Vernieuwd museum Ons' Lieve Heer op Solder na zes jaar verbouwen open

Het vernieuwde museum Ons' Lieve Heer op Solder gaat open na zes jaar verbouwen en stort zich op een maatschappelijke taak: het gaat zich met het vmbo verdiepen in allerlei aspecten van tolerantie.

Werklui leggen de laatste hand aan een nieuwe ruimte die bij het museum getrokken is Beeld Mats van Soolingen

Wie er jaren niet meer geweest is, zal opkijken. De geel-groene kleur van de ruim 350 jaar oude huiskerk Ons' Lieve Heer op Solder heeft plaatsgemaakt voor dodekoppaars, oftewel oud-roze.

'In de zeventiende eeuw was de kerk bruin, in de achttiende eeuw blauw en in de negentiende eeuw dodekoppaars. We hebben de kerk teruggebracht naar het jaar 1862,' zegt directeur Judikje Kiers, die samen met conservator Thijs Boers een rondleiding geeft door de gerestaureerde zolderkerk, het bijbehorende woonhuis en het belendende gebouw, dat twintig jaar geleden is aangekocht en nu de entree is.

Boers: 'Hadden we de zeventiende- eeuwse situatie willen restaureren, dan hadden het mooie orgel en het altaar eruit gemoeten. En dat wilden we natuurlijk niet.'

De restauratie en de uitbreiding namen zes jaar in beslag - het museum bleef intussen open - en kostten elf miljoen euro, opgebracht door onder meer de gemeente, de provincie Noord-Holland, fondsen en particulieren.

Oprichting
Stichter van de huiskerk was de welgestelde katholieke Duitse koopman Jan Hartman (1619-1668), die in 1661 het grachtenpand Oudezijds Voorburgwal 40 en de erachter gelegen twee steegwoningen in de Heintje Hoekssteeg kocht. Hartman richtte de drie bovenste etages van de panden in als kerk en ging zelf met zijn vrouw en vijf kinderen aan de gracht op de bel-etage en de eerste etage wonen. De eerste priester, Petrus Parmentier, een missionaris uit Gent die zieltjes moest winnen, betrok een van de steegwoningen.

De protestanten hadden in 1578 de macht in de stad overgenomen, waarna katholieken niet meer hun mis konden houden in de officiële kerken. Katholieke huiskerken, waarvan Amsterdam er meer dan twintig kende, werden gedoogd. Ze mochten echter van buiten niet als zodanig herkenbaar zijn, dus geen kruis op het dak hebben. 'Er waren spelregels aan verbonden,' aldus Boers.

Hij wijst vanaf de eerste balustrade naar de stoelen in de kerk. 'Vroeger nam iedereen zijn eigen stoel mee naar een dienst. Er heerste bovendien een hiërarchie. Aan de zijkant waren de herenbanken voor de notabelen, in het midden - in de 'kerktuin' - zaten de bejaarde dames uit het katholieke bejaardenhuis Vredenburgh. Die plek werd ook wel oneerbiedig het schapenhok genoemd.' Op de grond liggen, zoals vroeger, biezen matten, die uit Engeland zijn overgevlogen.

Museum
De zolderkerk, die tot 1887 in gebruik was, is inmiddels een drukbezocht museum. Tien jaar geleden kwamen er jaarlijks zo'n vijftigduizend bezoekers, nu ruim honderdduizend. Dat was ook de reden om uit te breiden. In het buurpand is de entree, met een winkel, een café, een garderobe en een educatieve ruimte. Via een ondergrondse doorgang komen de bezoekers in de woningen van Hartman en Parmentier en de kerk.

Met de restauratie heeft het museum een nieuwe ambitie gekregen. Het gaat samen met vmbo-scholen aan een programma over tolerantie werken. Kiers: 'We willen vanuit het verleden inspringen op de actualiteit. We zien het als onze maatschappelijke taak. Wat betekent tolerantie als het gaat over bijvoorbeeld homoseksualiteit, vluchtelingen en vrijheid van meningsuiting.'

In de kerk, sinds 1888 een museum, hangen replica's van negentiende-eeuwse gaslampen, die destijds van gas uit de Westergasfabriek werden voorzien. Boers: 'Nee, ze zijn niet echt en ook niet aangesloten op gas. Dat is te gevaarlijk, maar ze flikkeren wel net als vroeger.'

Restauratie
Petrus, een imposant beeld van lindehout en onderdeel van een beeldenpaar met Paulus, is na een grondige restauratie weer terug in het museum. Het beeld werd ooit gemaakt voor schuilkerk De Pool, de zusterkerk van Ons Lieve Heer op Solder.

Tijdens de restauratie van het museum kwamen uit een beerput tal van schatten tevoorschijn: theekopjes, aardewerken kookpotten en borden, pijpenkoppen, glazen, flessen, kwispedoren. Bij funderingswerkzaamheden stuitte men op een houten zeepziederskuip uit ongeveer 1460. In de drie panden huisden onder een meer een zeepmakerij, een bierhandel en een café, genaamd Het Vergulde Engeltje.

In de fietsenstalling werd een oude deur gevonden. Boers: 'We hebben gewoon met die deur door de panden gelopen. Hij bleek te passen op een kast in de sacristie.'

Koningin Máxima verricht de heropening op 22 september. Een dag later kan het publiek via het nieuwe entreegebouw naar binnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden