Baerlestraat. Daar ligt hij de rest van de dag te slapen op zijn eigen stoel voor de open haard.”

Female Initiative

“Tijdens de eerste grote lockdown zag ik veel vrouwen uit de mode- en beautybusiness in de problemen komen. Een ondernemer zei: ik heb net mijn tassenlabel gelanceerd en een pop-up gefinancierd en nu ben ik dicht. Dan kun je wel zeggen: hou vol, maar ik dacht: wat is praktisch? Ik heb influencers gevraagd gratis hun platform in te zetten, om aandacht te vragen voor de webshops van leuke, startende en duurzame bedrijfjes van vrouwen. Dat wilden ze wel, maar ze hadden geen idee waar te beginnen. Dus ben ik met Omar Soliman Osman begonnen ze elke week een lijst met tien merken te leveren. Dat werkt zo goed, dat we er na corona mee door willen gaan.”

Peter Pannekoek

“Ik heb zijn roast gezien van Johnny de Mol. Ik lag huilend op de bank. Ik ging helemaal stuk. Hij is hard, maar nooit seksistisch of discriminerend. Dat vind ik heel fijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden