PlusInterview

Vertaler Rokus Hofstede: ‘Dat ik de prijs kreeg, was eerder schrikken dan onmiddellijke euforie’

Rokus Hofstede krijgt donderdag de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2021 voor zijn vertalingen uit het Frans. De jury noemt zijn oeuvre ‘een indrukwekkende prestatie van zeer hoge klasse’.

Rokus Hofstede: ‘Tot de jaren zeventig was het Frans hier een taal met prestige, die veel vertaald werd. Daarna is het snel gekelderd.’ Beeld
Rokus Hofstede: ‘Tot de jaren zeventig was het Frans hier een taal met prestige, die veel vertaald werd. Daarna is het snel gekelderd.’

Hij vertaalde grote Franse schrijvers als Pierre Michon en George Pérec. Hij droeg bij aan de doorbraak in Nederland van ‘koningin van de memoir’ Annie Ernaux. En onlangs brak Rokus Hofstede (62) met twee vertalingen een lans voor de Nederlands-Zwitserse wiskundeleraar en kroniekschrijver Henri Roorda, die – passend bij de wrange ironie van zijn werk – pas doorbrak met Mon suicide, voor het eerst uitgegeven in 1926, waarin hij zijn in 1925 volvoerde zelfmoord beraamt. Donderdag krijgt Hofstede daarvoor de Martinus Nijhoff Vertaalprijs 2021, waaraan een bedrag van 35.000 is verbonden.

Het nieuws van de Martinus Nijhoffprijs werd in december al bekend. Wat ging er door u heen toen u het nieuws hoorde?

“Ik voelde het koude zweet langs mijn rug lopen. Het was eerder schrikken dan onmiddellijke euforie. Ik ben een beetje een laatbloeier in veel opzichten en ook mooie dingen dringen met vertraging tot mij door.”

U geldt als pleitbezorger voor Franse literatuur, terwijl we in Nederland vooral Angelsaksisch zijn georiënteerd. Hoe ervaart u dat?

“Ik heb me ooit verbitterd uitgelaten over de teloorgang van het Frans in het Nederlandse taalgebied. Tot de jaren zeventig was het Frans hier een taal met prestige, die veel vertaald werd. Daarna is het snel gekelderd. Dat is in Frankrijk ook niet onopgemerkt gebleven, klagen over het verlies aan grandeur is een van de nationale sporten.”

“Ik erger mij aan de stilzwijgende hegemonie van Angelsaksische literatuur. Het zit in de mindset – kijk, daar heb je het al! – in onze cultuur om onszelf als satelliet van de Angelsak­sische wereld te zien.”

U gooide vorig jaar hoge ogen met uw vertaling van Les années van Annie Ernaux, De jaren. Een onverwacht succes, u hebt er hard voor op moeten aandringen bij De Arbeiderspers.

“Ik moet bekennen dat ik er zelf eerst overheen had gelezen; het was al in 2008 verschenen en pas begin 2016 ben ik zwaar gaan lobbyen, het succes in Duitsland en Engeland hielp daarbij. Maar dat het zo zou aanslaan, had ik ook niet verwacht.”

Ernaux verbindt zonder ooit de ik-vorm te gebruiken persoonlijke herinneringen aan de Franse én de wereldgeschiedenis over een spanne van meer dan zestig jaar.

“Bij het vertalen bleek me eens te meer wat een meesterwerk het is. Ik vind het een fenomenaal boek, met een ingehouden, afstandelijke, koele stijl en een superieure ironie. Waarom het toch ook ontroert en je raakt is dat je jezelf in die zestig jaar kunt inbedden, je wordt je bewust van je eigen vergankelijkheid. Iets van de ijlte van je eigen leven dat voorbij zoeft zonder dat je het in de gaten hebt, dringt tot je door.”

“Ik had het gevoel dat ik op de een of andere manier samenviel met dit boek. Ik ben een man die een vrouw vertaalt, dus ik val a priori helemaal niet samen. Met een Française uit een arbeidersmilieu bovendien, en ik een Nederlander uit de middenklasse. Maar ik kon helemaal opgaan in haar stijl. Intussen is ook wel duidelijk dat niemand per se dezelfde identiteitskenmerken moet hebben als de auteur die je vertaalt.”

U doelt op de affaire rond de vertaling van Amanda Gorman?

“Precies. het leuke is: we moeten de aanstichters van die rel erkentelijk zijn. Zij hebben bereikt wat wij als verzamelde vertalers al tientallen jaren proberen zonder erin te zijn geslaagd: de vertaler zichtbaar maken. Hoewel er veel flauwekul is beweerd aan weerszijden van die stellingenoorlog. Ik denk dat je goed kunt betogen dat er meer diversiteit in de literaire wereld en de vertaalwereld wenselijk is, dat emancipatoire acties nodig zijn – zonder dat je restricties opwerpt aan wie wat waar mag vertalen.”

Hofstede vertaalde de hier onbekende Nederlands-Zwitserse chroniqueur Henri Roorda. Beeld Richard Aeschlimann
Hofstede vertaalde de hier onbekende Nederlands-Zwitserse chroniqueur Henri Roorda.Beeld Richard Aeschlimann

Na Ernaux verschenen dit jaar twee vertalingen van nog een ‘ontdekking’ van u: Henri Roorda, een in Zwitserland getogen Nederlander die kronieken schreef in kranten en zijn zelfmoord opmerkelijk opgewekt aankondigt in het boekje Mijn zelfmoord.

“Allerprachtigste boeken zijn het geworden, Mijn zelfmoord in herziene versie en een bloemlezing van zijn stukken die hij schreef onder het pseudoniem Balthasar als Het vrolijke pessimisme. Daar heb ik heel veel leeswerk naar verricht en in archieven geplozen én uitgeverij Boom Filosofie ervan overtuigd ze uit te geven. Een montere zwartkjker was hij, zijn proza is onnavolgbaar. Hij had een emotioneel temperament, de neiging tot zwaarmoedigheid, een verlicht denker en een verkwister met een gat in zijn hand.”

Toen hij 55 was, had hij geen spaargeld en zag hij een leven van sleur en aftakeling voor zich. Hij trok daaruit een nuchtere consequentie – je kunt Mijn zelfmoord zien als macaber, maar hij maakt zijn overwegingen wel heel invoelbaar.

“Pas honderd jaar na dato begint door te dringen dat het een kwestie van humanisme is mensen zelf te laten bepalen of ze willen voortleven. Ik denk dat hij leed aan chronische depressie en dat hij ironie, verve, spot en humor gebruikte als zelfmedicatie om zich staande te houden. Maar als je gaat turven hoeveel redenen hij geeft om eruit te willen stappen, kom je op meer dan een dozijn. Hij was een buitenbeentje, die man met die veel te lange benen uit dat pacifistische, anarchistische nest. Het zijn geen dijenkletsers die hij heeft geproduceerd, het zijn geen boeken waarmee je schaterlachend van de bank rolt. Maar het zijn boeken vol grimlachjes.”

Henri Roorda, Het vrolijke pessimisme;
vertaald door Rokus Hofstede,
Boom Filosofie, €20, 200 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden