PlusAchtergrond

Verzetsverhaal in dans: hoe Paroolverspreider Van der Togt het kamp overleefde

Dansgroep Haarlem vertelt in de dansvoorstelling Dagboek 44 45 het oorlogsverhaal van Hetty van der Togt, een van de medewerkers van het illegale Parool. Een dans over het verzet, uitgestane angsten, opsluiting in kampen, bombardementen en de uiteindelijke bevrijding.

Hanneloes Pen
Elke danser verbeeldt in de voorstelling Dagboek 44 45 verschillende type mensen met verschillende karakters. Beeld Rutger Vos
Elke danser verbeeldt in de voorstelling Dagboek 44 45 verschillende type mensen met verschillende karakters.Beeld Rutger Vos

Een kleine twintig dansers lopen in een lange rij achter elkaar aan: van links naar rechts over het podium. Blik op oneindig. De oorlog is net uitgebroken en de massa loopt met uitdrukkingsloze gezichten achter elkaar aan. Dan stopt abrupt een van de dansers en steekt de hand omhoog. Deze enkeling protesteert tegen de bezetting. Maar de massa kijkt op noch om.

Zo begint de dansvoorstelling over het oorlogsverhaal van Hetty van der Togt (1924-2011) uit Den Haag. Van der Togt was tijdens de oorlog ‘hoofd verspreiding van Het Parool’, schreef ze zelf op een formulier van het na de oorlog opgerichte Afwikkelingsbureau Concentratiekampen.

Als middelste kind in een gezin van vijf kinderen kon Van der Togt de onrechtvaardigheid van de Tweede Wereldoorlog niet aanzien en ging, net als twee andere zussen, de illegaliteit in.

Haar verhaal werd pas bekend toen haar kinderen na haar dood in een klein rood tasje op zolder met potlood geschreven en klein opgevouwen dagboekaantekeningen en andere documenten vonden. Van der Togt had haar verhaal nooit aan haar kinderen verteld. “Als we naar de oorlog vroegen, zei ze: ‘Ik bracht krantjes rond’. Verder deed ze geen mededelingen, want: ‘Daar praat je niet over’,” vertelt haar dochter Dorien Hoogeweegen (62), nadat ze eindelijk te weten was gekomen wat haar moeder in de oorlog had meegemaakt.

Twee vlooien in een doosje

Van der Togt was op 5 mei 1944, vermoedelijk na verraad, in Den Haag gearresteerd toen ze bij een contactadres aankwam, waar ze waarschijnlijk illegale kranten zou ophalen. Ze werd direct opgesloten in het beruchte Oranjehotel, de strafgevangenis in Scheveningen waar meer medewerkers uit de Paroolgroep gevangen hadden gezeten, onder wie Frans Goedhart, de oprichter van de Nieuwsbrief van Pieter ’t Hoen (de voorloper van het illegale Parool), redactielid/politicus ‘Stuuf’ Wiardi Beckman, journalist Lex Althoff en Wim van Norden.

De gevangenen kampten er met honger, eenzaamheid, uitzichtloosheid en verveling. Hetty van der Togt zat er vijf weken opgesloten. Ze had twee vlooien in een doosje waar ze voor zorgde.

Vervolgens kwam ze via Kamp Haaren en Kamp Vught in Ravensbrück terecht, in september 1944, waar ze met haar dagboekaantekeningen begon. Een maand later werd ze in het Agfa-commando, een buitencommando van Dachau, tewerkgesteld. In de Agfa-fabriek moest ze ontstekingen voor granaten assembleren.

De productie werd op 23 april stilgelegd en de gevangenen werden geëvacueerd. In steekwoorden en korte zinnen op kleine flinterdunne briefjes beschreef ze wat ze meemaakte. De briefjes smokkelde ze mee op haar tocht naar diverse kampen en op dodenmars.

Tijdens de eerste nacht van de dodenmars, op 27 april 1945, wist ze samen met vijf andere vrouwen, die ze al langere tijd kende, te ontsnappen. Via Zwitserland, Frankrijk en België kwam Van der Togt op 22 mei 1945 terug bij haar familie in Den Haag. Het ouderlijk huis in het Bezuidenhout was gebombardeerd. Na de oorlog trouwde ze met haar jeugdvriend en kreeg zes kinderen.

Hetty van der Togt. Beeld Familiearchief
Hetty van der Togt.Beeld Familiearchief

Oorlogsarchieven

Haar dochter Dorien ploos na de vondst van de dagboeknotities door verschillende oorlogsarchieven en bezocht de plekken waar haar moeder na haar arrestatie terecht kwam.

Ze wilde het verhaal van haar moeder op het podium graag tot leven brengen, schreef een script en mailde choreograaf/artistiek leider Haya Maëla van Dansgroep Haarlem van wie ze vijf jaar geleden een dansvoorstelling over gevangenschap in De Koepel in Haarlem had gezien.

“Mijn moeder kon haar verhaal zelf niet vertellen. Daarom vond ik een film of documentaire niet gepast en dacht aan een dansvoorstelling omdat haar verhaal dan zonder woorden wordt verteld.”

Maëla ging op haar verzoek in, maar besloot het script enigszins aan te passen. In de voorstelling wordt de leidraad van het dagboek gevolgd: het verzet van Van der Togt, haar arrestatie en gevangenschap in het Oranjehotel, haar transport naar Dachau, het uren op appèl staan, het werken in de fabriek, de bombardementen van de geallieerden, de dodenmars en de bevrijding.

Het pragmatische type

“Het is weliswaar gebaseerd op Hetty’s verhaal maar kijkt verder dan dat. Er is immers al zoveel gezegd en geschreven over de oorlog. Ik wil de gevoelens van de verzetsmensen overbrengen. Hoe overleef je erbarmelijke omstandigheden? Hoe houd je de moed erin? Ik gebruik Hetty’s verhaal maar maak het verhaal breder.”

Alle dansers verbeelden in de voorstelling verschillende type mensen met verschillende karakters. Maëla: “Zoals de gefrustreerde, apathische of de egoïstische. Hetty was een pragmatisch type: een vrouw die de schouders eronder zette. In de kampen hielden de vrouwen uit haar groep Hetty en elkaar op de been. Niemand liet elkaar los. Mede door die saamhorigheid overleefde ze het.”

De voorstelling Dagboek 44 45 wordt op 29 en 30 april en 1 mei gespeeld in het Oranjehotel in Den Haag. Op 4 mei is het te zien in De Schuur in Haarlem in het kader van Theater na de Dam. Info: dansgroephaarlem.nl

Het dagboek: ‘In dunne jurk naar barak 10'

Het dagboek van Hetty van der Togt begint op 5 september 1944 en eindigt op 21 mei 1945.

Haar eerste dagboekaantekening gaat over het vrouwenkamp Ravensbrück waar ze in september 1944 terecht kwam. ‘Indruk ellendig. Eerst in ’n vuile tent, later naar ‘dijk’, ’s nachts in open lucht. Geen eten alleen wat koffie.’

Drie dagen later: ‘Geslapen op ’t plein (…) Alles afgepikt en in dunne jurk naar barak 10.’

Op 22 september: ‘Zand scheppen.’

Half oktober ging ze naar het Agfa-commando, een buitencommando van Dachau. Begin januari waren er hevige bombardementen. ‘Je gedachten gaan even naar huis, gelukkig weten ze niet wat je op dat moment doorleeft.’

Op 27 april werd het kamp ontruimd en moesten de gevangenen op dodenmars. Samen met vijf andere vrouwen wist ze op de tweede dag te ontsnappen. ‘’Mams is jarig, de dag van ’t transport, maar tevens het verlaten van ’t concentratiekamp, buiten ’t prikkeldraad. Om drie uur gewekt. Vertrek in de regen. ’t Gaan was erg vermoeiend. Erge spierpijn. (…) Onderweg uitvoerig alle mogelijkheden besproken. Om ‘m te smeren.’

Dat lukte. ‘Weg van de moffen. De vrijheid in. In ’n dennenbos ons verstopt, plensregen.(…)

Op 30 april tijdens het verblijf bij een klooster zag ze haar Amerikaanse bevrijders: ‘Ja, waarachtig, echte machtige Amerikaanse tanks (…) Direct er naar toe gerend, ogenblik om nooit te vergeten, ’t moment waar we al 5 jaar naar verlangd hebben. We zeiden: ‘We are Dutch prisoners’, nee zeiden ze: ‘You were.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden