PlusRecensie

Verfijnde beentjes en lompe vormen: hier spreekt het plezier in het experiment

De Graaffs wat schrale stijl van jaren terug is geëvolueerd tot een soort pointillisme à la Georges Seurat.  Beeld Peter de Graaff
De Graaffs wat schrale stijl van jaren terug is geëvolueerd tot een soort pointillisme à la Georges Seurat.Beeld Peter de Graaff

Een ‘ongespecificeerde menselijke aanwezigheid’ loopt als een rode draad door het oeuvre van Peter de Graaff. Op de schilderijen die hij elf jaar geleden toonde bij Suzanne Biederberg Gallery waren interieurs en een enkele bossage te zien die oogden als decors waar de acteurs net uit waren weggelopen. Ze stonden een beetje bleekjes op het doek, met vage contouren die zonder de mensen om ze bij elkaar te houden bijna leken op te lossen. Door de voorstellingen heen flakkerden onderliggende beelden, alsof je keek naar dubbel belichte fotonegatieven.

Ook in de nieuwe serie schilderijen klinken dat soort spookbeelden door. Het is verleidelijk er kunsthistorische of schilderkunstige referenties in te lezen: het ruitjespak van Picasso’s harlekijn of de stukjes tape waarmee voorstellingen tijdens het schilderen worden afgeplakt.

Er staan nu wel mensen op, maar die moeten het – op één geval na – stellen zonder hoofd. De afwezigheid van een herkenbaar gezicht maakt de lichamen anoniem. Het worden hompen, bijna onherkenbaar als persoon. Dat geldt zeker voor het innig gearmd koppel van wie de voeten nog te ontwaren zijn maar de jassen zich vermengen in een kleurkluwen.

Het is alsof die mensen voor De Graaff niet meer dan een aanleiding zijn om zijn kwasten te pakken. Hij had natuurlijk helemaal abstract kunnen gaan, maar waarschijnlijk heeft hij dat figuratieve element nodig om zichzelf richting te geven. En de kijker een ingang te gunnen tot zijn werk.

Teddybeer

Maar eenmaal binnen is het gedaan met de aanwijzingen. Want wie die mensen zijn, waarom een timmerman en een loodgieter samen poseren of een man op stap gaat met een levensgrote teddybeer in bergschoenen: geen idee. Het doet er ook niet toe. Wat er wel toe doet is hoe het allemaal is weergegeven.

De Graaffs wat schrale stijl van jaren terug is geëvolueerd tot een soort pointillisme à la Georges Seurat. Witte horizontale streepjes brengen volume en beweging in kleurvlakken zonder scherpe contouren. Alsof het wit van het canvas naar de voorgrond dringt en de leegtes de voorstelling vormgeven. Of dat het licht dat normaliter het pigment zichtbaar maakt nu zelf de hoofdrol opeist.

In zijn sculpturen speelt De Graaff eenzelfde spel met wat is afgebeeld, wat niet en hoe. Hij dompelde porseleinen beeldjes ondersteboven in bakken beton. Een beetje zoals de New Yorkse maffia spijtoptanten met ‘zware schoenen’ afzinkt in de Hudsonrivier maar dan op z’n kop. Je zou er ook kritiek op de schoonheidsindustrie of zelfs de iconografie van Abu Graib in kunnen zien, maar uiteindelijk gaat het om de clash tussen kitsch en bruut bouwmateriaal, verfijnde beentjes en lompe vormen, herkenbaarheid op eerste gezicht en interpretatie in tweede instantie. Hier spreekt het plezier in het experiment en de onverwachte uitkomst.

Bounty Hunter

Peter de Graaff

Waar Suzanne Biederberg Gallery, Eerste Egelantiersdwarsstraat 1

Te zien t/m 23/10

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden