PlusAlbumrecensie

Violen met darmsnaren: deze uitvoering van Pelléas et Mélisande blijft zo dicht mogelijk bij het origineel

Erik Voermans
null Beeld

Pelléas et Mélisande van Debussy is een van die schaarse opera’s in het repertoire waarin een componist toegang heeft gevonden tot een klankwereld die voordien nog niet bestond. Debussy werd hierbij enorm geholpen door het libretto van Maurice Maeterlinck, dat geen ruimte bood voor de klassieke bestanddelen van een opera tot dan toe.

En dus liet Debussy de glorieuze aria’s, de grote ensembles en de verhoogde staten van muzikale emotionaliteit weg en stelde daarvoor in de plaats een soort dolende schaduwmuziek vol geraffineerde tussentinten, die volledig in dienst staan van de raadselachtige tekst.

Het hoeft niet te verbazen dat de meeste critici na de première in de Opéra-Comique in Parijs anno 1902 hun verwarring botvierden in negatieve recensies, waarvoor ze achteraf konden worden uitgelachen. Gelukkig voor Debussy waren er ook gewaardeerde collega’s als Paul Dukas, die onmiddellijk de grootsheid van het stuk herkenden.

Pelléas et Mélisande was in 2002 de eerste opera die dirigent François-Xavier Roth in zijn nog prille carrière leidde. Dat ging toen op de tast, zonder al te veel diepere gedachten, zegt hij in het boekje bij zijn net verschenen eerste cd-opname, bijna twintig jaar later en met inmiddels heel veel Debussy-ervaring.

Verdampende fragiliteit

Niet dat het er nu duidelijker op is geworden. Wie zich verdiept in de tekst van Maeterlinck komt tot de onvermijdelijke conclusie dat je in een labyrint belandt, waarin geen antwoorden mogelijk zijn. Het enige wat je als dirigent met behulp van Debussy kunt doen, is de vragen zo inkervend mogelijk te stellen.

Roth voert de opera uit met zijn orkest Les Siècles, dat een reputatie heeft opgebouwd in het zo waarheidsgetrouw mogelijk uitvoeren van de muziek die ze onder handen nemen. In het geval van Pelléas et Mélisande betekent dit onder meer dat de strijkers op darmsnaren spelen, vibrato-arm, waardoor de voortdurend verdampende fragiliteit van de muziek ideaal tot klinken komt. Meteen vanaf de openingsakkoorden zit je op het puntje van de stoel te luisteren.

Vanwege de pandemie was een uitvoering met publiek in het operahuis van Lille niet mogelijk. Voor de zangers had dit als voordeel dat ze in deze registratie niet ‘dragend’ hoefden te zingen, maar juist konden kiezen voor een intimiteit die in een livesituatie onmogelijk zou zijn.

Dat geeft Roths Pelléas een bijzondere, kamermuzikale kwaliteit die deze opname de wonderschone vluchtigheid geeft van een droom, die op de daartoe geëigende momenten – bij de impliciete momenten van dreiging en het expliciete moment van agressie (de moord Pelléas) – ook nachtmerrie-achtig kan worden.

Les Siècles spelen geweldig en ook de cast is van hoog niveau, met sterke rollen van Alexandre Duhamel als een ontroerende, want menselijke Golaud, Julien Behr als Pelléas, Jean Teitgen als een zeer fraaie Arkel en Marie-Ange Todorovitch als Geneviève. Vannina Santoni klinkt als Mélisande wat aan de zware kant, maar waarom zou het onpeilbare, kwetsbare meisje eigenlijk niet de stem van een volwassen vrouw kunnen hebben? Is het uiteindelijk niet mooier ook dít raadsel te vergroten?

Klassiek

Claude Debussy
Pelléas et Mélisande
(Harmonia Mundi)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden