PlusBoekrecensie

Vloeken, blote borsten en de peuk van Lucky Luke: wat niet mag en mocht in de strip

Bloot, geweld, drugs en vloeken, het mocht en mag soms nog steeds niet in strips. De Vlaamse kenner Jan Smet schreef een dik boek over strips en censuur: Duizend bommen en castraten.

Omstreden tijdschriftcovers van Robert Crumb. Beeld
Omstreden tijdschriftcovers van Robert Crumb.

Het waren niet alleen de nazi’s die boeken verbrandden. Nota bene net na de Tweede Wereldoorlog gingen in de Verenigde Staten geregeld stripboeken de brandstapel op. Dat strips een bedreiging vormden voor niet alleen de tere kinderziel, maar vooral voor het geestelijk welzijn van tieners, was er tot ver in de jaren zestig een gangbare opvatting.

Psychiater Fredric Wertham zag een rechtstreeks verband tussen het lezen van strips en jeugdcriminaliteit. Op een zelfde lijn zat de Chicago Daily News, die in 1940 in een hoofdartikel met de titel ‘Een nationale schande’ over strips schreef: ‘Het harde zwart en rood bederft het natuurlijke kleurgevoel van een kind; hun hypodermische injectie van seks en moord maakt dat het kind niet meer het geduld heeft voor betere, maar stille verhalen.’

In 1954 werd de Comics Code opgesteld, een serie richtlijnen, vooral rond seks en geweld, waaraan strips moesten voldoen. Zonder goedkeuringsstempel van de Comics Code Authority was verspreiding lang vrijwel onmogelijk.

Deze cover van het Franse blad Charlie Hebdo mocht niet worden getoond op een expositie in Duitsland. Beeld
Deze cover van het Franse blad Charlie Hebdo mocht niet worden getoond op een expositie in Duitsland.

Rare Amerikanen? In zijn boek Duizend bommen en castraten, over censuur in de strip, laat Jan Smet zien dat ook in het Europa van de jaren veertig en vijftig uitgeverijen zich in bochten moesten wringen om hun stripboeken aan de man te kunnen krijgen. In de Belgische en Franse stripwereld was het vooral de katholieke kerk die erop toezag dat in de beeldverhalen niets onwelvoeglijks gebeurde.

Duizend bommen en castraten is het levenswerk van de Vlaamse stripkenner Jan Smet. Het telt bijna 600 pagina’s en weegt tegen de drie kilo. De nieuwste ontwikkelingen op het gebied van strips en censuur hebben het boek helaas niet gehaald. De huidige wokecultuur blijft onbesproken, terwijl uit die hoek sommige strips, al dan niet terecht, worden aangevallen om hun racistische of seksistische karakter.

Majesteitsschennis

Jammer is het ook dat aan het boek een register ontbreekt, maar met die opmerking zijn we meteen klaar met zeuren. Duizend bommen en castraten is een fascinerend boek waarin Smet de lezer een bijna duizelingwekkende hoeveelheid informatie voorzet.

Hij doet dat niet chronologisch, maar thematisch. Vanzelfsprekend zijn er hoofdstukken over seks en geweld, maar bijvoorbeeld ook roken, majesteitsschennis, alcohol, vloeken, drugs en de politie komen aan bod. Soms gaat het daarbij meer om de ophef en verontwaardiging die bepaalde strips opriepen dan om strikte censuur; ondanks alle gedoe konden ze wel degelijk verschijnen.

Fout ging het soms alsnog bij buitenlandse uitgaves. In een Indonesische versie van een deel van de Nederlandse strip Agent 327 kreeg diens rondborstige tegenspeelster Olga Lawina een zedig jurkje aan. Bij een Duitse uitgave van een boek van Lucky Luke werd de eeuwige peuk in zijn mond vervangen door een strootje.

Lucky Luke zoals we hem kennen (rechts) en met strootje in plaats van peuk (links). Beeld
Lucky Luke zoals we hem kennen (rechts) en met strootje in plaats van peuk (links).

Taboe in stripboeken is in Duitsland het hakenkruis. En dus werd in Asterix und die Goten in een tekstballon waarin een Goot met krachttermen smeet een swastika vervangen door een gebalde vuist. Maar bij de Duitse uitgave van Maus, de klassieke graphic novel over de Holocaust, stond de Amerikaanse tekenaar Art Spiegelman erop dat het hakenkruis op de cover gehandhaafd bleef. Hij kreeg zijn zin.

Bloemrijk raaskallen

Heel vermakelijk is in Duizend bommen en castraten het hoofdstuk over vloeken. Dat mocht natuurlijk lang nergens, maar stripmakers kwamen met creatieve oplossingen. Hergé liet in Kuifje kapitein Haddock bloemrijk raaskallen (diens ‘Duizend bommen en granaten’ vormde de inspiratie voor de titel van Jan Smets’ boek), maar ook collega Franquin, van Robbedoes en Guust Flater, kon er wat van. In de Flaterstrips zegt in de Nederlandstalige versie chef Pruimpit vaak Grretverrdrrie. Dat klink al lekker, maar mooier nog en grover is het Rrrogntudjuu uit de oorspronkelijke Franstalige versie. Je hoeft niet heel erg goed Frans te spreken om er nom de Dieu in te herkennen.

Jan Smet: Duizend bommen en castraten – censuur in de strip. Uitgeverij Vrijdag, 45 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden