Plus

Verzamelaars tonen gekoesterde schatten vol nostalgie

Fotograaf Maartje ter Horst portretteert bevlogen mensen die een klein museum bestieren, met vaak wonderlijke collecties. 'Als je het niet verzamelt, is het ineens weg.

Christ Boelens in het jukeboxmuseum Beeld Maartje ter Horst

Ja, hoe is het zo gekomen? Bijna ­altijd door verzamelwoede. Door hobbyisme dat uit de hand liep. Daarna was er maar één oplossing: we maken er een museum van. En trots dat ze zijn, de mannen die vertellen over ­radio's, ­tabakspijpen, zandlopers, jukeboxen, de geschiedenis van Zuilen. Het is hun leven. Het houdt ze in leven. Ze koesteren en verzorgen hun waren, nemen er alle tijd voor - en iedereen mag komen kijken.

Hennie Bijkerk (70) liep in 1988 op een rommelmarkt in Ootmarsum. Van een meisje kocht hij, om haar een plezier te doen, een zandloper. Tegenwoordig heeft hij er - in Enschede - ruim 3200 (naast 800 kookwekkers). "Mij fascineert alles met tijdsduur waarop je niet kunt zien hoe laat het is."

Henk de Groot (87) besloot zestig jaar geleden radio's te verzamelen. "Want als je dat niet doet, zijn ze weg," zegt de inwoner van Hengelo. "Het is nostalgie, de toegang tot een ander leven."

Verzamelgen
Zo'n 35 jaar geleden kwam het verzamelgen tot leven dat Wim van Scharenburg (70) in zich had. "Van een mevrouw kreeg ik zes oude foto's van het straatleven in Zuilen, dat tot 1 januari 1954 een zelfstandige gemeente was. Nu hoort Oud-Zuilen bij Stichtse Vecht en je hebt het Utrechtse wijkdeel Zuilen. Er ging een knop om: ik zou de geschiedenis van Zuilen bewaren in foto's en gebruiksvoorwerpen. De herinnering mag niet verloren gaan."

In zijn Brabantse landgoed Den Hulst, niet ver van Sint-Oedenrode, restaureert Christ Boelens (80) jukeboxen. Zijn voorkeur voor de muziek uit de jaren+ vijftig en zestig bracht de liefde op gang voor dat unieke apparaat. "Ik verkoop ze ook en elke keer doet dat pijn. Het begon veertig jaar geleden, toen ik er bij toeval een zag staan bij het grofvuil. Ik restaureerde hem en ging ermee door."

Pijprokers
Don Duco verzamelde vanaf 1970 pijpen. In 1996 maakte hij er het Amsterdam Pipe Mu­seum van en daar leidt erfgoedspecialist Benedict Goes bezoekers rond. "De oprichter vond het onbegrijpelijk dat je in historische musea nooit pijpen zag. Terwijl heel, heel veel mannen in de Nederlandse geschiedenis pijprokers zijn geweest," zegt Goes (56), zelf ook pijproker.

Het pijpenmuseum

In het Amsterdam Pipe Museum zijn 2500 tabakspijpen te zien; sierlijk, ­curieus of puur functioneel. Rondleider Benedict Goes wijst op een porseleinen exemplaar uit 1748. "Mijn favoriet, nog in de cadeauverpakking. ­Gemaakt in een fabriek in Meissen, Duitsland."

Een pijp is een mooi object, vindt hij. "De tabak is ook verfijnder en zuiverder dan sigaretten-tabak." In de museumshop wordt veel tabak verkocht. "Er zijn veel meer pijprokers dan je in het openbaar nog ziet," zegt Goes.

De beroemdste pijp is die van wijlen prins Bernhard, met het wapen van Lippe-Biesterfeld. De prins heeft hem zelf geschonken. Te verwachten maar toch afwezig is een pijp van Harry Mulisch; die liggen allemaal in zijn oude werkkamer.

Beeld Maartje ter Horst

Het jukeboxmuseum
Het is een feest van licht en kleur in het jukeboxenmuseum in Sint-­Oedenrode. 125 sierlijke gevaartes staan in rijen langs de muur. Het zijn Wurlitzers, AMI's, Rock-Ola's, See­burgs. Alle jukeboxen werken (en zijn te koop); in elk apparaat heeft Christ Boelens één single geplaatst, zodat er overal iets te beluisteren valt.

Duizenden singletjes staan in bakken op tafels. "Mooier kan toch niet? Je maakt je eigen muziekselectie en ze zijn decoratief." Hij restaureert de ­apparaten met originele materialen, zijn grote passie. De Rock-Ola 1428, gebouwd in 1948, heeft wel een fikse prijs: 10.950 euro.

Beeld Maartje ter Horst

Het zandlopermuseum
"Die spanning hè, ga ik er weer een vinden?" Zoveel hij kan, zoekt Hennie Bijkerk rommelmarkten en kringloopwinkels af, voortdurend komen er exemplaren bij. "Deze, afgelopen zondag: 1 kilo."

In een verbouwde schuur in zijn ­Enschedese achtertuin heeft hij zijn Zandlopermuseum ingericht: 60 vierkante meter met 50 meter vitrine. Ze zijn in soorten gerangschikt. Hout, metaal, functioneel, sier, relatie­geschenken, souvenirs, gebruiks­artikelen, klein, groot: 3200 stuks. "Dat het er zoveel zouden worden, wie had het kunnen denken."

Een keer per jaar stoft hij ze allemaal af. Dat moet kortgeleden zijn geweest: de zandlopers blinken net zo tevreden als hij.

Beeld Maartje ter Horst

Het radionmuseum
In een buitenwijk van Hengelo staat het Radio Museum van Henk de Groot. Vitrines vol radio's uit de jaren 20 tot 60, met dat typische design en wijzerplaten met namen als Hilversum, Schaerbeek, Luxembourg en Beromünster. Ze werken nog, op de lange golf klinken stemmen op uit het geruis.

De Groot, ooit elektrotechnicus, kan prachtig vertellen. "Kijk, dit is de eerste radio van Philips, 't Broodje. Losse luidsprekers, 40 meter antennedraad." Hij praat over ­radiolampen die eerst moeten opwarmen, weerstanden, condensatoren, triodes, schakelingen. "Mooi hè?"

Beeld Maartje ter Horst
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden