Het straatje van Vermeer .

Plus Uitmarkt

Velázquez en Vermeer: zoek de verschillen (én overeenkomsten)

Het straatje van Vermeer . Beeld Rijksmuseum

Het Rijksmuseum en het Prado maakten samen een tentoon­stelling met Spaanse en Nederlandse schilderkunst. De bezoeker wordt uitgenodigd om op zoek te gaan naar verschillen, maar meer nog naar overeen­komsten.

Het straatje van Vermeer. Veel Hollandser kan niet, zou je zeggen. Gewone burgers en hun dagelijkse beslommeringen werden door de Nederlandse schilders in de zeventiende eeuw ontdekt en weergegeven met een bijzondere gevoeligheid voor atmosferische omstandigheden.

Maar in het Prado in Madrid hangt nu een schilderij van Velázquez naast Het straatje dat er verdacht veel op lijkt. Velázquez schilderde een gebouw met verweerde muren in de tuinen van de Villa Medici in Rome, met een vergelijkbare frontale, asymmetrische compositie en bijzondere aandacht voor ruimte en atmosfeer.

Overeenkomsten

Wacht eens, Velázquez, dat was toch die hofschilder die koningen en prinsesjes in hun meest imposante kleren liet poseren? Dat was toch de kunstenaar van praalzieke ­dynastieën, van katholieke paleisbewoners? Dat is toch zo ongeveer het tegenovergestelde van de burgerlijke schilderijen voor de protestantse binnenhuizen?

Niet helemaal dus. Of helemaal niet, beweert de tentoonstelling Velázquez, Rembrandt, Vermeer: Parallel Visions in het ­Prado. Die ­benadrukt juist keer op keer de overeen­komsten tussen de Spaanse en Nederlandse schilderkunst. Spaanse en ­Nederlandse kunstenaars opereerden in de zeventiende eeuw immers in een groter, Europees verband van schilders die een vergelijkbare opleiding ­genoten. In hun dagelijkse praktijk hielden ze er ongeveer dezelfde werkwijze op na en ze worstelden met dezelfde artistieke problemen.

Gezicht op de tuinen van de Villa Medici in Rome van Velázquez. Beeld Museo del Prado

De twee landen hadden ook specifieke overeenkomsten. Zowel in Spanje als in Nederland had men lange tijd een voorliefde voor zwarte kleding. In de jaren dertig van de zeventiende eeuw waaide die mode in de meeste delen van Europa weer over. Maar in Spanje en Nederland bleef zwart nog tientallen jaren populair.

Het idee dat Spaanse en Nederlandse schilderkunst veel gemeen hebben, botst met een eeuwenoude traditie. Sinds de negentiende eeuw is vaak benadrukt dat er een essentieel verschil is in de cultuur van de Europese naties en dat dat verschil is waar te nemen in de kunst. De volksaard van elk land zou zijn weerslag hebben in de manier van schilderen. Velázquez werd als een echte Spaanse schilder gepresenteerd en Rembrandt als een typische ­Nederlander. Vooral Spanje en Nederland werden traditioneel gezien als tegengesteld, omdat de twee landen lange tijd in een oorlog verwikkeld waren.

Europese vlag hijsen

De tentoonstelling is een samenwerking tussen het Rijksmuseum en het Prado, waar ze dus al te zien is. Niet ­alleen Het straatje van Vermeer reisde naar Madrid, ook De Staalmeesters van Rembrandt en beroemde schilde­rijen van Frans Hals, Jan Steen, Pieter Saenredam en ­anderen hangen nu tijdelijk in het Prado.

Toen de expositie in Madrid opende, leidde dat tot ­verbaasde commentaren in de Spaanse kranten, vertelt Alejandro Vergara, senior curator van het Prado en samensteller van de tentoonstelling. “Er werd gezegd dat het ­Prado en ik ons uitgesproken hadden om de Europese eenheid te benadrukken. Maar zo is het helemaal niet gegaan. Mijn opvattingen over kunst komen, net als bij elke kunsthistoricus, voort uit het zien van dingen. Ik wilde niet van tevoren een Europese vlag hijsen.”

Vergara groeide zelf op in Madrid met een Texaanse moeder. “Ik voel me meer Amerikaan dan Europeaan.” Het idee dat schilders uit Spanje en Nederland ­eigenlijk niet zoveel van elkaar verschillen, is niet helemaal nieuw, zegt hij. “Maar ik denk niet dat het is doorgedrongen tot de gemiddelde kunstliefhebber. Veel mensen denken dat Frans Hals iets typisch Nederlands uitdrukt, maar dat zie ik helemaal niet. Ik denk dat hij iets heel Halsachtigs weergeeft. Spanjaarden zullen zeggen dat Ribera een diepe, sobere Spaansheid uitdrukt, wat volgens mij net zomin waar is. Hij woonde bovendien bijna zijn hele leven in Napels.”

“Vermeer en Velázquez kunnen elkaar niet hebben ­ontmoet en kunnen elkaars werk niet hebben gezien. ­Velázquez was diverse maanden in Rome en Vermeer was in Delft. Ze zien die oude muren en die gewone mensen en denken: dat is het waard om geschilderd te worden. Dat is omdat ze de erfenis van een paar eeuwen van denken over schilderkunst met zich meedragen.”

Marten en Oopjen

Overal in Europa leerden schilders hoe ze moesten tekenen voordat ze leerden schilderen, ze kopieerden dezelfde beeldhouwwerken en leerden oren en neuzen tekenen van dezelfde prenten. “Het is in wezen hetzelfde beroep. Het is net als rap of top 40-muziek. Dat is ook overal hetzelfde. Betekent dat dan dat er geen verschillen zijn tussen Sjanghai en Madrid? Helemaal niet, maar we luisteren wel naar dezelfde muziek.”

Op de tentoonstelling die straks in Amsterdam te zien is, zullen overigens deels andere schilderijen getoond ­worden. Het Rijksmuseum wil de verschillen en overeenkomsten tussen de schilderijen nog wat opvoeren door de werken nadrukkelijker in paren te presenteren. Marten en Oopjen zullen in het Rijksmuseum geconfronteerd ­worden met een groot dubbelportret dat Velázquez twee jaar eerder maakte van een adellijk echtpaar.

Velázquez’ beroemde schilderij Apollo in de smederij van Vulcanus zal in Amsterdam gepresenteerd worden naast De Staalmeesters, om te laten zien hoe beide kunstenaars een vergelijkbaar artistiek probleem behandelen: hoe ­reageren diverse figuren op een figuur die plotseling hun ruimte binnendringt?

Velázquez, Rembrandt, Vermeer: Parallel Visions. Museo ­Nacional del Prado, Madrid, t/m 29 september 2019. Rembrandt – Velázquez, Nederlandse en Spaanse Meesters. Rijksmuseum, van 11 oktober 2019 t/m 19 januari 2020.

Kunsttips

Andrei Tarkovsky – The Exhibition
Tentoonstelling met onder meer de polaroids en foto’s die de Russische cineast ­Tarkovski maakte in zijn privéleven en tijdens draaiperioden en ander niet eerder getoond materiaal uit zijn privéarchief, waaronder brieven, scenario’s en documenten. In het zaalprogramma is het volledige oeuvre van Tarkovski te zien, met grotendeels nieuwe ­digitale restauraties.
15 september t/m 16 december in Eye.

Nicolás Jaar (Chapter 2)
Na de mannen van ­Patta mag de Chileens kunstenaar/componist Nicolás Jaar een ‘chapter’ samenstellen in Het HEM. Jaar gaat de 10.000 vierkante meter grote, rauwe tentoonstellingsruimte gebruiken als onderzoeksruimte voor ­experiment, waarbij de nadruk komt te liggen op het proces in plaats van het eindresultaat. In de 200 meter lange schietbaan komt een nieuw geluids- en lichtkunstwerk.
20 september t/m 1 december in Het HEM, Zaandam.

Wim Crouwel: Mr. Gridnik
Het Stedelijk Museum toont een grote selectie van de ontwerpen van Wim Crouwel, die medeoprichter was van ontwerpbureau ­Total Design en jarenlang het ontwerp verzorgde van de affiches, catalogi en tentoonstellingen van het ­Stedelijk Museum.
28 september t/m 22 maart 2020 in Stedelijk Museum.

Dossier Indië
Gastconservator Thom Hoffman selecteerde uit de beeldarchieven van meer dan twintig erfgoedinstellingen en collecties ruim 300 ­foto’s, die samen een realistisch beeld laten zien van de laatste honderd jaar van de ­koloniale bezetting van Indonesië. Van paradijselijke droombeelden tot grimmige realiteit.
Vanaf 1 oktober in het Wereldmuseum in ­Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden