Vijftien jaar na zijn overlijden is Hazes nog altijd onsterfelijk

Vijftien jaar geleden stierf André Hazes. Op zijn sterfdag gaat de theatershow van Martijn Fischer rondom Hazes in première in het Concertgebouw. Fischer: ‘Iedereen maakt Hazes-momenten mee in z’n leven.’

Fischer als Hazes in de musical Hij gelooft in mij. Beeld ANP Kippa

Er wordt gesnikt in de zaal. Niet besmuikt, maar op standje laat-je-maar-eens-lekker-gaan-meid. Dames die de middelbare leeftijd al even ontstegen zijn, dansen voluit, handen wild in de lucht. Om schuine moppen wordt hard gelachen. Door een man met een flink deel van het assortiment van een ijzerwarenhandel om zijn nek, maar net zo goed door de man in het C&A-ruitjesoverhemd naast hem. En, zelden gezien in een theaterzaal boven de rivieren: op rij elf onderneemt een vriendinnengroep een manmoedige poging een polonaise te creëren.

Op het podium kijkt Martijn Fischer na twee uur Hazes-hits tamelijk onthutst de dampende zaal van theater De Lampegiet in Veenendaal in. “Niet slecht, voor een eerste try-out,” grinnikt hij later. De zingende acteur, die André Hazes al eerder vertolkte in musical en film, doet dat de komende maanden ook in een theatershow. Maandag, op de vijftiende sterfdag van de zanger, gaat het programma in première op voor Hazes-adepten heilige grond: het Concertgebouw in Amsterdam, waar dé vertolker van levenspop befaamde optredens gaf. 

Fischer: “Levenspop, dat woord was een vondst van Frits Spits en Hazes vond het een geweldige term. Veel meer dan met levenslied of smartlappen wilde hij met dat woord geassocieerd worden. En dat genre past precies bij wat zijn dochter Roxeanne nu op haar manier zo sterk zingt.”

Daar raakt Fischer de uitgangspunt voor dit verhaal: de artistieke erfenis van André Gerardus Hazes. Natuurlijk, zijn dat zijn succesvolle kinderen Roxeanne en Dré. Tegenwoordig wordt die laatste simpelweg André Hazes genoemd in de boulevardpers, waar de verrichtingen van hem en zijn familieleden nog altijd nauwlettend worden gevolgd. Wat dat betreft is er in anderhalf decennium weinig veranderd.

Rauwe pijn

Maar die erfenis, taxeert Fischer, is dus ook te zien op zo’n try-out in De Lampegiet. Die merkwaardige mix van oud, jong, rijk, arm, blank, gekleurd, hoogopgeleid en nauwelijks geschoold. Een melange waar theaterdirecteuren op andere avonden alleen maar van kunnen dromen. 

En iedereen blèrt, lacht en deint mee. “Dat vind ik hier in Veenendaal bijzonder, maar wat denk je van mijn optreden als André Hazes bij de Zwarte Cross, voor 20.000 hoofdzakelijk jonge bezoekers? En ze kennen allemaal wel iets van hem, hè. Ik durf de stelling wel aan dat iedere Nederlander minimaal één zin van Hazes kan opdreunen. En ook dat vrijwel iedereen een André Hazes-moment meemaakt. Zo’n moment dat een nummer van André echt bij je binnenkomt. Soms op een feestelijke avond in de kroeg, maar vaak ook bij verdrietige momenten. De rauwe pijn die hij bezong, die opdonders, die krijgt iedereen in het leven. Het is echt, het is universeel.”

Gedeelde smart(lappen), zogezegd. Ze klinken nog altijd in de theatershows van Fischer, bij thuiswedstrijden van Ajax (Bloed, Zweet en Tranen), bij de uitverkochte concerten van André Hazes junior, die ondanks zijn uitdijende eigen oeuvre de muzikale herinneringen aan zijn vader levend houdt. Zus Roxeanne zingt het werk van haar vader alleen nog tijdens Holland Zingt Hazes. “Nederland houdt onophoudelijk van André Hazes en zijn muziek is exact vijftien jaar na zijn overlijden nog steeds onsterfelijk,” melden de organisatoren van het evenement, die de Ziggo Dome in Amsterdam in maart volgend jaar uit hopen te verkopen.

Indrinken, uiteraard met Heineken, doen de bezoekers dan het liefst in de Eddy Bar, de donkerbruine kroeg in de Gerard Doustraat in De Pijp, ooit een van de vaste adresjes van Hazes senior. Fischer: “Ik ben daar laatst geweest voor promotieactiviteiten voor deze theatertoer. Ik zag hem daar wel zitten, de grote kleine man. Linkerhand op zijn heup, rechterhand om een vaasje bier, pink omhoog. Later een kaartje leggen, misschien. De eigenaresse uit Andrés tijd is overleden, een jong stel heeft het café overgenomen. Maar ze hebben besloten de hele inrichting en sfeer intact te laten, geweldig natuurlijk.”

Bloemen

Om de hoek ligt de Albert Cuyp, waar de 8-jarige Hazes al zong. Op de hoek van de Albert Cuypstraat en de Eerste Sweelinckstraat onthulde zijn ontdekker Johnny Kraaijkamp senior maandag veertien jaar geleden een standbeeld van de zanger, zittend op een barkruk. Nog dagelijks leggen fans bloemen bij het beeld. “Wat ik zo mooi vind, is dat het beeld net zo groot is als André was. Heerlijk detail,” grijnst Fischer.

Na vijftien jaar nog altijd beluisterd, herdacht, meegezongen. Dankzij die persoonlijke André Hazes-momentjes die iedereen heeft, knikt Fischer. Hij heeft er zelf twee. “Ik speelde André in de musical Hij gelooft in mij toen ik zelf in scheiding lag. Die muziek kwam toen natuurlijk extra binnen en dat was juist onhandig. Door mijn persoonlijke pijn en verdriet werd ik bijna André Hazes, terwijl ik hem alleen maar zo goed mogelijk wilde spelen.”

Het tweede momentje van Fischer is onschuldiger: “Toen ik een jaar of 12 was, verhuisde ik met mijn moeder van de Utrechtse binnenstad naar Bunnik. Ik was volgens mij net mijn kamer aan het inrichten toen mijn overbuurjongen langskwam met de nieuwe single van Hazes, Zeg maar niets meer. Hij vergat hem mee te nemen toen hij naar huis ging. En dat was precies waarop ik hoopte.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden