PlusMuziek

Víkingur Ólafsson lokt je naar de klassieke kwaliteitsmuziek

null Beeld -
Beeld -

Deze recensie staat onder het kopje ‘klassiek’, maar je kunt je afvragen of die rubricering de lading nog wel dekt. Zeker, de IJslander Víkingur Ólafsson is een klassiek opgeleide toppianist, maar zijn muzikale belangstelling is niet begrensd en zo hoort het ook. Classificatie is in muziek begrenzing en dus beperking, terwijl het aardige nu juist is dat als je over grenzen heen kijkt er bijzondere kruisbestuivingen kunnen ontstaan.

Jazzpianist Bill Evans hield bijvoorbeeld van Debussy. Zijn impressionistische blik nam hij mee naar de sessies met Miles Davis, toen die de onsterfelijke plaat Kind of Blue opnam. Juist de grenzeloosheid maakte die muziek groter dan de som van haar delen. (Bedenk zelf nog andere mooie voorbeelden.)

Hernieuwbare bron

Reflections van Víkingur Ólafsson de nieuwe Kind of Blue noemen, gaat lichtjaren te ver, maar de IJslander heeft met zijn intieme vermenging van de muziek van Debussy met de technieken en het idioom van ambient popmuziek wel iets soortgelijks gedaan.

In het cd-boekje legt hij het als volgt uit: ‘Terwijl een interpretatie een reflectie van de uitvoerende is op de oorspronkelijke partituur, is die partituur ook een reflectie van de ideeën en indrukken die voorafgingen aan de inkt op het papier. Grote muziek is een hernieuwbare bron, die, in capabele handen, nieuw kan klinken, ongeacht of ze 300 jaar geleden of gisteren is geschreven.’

Ólafssons vorig jaar verschenen, fraaie album Debussy-Rameau diende als uitgangspunt van Reflections, waarvoor hij zielsverwante musici uit het popdomein vroeg artistiek te reageren op die werken.

Het resultaat is een bijzonder hybridische verzameling stukken, die de mensen die betoverd worden door de muziek van Einaudi, Joep Beving en anderen bijzonder zal aanspreken. En juist omdat Ólafsson Debussy en met name het werk Bruyères, uit het tweede boek met Préludes als uitgangspunt neemt, zou hij de Ein­audi- en Bevingfans met zachte hand de wereld van de klassieke kwaliteitsmuziek kunnen binnenleiden. Geen idee of dit zijn engagement is, maar het zou een mooie bijvangst zijn.

Dat het album op Deutsche Grammophon is verschenen, verbaast inmiddels niet meer. De nooddruftige grote platenlabels zijn op zoek naar nieuw publiek. En er zijn slechtere leidsmannen denkbaar dan Víkingur Ólafsson.

Elektronica

Reflections begint met een thuisopname van Bruyères. De pianoklank zal de serieuze klassiekemuziekmens de wenkbrauwen doen fronsen. Voor hen speelt Ólafsson het stuk helemaal aan het einde van de plaat nogmaals, maar dan op een vleugel. Hij doet dat eigenzinnig (veel rubato), maar sfeervol.

Van Debussy speelt hij verder Canope (op een vleugel en als thuisopname) en Pour le piano. Minder puur zijn de stukken waarin bevriende musici/componisten uit de populaire hoek elektronica loslaten op de werken van Debussy, waaronder Canope, de Sarabande uit Pour le piano en La Cupis van Rameau. De bewerkingen, alle gekenmerkt door een grote ruimtelijkheid, zijn niet allemaal even geslaagd, maar La Cupis is met de combinatie van getokkelde gitaren en piano door de leden van het Texaanse ensemble Balmorhea smaakvol onder handen genomen. L’entretien des muses, naar het stuk van Rameau, is pure lounge-chilloutmuziek.

Niet voor puristen, dit.

Klassiek

Víkingur Ólafsson
Reflections
(Deutsche Grammophon)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden