Van Zwedens Zevende Mahler is geweldig, maar te klinisch

Jaap van Zweden dirigeerde de Zevende van Mahler. 'Ik geloof niet dat ik ooit een uitvoering heb gehoord waar alles zo perfect op zijn plaats stond. Maar er was ook iets niet.'

Beeld ANP

De enige dirigent die dit seizoen bij het Koninklijk Concertgebouworkest muziek van Mahler dirigeert, heet Jaap van Zweden.

Nou is de Zevende symfonie die deze week op de agenda staat natuurlijk een invalbeurt, omdat de oorspronkelijke dirigent, Daniele Gatti, de deur is gewezen, maar ze hadden bij het KCO ook iemand anders voor dat stuk kunnen vragen.

Vlam in de pan
Het pikante en interessante is dat je daardoor in deze chefloze tijd wel móet denken dat Van Zweden hier examen komt doen voor de vacante post, of hij die gedachte nou aangenaam vindt of niet.

Mahler is voor het KCO, dat sinds de lange jaren onder Willem Mengelberg, Bernard Haitink, Riccardo Chailly, Mariss Jansons, en de korte periode onder Gatti in dit repertoire een reputatie heeft te verliezen, immers dé centrale componist.

Slaat dus in zo'n Zevende de vlam in de pan, speelt het orkest op de toppen van zijn kunnen en is het publiek na afloop van emotie een collectieve flauwte nabij, dan is het helemaal niet gek te beweren dat de dirigent daarmee een serieuze chefskandidatuur stelt.

Pietje van Noorwegen
Stond gisteravond de nieuwe chef van het KCO op de bok? Godallemachtig, wat zou ik graag schrijven dat het zo was.

Van Zweden, de geboren Amsterdammer. Van Zweden, de oud-concertmeester van het KCO, die zich om uiteenlopende redenen bij zijn collega's niet uitgesproken populair maakte en in het orkest Pietje van Noorwegen werd genoemd.

Van Zweden, die zich revancheerde met een raketachtige dirigeerloopbaan, die hem vorig jaar tot music director van de New York Philharmonic maakte. Van Zweden, die bij het Radio Filharmonisch Orkest spectaculair mooie concerten gaf. Van Zweden, die, kortom, bleef groeien en verrassen.

Ja, er zouden slechtere chefs voor het KCO denkbaar zijn.

Perfect op zijn plaats
Maar dan die Zevende van Mahler. Ik geloof niet dat ik ooit een uitvoering heb gehoord waarin alles zo perfect op zijn plaats stond, alles zo georganiseerd klonk, alles zo tot in details was verzorgd.

Voorbeeld: maat 159 in het Scherzo, pizzicato in de contrabassen, Mahler zet er vijf keer f bij, dus fortississississimo, zo kanonhard te spelen dat de snaren als een zweepslag op de toets ketsen. Bij Van Zweden was het angstaanjagend gelijk, ongelooflijk. Dat soort momenten waren er volop.

Maar er was ook iets niet. De sfeer van neurose en nachtmerrie, van wanhoop, van gepijnigdheid, van onzekerheid, van een zichzelf overschreeuwen, of in het laatste deel, Rondo-Finale, van hysterische blijdschap tegen beter weten in. Kortom het wichtigste in der Musik, dat nicht in den Noten steht, om Mahler te citeren.

TL-buizen
Dat ontbrak al meteen vanaf het ­begin. Langsam en pianissimo staat daar. Gezocht: een sfeer van halfduister, het sinistere geluid van roeispanen in een meer. Een klankgeworden Toteninsel van Böcklin, zoiets. Bij Van Zweden was er grote nuchterheid. Zijn reis durch Nacht zum Licht eindigde in een ruimte vol tl-buizen. Het was te klinisch, te bestudeerd. Heel mooi, maar te veel buitenkant.

Maar er was ook goed nieuws. De musici lieten zich inspireren tot geweldig spel. Nico Schippers' magistrale tenorhoornsolo aan het begin zette meteen de toon.

Klassiek, Mahler - Symfonie nr. 7
Door Koninklijk Concertgebouworkest
o.l.v. Jaap van Zweden
Gehoord 6/3, Concertgebouw
Nog te horen vanavond en 8/3, aldaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden