PlusAchtergrond

Vlaamse schrijver gaat graag de grens over voor de magie van Amsterdam

Voor Vlaamse auteurs loopt de weg naar succes via Nederland. In Amsterdam zijn de schrijvers, de kennis en het geld. ‘Bij Nederlandse uitgevers stap je een geschiedenis binnen.’

null Beeld Sjoerd van Leeuwen
Beeld Sjoerd van Leeuwen

Sien Volders (1983, Gent) was nog aan het manuscript bezig voor haar eerste roman toen een Vlaamse uitgever zich meldde. “Ik dacht: moet ik nu mijn pollekes kussen dat ik een uitgever heb, of verder zoeken,” zegt ze. “Het was nog zo vroeg, en ik wist ook niet hoe hoog ik kon mikken met mijn boek. Toen zei een vriend, dichter Peter Verhelst: mik eerst op Nederland. Als je de grens wilt oversteken, lukt dat alleen met een Nederlandse uitgever.”

Volders koos voor Hollands Diep. Haar roman Noord werd genomineerd voor De Bronzen Uil en de ANV Debutantenprijs. “Ik koos voor een keurmerk,” zegt ze. “Toen ik er aankwam, zat Robbert Ammerlaan er nog. Een zeer aanwezige uitgever, zoals Mai Spijkers of Joost Nijsen dat ook zijn. Bij hen stap je een geschiedenis binnen.”

Ze is bepaald niet de enige. Lize Spit, Erwin Mortier, Dimitri Verhulst, Griet Op De Beeck, David Van Reybrouck. Grote namen die in België geworteld zijn en in Nederland hun boeken uitgeven. Waarom is dat toch? In België zijn toch ook uitgeverijen?

Het gaat niet om Nederland, het gaat om Amsterdam, zegt Barbara Geenen, Vlaams vertegenwoordiger voor uitgeverij Pluim, Das Mag en Koppernik. “Het is historisch zo gegroeid. Amsterdam is het centrum van de boekenwereld: hier verzamelen zich de schrijvers, de kennis en het geld. Dat trekt de Vlamingen met ambitie, die willen meedelen in de allure.”

Boekencultuur

Het zijn ook domweg de cijfers. Er zijn 17 miljoen Nederlanders en 6,5 miljoen Vlamingen. Door het Nederlandse marktvoordeel zijn die uitgevershuizen sterker en sterker geworden. En Nederland heeft meer kranten, met meer boekenbijlages en ruimte voor recensies.

“Nederland heeft een sterkere boekencultuur dan België,” zegt Geenen. “Het Boekenbal, natuurlijk, maar ook de Boekenweek is in Nederland veel groter dan in België. In Vlaanderen doet lang niet elke boekhandel eraan mee. En Antwerpen had de Boekenbeurs, maar die staat nu te koop.”

Vlaanderen heeft op dit moment ook geen literatuurprijs van naam. In 2017 verdween de Fintro Literatuurprijs, voorheen de Gouden Boeken­uil – pas volgend jaar wordt er weer een prijs uitgereikt voor de beste fictie en non-fictie, de Boon. Op de longlist van de belangrijkste Nederlandse literatuurprijs, de Libris, stonden dit jaar vier Vlamingen: Sien Volders met Oogst, Lize Spit (Ik ben er niet), Stefan Hertmans (De opgang) en Erwin Mortier (De onbevlekte). Alle vier publiceren in Nederland.

Dit alles is, kort samengevat, de paar uur treinen naar Nederland wel waard. “Die tripjes naar Amsterdam vind ik heerlijk,” zegt Sien Volders. “Bovendien gaan treinen en schrijven uitstekend samen.”

Kassen of serres

De taal was wel een regelmatig terugkerend punt van discussie. “Als mijn redacteur iets tegenkwam dat ze als heel Vlaams ervoer, vroeg ze of ik erop stond dat woord te behouden. Kijk, ‘deurgat’ kun je prima in ‘deuropening’ veranderen. Dan gaan mijn hakken niet in het zand. Maar een woord als gedegouteerd? In ‘walgend’ zit veel meer afkeer, gedegouteerd is gedistingeerder. Die nuance vind ik belangrijk. Dus spraken we af: staat het in Van Dale en is het in Nederland alleen wat minder courant? Dan laten we het staan.”

Haar tweede boek, Oogst, speelt zich volledig af in kassen. Daar gebruiken Vlamingen het woord ‘serre’ voor, maar dat is in Nederland iets heel anders. “Door dat onoverbrugbare betekenisverschil is het dus kassen geworden, hoezeer dat ook ingaat tegen mijn Vlaamse inborst.”

Barbara Geenen adviseerde Lize Spit (1988, Viersel) destijds haar debuut uit te brengen bij Das Mag, dat in 2015 net in oprichting was – zij zou als eerste Vlaamse kunnen debuteren bij ‘een broeierige, nieuwe uitgeverij’. Spit was op dat moment in gesprek met Prometheus en De Bezige Bij. Als Vlaming, zegt zij ook, kom je bij een Vlaamse uitgever moeilijker de grens over. “En wij lezen in Vlaanderen toch al Nederlandse boeken, dus met die keuze verlies je niet je publiek.”

Ook bij Spit werden vaak discussies gevoerd over woorden. “Parels kennen jullie niet, dat moesten kralen worden, en ‘pompbak’ werd spoelbak. Het smelt was niettemin een heel Vlaams boek, geschreven in het idioom van mijn jeugd. Later merkte ik dat er woorden in stonden die in het Vlaams helemaal niet bleken te bestaan, maar gewoon mijn taal waren.”

Voor haar tweede boek, Ik ben er niet, is daarom een extra corrector aangetrokken. “Die schreef de correcties in pen en in potlood. Wijzigingen in pen moest ik overnemen. Wat in potlood stond, kon raar overkomen voor Nederlanders, maar mócht ik laten staan. Ik wilde koste wat kost voorkomen dat er fouten in het boek slopen.”

“Ik heb altijd gevonden dat ik in het Nederlands schrijf,” zegt Vlaming Dimitri Verhulst (1972, Aalst). “Alles wat ik schrijf, is terug te vinden in Van Dale, en dat is toch ook jullie grondstof? Als een Nederlander vindt dat ik geen Nederlands schrijf, moet hij de vertaalrechten maar kopen. Ik ben zeer benieuwd hoe dat eruitziet. Maar dan moet hij wel eerst even langs de kassa.”

Hij heeft nooit discussie gehad over zijn taalgebruik, zegt hij, maar hij is dan ook al jaren ‘gezegend met dezelfde verstandige uitgever’ – Mizzi van der Pluijm. “Een auteur die niet in zijn eigen taal kan schrijven, kan nooit een goede auteur zijn. De taal is het materiaal waarin ik mij wens uit te drukken. Als ik dat zou veranderen, zou ik mijn schrijverschap kapotmaken. Dat is geen principe, dat is trouw zijn aan mezelf.”

De discussie is bovendien eenrichtingsverkeer, zegt hij. “Je hoort in Vlaanderen nooit iemand zeggen: die W.F. Hermans, wat schrijft ie Hollands! Natúúrlijk: het ís er een. De Vlaming aanvaardt eventueel afwijkend taalgebruik. Dat is het kleinst mogelijke stapje aan empathie dat gezet moet worden.”

Scheidingsmuur

Verhulst koos aan het begin van zijn schrijverschap niet bewust voor Nederland. Hij was voor zijn eigen boekenkast gaan staan en keek welke schrijvers hem gevormd hadden. Dus stuurde hij zijn manuscript naar De Arbeiderspers, het huis van Louis Paul Boon. Nooit iets op gehoord, trouwens. Hij kwam terecht bij Atlas Contact, want ‘die noemden het een goed boek en wilden het uitgeven’.

Er is, stelt hij vast, alleszins een muur komen te staan tussen Vlaanderen en Nederland. Vriendelijk: “Maar ik heb die muur daar niet gezet. Steeds minder auteurs geraken aan de andere kant van de grens. Dat geldt zelfs voor bij jullie gecanoniseerde auteurs als Remco Campert: die worden bij ons nauwelijks gelezen.”

Geenen ziet het ook. In de bestsellerlijsten van België en Nederland komen alleen de internationale titels overeen, verder worden ze aangevuld met schrijvers uit eigen land. Uitzonderingen daargelaten: Rutger Bregman en Ilja Leonard Pfeijffer verkopen ook in België, maar een schrijver als Saskia Noort krijgt er geen voet aan de grond.

“Die sluit denk ik meer aan bij de belevingswereld van Nederland,” zegt Geenen. “En vice versa: een in Vlaanderen populaire thrillerschrijver als Pieter Aspe wil in Nederland maar niet aanslaan. Aspe zit ook bij een Vlaamse uitgeverij: niemand die hem gaat vragen zijn boeken aan te passen voor de Nederlandse markt.”

Over één ding zijn Volders, Spit en Verhulst het eens. Het is prettig werken met Nederlanders. Volders: “Soms hebben we een hele ochtend een tekst woord voor woord bevochten. En daarna kun je gewoon gezellig samen een broodje gaan halen. Het wordt nooit persoonlijk.”

Verhulst: “Nederlanders zijn veel minder achterbaks. Het is nooit gezond te veralgemeniseren, maar in Vlaanderen loop je altijd het risico dat iedereen iets tijdens de vergadering helemaal fantastisch vindt, maar dat bij de koffieautomaat het gemopper begint hoe alles anders moet. Met Nederlanders is het veel fijner werken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden