Plus Interview

Vijf jaar oorlog in tachtig verhalen

Tachtig mensen vertellen in het boek Wij overleefden van Sytze van der Zee hoe zij als kind de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. Een boek over de vijf oorlogsjaren: van de Duitse inval, de bombarde­menten, de razzia’s en het verzet tot de bevrijding.

Auteur Sytze van der Zee had zich voorgenomen de oorlog te laten rusten. ‘Maar de oorlog hield me bezig.’ Beeld Wouter le Duc

De Amsterdamse John Blom is tien jaar als de oorlog uitbreekt. Aanvankelijk krijgt hij er weinig van mee, maar twee jaar later moet hij een ster dragen. Elke avond zit hij voor het raam en ziet vanuit de erker van zijn huis in Zuid hoe ­politiemannen Joden uit hun huizen halen. In september 1942 gaat ook bij hem de bel.

Het verhaal van de Joodse John Blom, geboren in 1930 en zoon van de banketbakker van Maison Blom, maakte diepe indruk op Sytze van der Zee. “Het is een schrijnend beeld. Je ziet dat jongetje voor het raam zitten wachten tot het hun beurt is. Je kijkt door zijn ogen mee,” zegt Van der Zee (80).

In zijn boek Wij overleefden. De laatste ooggetuigen van de Duitse bezetting wordt aan de hand van persoonlijke verhalen van tachtig mensen de chronologie van de oorlog verteld: van de inval, het bombardement van Rotterdam, de Februaristaking, invoering van anti-Joodse maatregelen, deportaties, van vernietigingskampen en het verzet tot de bevrijding en de naoorlogse perikelen.

Dit boek gaat niet over de oorlog, maar over mannen, vrouwen en kinderen in de oorlog, schrijft Van der Zee in zijn voorwoord. De geïnterviewde personen zijn 80-, 90- en 100-jarigen. ‘Stemmen uit een ver verleden.’ Het zijn de laatste ooggetuigen: koeriersters, frontsoldaten, verzetsmannen en Joodse vervolgden, die in de oorlog tussen de 5 en 22 jaar oud waren.

Abstract begrip

“Ik wil laten zien hoe diep de oorlog erin heeft gehakt, ook op microniveau, en welke verwoestende werking die op de mensen heeft gehad. De Jodenvervolging is een abstract begrip. De persoonlijke tragiek laat zien hoe erg het was.”

Van der Zee, voormalig hoofdredacteur van Het ­Parool, heeft verschillende boeken over de oorlog geschreven. Deze verhalen leverden hem ­nieuwe inzichten op. ‘Het bleek soms erger dan gedacht,’ schrijft hij.

“Neem de Amsterdamse Beppie Bosboom, die zonder krullen en toeters vertelt wat haar gezin is overkomen. Vader is een simpele postbode, die van de Duitsers zijn beroep niet meer mocht uitoefenen en van de ene op de andere dag verdween. Bij de Amsterdamse politie durfden ze geen navraag te doen. Die waren fout, zei ze.”

De Amsterdamse Virry de Vries Robles, geboren in 1932, vertelt hoe zij in juli 1943 op haar ­autoped naar oma wilde rijden. Haar moeder zei slechts: ‘Ze is er niet.’ Waar oma dan was, kreeg ze niet te horen. Eind 1943 wordt het gezin opgepakt en komt De Vries Robles in Westerbork ­terecht. Hun transport naar Bergen-Belsen ging vanwege de Spoorwegstaking niet door.

Bedrijfsongeval

Ernst Verduin (1927) spreekt over het leven in Auschwitz en Buchenwald. Hij weet er zijn hachje te redden door zijn duim tussen twee kiepende wagens te steken. Na een bedrijfsongeval spaarden ze je en ging je niet naar de gaskamer, zoals bij een ziekte, zegt hij.

Kinderen van verzetsstrijders, NSB’ers en SS’ers komen ook aan het woord. Nol Koot – de zoon van de beruchte NSB’er Hendrik Koot, die zich had aangesloten bij de WA, de Weerbaarheidsafdeling van de NSB – vertelt hoe hij zich net als zijn broers aansloot bij de Jeugdstorm. Hij genoot van de gemeenschapszin, zegt hij.

Ook de naoorlogse drama’s komen aan bod. Hans Aussen (1926) zat drie jaar ondergedoken en spreekt van ‘bewariërs’, aan wie zijn ouders het meubilair en andere spullen ter bewaring hadden afgegeven. Sommigen gaven na terugkeer de spullen terug, anderen schrokken zichtbaar.

Dries Blommers (1931), kind van de chauffeur van NSB-leider Anton Mussert, rept over naoorlogse perikelen van andere aard. Geen school wilde hem meer hebben. ‘Ik behoorde tot het uitschot.’

Van der Zee is ook kind van een NSB’er: “Ik was zes jaar oud toen mijn vader na de bevrijding werd opgepakt. Uit angst verstopten we ons in de keuken. Ik werd uitgescholden tot mijn dertiende. Iedereen in de buurt wist van ons verleden. Mijn oudste broer zat bij de Jeugdstorm.”

Gesmoorde gesprekken

Hij heeft een tijd geprobeerd het verleden van zich af te zetten. “Ik schommelde heen en weer. Ik verafschuwde wat mijn vader had gedaan, maar soms dacht ik: ach, het valt wel mee.”

In 1997 schreef hij het boek Potgieterlaan 7 over zijn jeugd en zijn ‘foute’ vader. “Na dat boek dacht ik: nu is het mooi geweest. Maar de oorlog hield me bezig.”

Met zijn vader heeft hij er nooit over kunnen praten. “Mijn moeder smoorde steeds die gesprekken. Ze zei dat hij zelf een slachtoffer was. In de auto samen met hem begon ik erover. Hij antwoordde: ‘Wat heb jij nou meegemaakt?’ Dat mijn vader nooit de moeite heeft genomen zich te verontschuldigen over wat hij zijn kinderen heeft aangedaan, vind ik erg.”

Zoals Nol Koot het mooi verwoordt over zijn NSB-familie: ‘Hun oorlog was afgelopen, de ­mijne ging verder.’

Sytze van der Zee, ‘Wij overleefden’. Prometheus, 464 blz., € 22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden