PlusStraatbeeld

'Virtueel Poëziemuseum is virtueel leuk, maar druk'

Hoe vaak zit u eigenlijk met uw neus in een dichtbundel? Of koopt u er een in de boekhandel, om daar vervolgens een hele avond lang, liggend, dromerig in te bladeren?

In het virtueel gedichtenmuseum ben je omgeven door kleurige blokken tekst, terwijl passanten en fietsers denken dat je het Rijksmuseum staat te fotograferenBeeld -

Het antwoord is waarschijnlijk: nooit tot hoogstzelden. Dat is in principe uw goed recht, maar het veelgehoorde vooroordeel dat poëzie weinig meer is dan onbegrijpelijk gepiel in de marge voor de nuffige elite, mag anno 2017 echt weleens een keer van tafel worden geveegd.

Net zoals muziek of theater is poëzie er ­in alle soorten en maten: van hermetisch en onbegrijpelijk tot aan kinderlijk eenvoudig. Het prettige aan poëzie is dat je prima kunt afstappen van de drang om het 'te begrijpen' en zodoende op ­andere niveaus kunt worden geraakt door een intrigerende beschrijving of een mooi beeld.

Knettergek
Veel gedichten van de voormalige dichteres des vaderlands, Anne Vegter, bijvoorbeeld, zijn waarschijnlijk helemaal niet geschreven om om te lachen, maar toch kun je je uitzonderlijk vrolijk maken om haar knettergekke ­gedichten met veel maffe zinnetjes als 'plop walvisachtigheid'. Probeert u vooral haar briljante bundel Spamfighter eens; u zult er geen spijt van krijgen.

Het is jammer dat zij niet is opgenomen in het virtuele Poëziemuseum, dat sinds een paar dagen op het Museumplein te 'zien' is. Het idee ­ervan is dat je een app op je telefoon installeert, en vervolgens naar het Museumplein afreist om daar, op het scherm van je telefoon, naar een soort augmented reality-museum te kijken.

Dat klinkt als een extra hindernis die je moet nemen om je te verdiepen in een genre dat het in eerste instantie toch al niet van zijn toegankelijkheid moet hebben, en dat ís het ook.

Toch is het een mooi initiatief, waarover goed is nagedacht. Als curator werd gevierd dichteres Anna Enquist aangetrokken, die carte blanche kreeg en tien Nederlandse dichters selecteerde met ieder zes gedichten.

Voor ieder wat wils
De aanstekelijke gekte van Vegter laat ze, zoals gezegd, links liggen, ten faveure van namen als Eva Gerlach, Menno Wigman en zelfs Annie M.G. Schmidt. Die laatste is nu wel genoeg bewierookt, zou je zeggen, maar het idee is waarschijnlijk dat er voor ieder wat wils moet zijn.

Hoewel het een beetje oenig voelt om met je smartphone voor je uit over het Museumpleingras te sloffen, pakt het virtuele museum wel heel aardig uit. De vormgeving is glashelder en futuristisch: je bent omgeven door kleurige blokken tekst, terwijl passanten en fietsers om je heen denken dat je het Rijksmuseum staat te fotograferen. Dat is leuk.

Het is alleen moeilijk om, zo in de drukke buitenlucht, écht op te gaan in de door Enquist zo vakkundig uitgekozen gedichten.

Dat roept meteen een andere vraag op: waarom alleen op het Museumplein? Maak het digitale paviljoen beschikbaar in alle Amsterdamse parken: er is meteen een veel groter bereik en je kunt er tenminste op je ­gemak bij in het gras gaan liggen.

Tips of opmerkingen? straatbeeld@parool.nl

Virtueel Poëziemuseum

Waar Museumplein en Appstore (iOS)/
www.poeziemuseum.amsterdam
***

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden