PlusAchtergrond

Van Thonet tot Dutch Design in het Stedelijk: ‘Design hoort niet op een sokkel’

Van Thonet tot Dutch Design toont vormgeving van de laat 19de eeuw tot nu. Bas van Beek laat met de inrichting zien dat nieuwe ontwerpen altijd voortbouwen op eerder werk.

Kunstenaar-ontwerper Bas van Beek bij de inrichting van de tentoonstelling Van Thonet tot Dutch Design. Beeld Jean-Pierre Jans

‘Designcollecties moet je iedere tien jaar opnieuw laten zien,” vindt ontwerper Bas van Beek. “Maar zeker niet steeds op dezelfde manier. De stijlkamers die het Stedelijk tot in de jaren zeventig had, lijkt me nu meer iets als heroverweging. En wat het verleidelijk presenteren van objecten betreft, zijn musea links en rechts ingehaald door ­Dyson, Apple en andere commerciële retailers.”

Bij de heropening van het Stedelijk Museum in 2012 was een van de vleugels gevuld met een groot, redelijk klassiek designoverzicht dat een paar jaar heeft gestaan. Van Beek heeft de opvolger vormgegeven: Van Thonet tot Dutch Design. Hij dook daarvoor in de rijke tentoonstellingsgeschiedenis van het museum. Het Stedelijk bestaat dit jaar 125 jaar en sinds die tijd exposeert het al meubilair. Vanaf 1934 begon het actief design te verzamelen, dat toen nog ‘toegepaste kunst’ heette.

Knipoog naar het verleden

“Vanaf het eerste gesprek met conservator Ingeborg de Roode was duidelijk dat plaats en tijd de rode draad zouden zijn in deze tentoonstelling. Zo’n collectie kun je niet tonen in het luchtledige, in een witte doos zonder context. Kunsthistorie moet je niet doodknuppelen op een sokkel. Daarmee doe je geen recht aan de culturele productie van verschillende tijdvakken.”

De opstelling waarmee Van Beek bezoekers van de late 19de eeuw naar het heden leidt, is daarom een aaneenschakeling van sferen: van kaal en strak bij Rietveld tot een kinderkamer met kleurig speelgoed. Ook wordt er voortdurend geknipoogd naar het verleden van het Stedelijk. Meest opvallend zijn de grote zwart-wit foto’s van eerdere tentoonstellingen in het museum, aangevuld met elementen uit de inrichting van het gebouw.

“Kijk, daar heb je het visgraatparket dat vroeger in de zalen lag,” zegt Van Beek, wijzend op een verhoging in de Amsterdamse School-zaal. “Maar we hebben het doormidden gezaagd zoals Gordon Matta-Clark, wiens werk ook in dit museum is getoond, dat deed met huizen.”

Drie stoelen van Gerrit Rietveld.Beeld Peggy Janssen

In de zaal met Scandinavisch ontwerp staat een stoelenparade op dezelfde eiertrays als bij de tentoonstelling Vijftig jaar zitten uit 1966. En Aldo van den Nieuwelaars minimalistische archiefkast Amsterdammer staat op het zware noppenvinyl dat ook in het Amsterdamse appartement lag van Benno Premsela, de baanbrekende binnenhuisarchitect die tussen 1956 en 1973 spectaculaire etalages ontwierp voor de Bijenkorf. “Want zo’n stukje vloerbedekking zegt meer over die tijd dan een wit podium.”

Van Beek voegde vier interventies toe aan de tentoonstelling. Zo vermengde hij meerdere behangpatronen van Dagobert Peche, een vergeten grootheid uit de vroeg 20ste-eeuwse Wiener Werkstätte, die hij vond in het Stedelijk-depot. Hetzelfde deed hij met wandbekleding die Lambertus Zwiers in de vroege jaren van het museum toonde in een van de verkooptentoonstellingen die er toen nog werden gehouden. Van architect K.P.C. de Bazel ‘leende’ hij de ontwerptekening voor een vloerkleed en ‘breidde dat wat uit’.

Transformeren

Het meest ingrijpende voorbeeld van hergebruik en interpretatie hangt niet toevalligerwijs in de zaal gewijd aan postmodernisme, de stroming die vanaf de jaren tachtig het citeren en samplen van historische stijlfiguren tot norm verhief. “In samenwerking met V2_Lab for the Unstable Media heb ik de patronen van Nathalie du Pasquier verwerkt tot animatie. Zij schildert tegenwoordig en vond het prima dat we haar abstracties hebben omgevormd tot iets dat lijkt op de grillige celdeling van bacteriën – een heel actuele interpretatie.”

Voor Van Beek is het toe-eigenen en transformeren van andermans werk essentieel. “Ik beschouw een archiefstuk als een instructie. Er zit kennis in opgesloten, maar daar kom je niet bij door een tekening op te hangen. Je raakt er alleen mee bekend door het ontwerp eerst na te maken. Van daaruit kun je iets bedenken dat je van tevoren nooit had kunnen verzinnen: een aanvulling. Als ontwerper sta je altijd op de schouders van voorgangers. Dat zie je ook terug in deze tentoonstelling. Het rasterpatroon van Josef Hoffmann komt terug in André Voltens ontwerp voor een metalen richtingwijzer en later in het decor van de postmodernismezaal.”

“Als je als ontwerper wil dat je werk voortleeft, kun je twee dingen doen. Conserveren, maar dan wordt het gebruiksvoorwerp een sculptuur en zo is het nooit bedoeld. Of je werk telkens opnieuw laten uitvoeren. De shintotempel in het Japanse Ise is een goed voorbeeld van die laatste optie. Sinds de achtste eeuw wordt die iedere twintig jaar afgebroken en weer opgebouwd. Dat kost miljoenen euro’s maar de gemeenschap betaalt het zonder morren, omdat ze vindt dat dit de beste manier is om de kennis van het bouwen door te geven. Alleen door iets kapot te maken kun je iets nieuws maken.”

Van Thonet tot Dutch Design – 125 jaar wonen in het Stedelijk: t/m 21 maart 2021 in het Stedelijk Museum.

Ontwerpers zwaar geraakt door corona

Bijna de helft van alle Nederlandse ontwerpers is in de eerste drie maanden van de lockdown meer dan 50 procent omzet misgelopen. Dat blijk uit een onderzoek van het Stedelijk Museum en de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers. Ruim honderd ontwerpers werden hiervoor ondervraagd. Meer dan de helft denkt ook volgend jaar 25 tot 50 procent minder te verdienen. Zo’n 20 procent schat de inkomstenderving nog hoger in.

Vier op de vijf ontwerpers vindt ook dat zij tijdens de coronacrisis een rol kunnen spelen bij het stimuleren van solidariteit en menselijk contact. In de tentoonstelling Van Thonet tot Dutch Design zijn een paar ontwerpen te zien die reageren op de huidige situatie, zoals 3D-geprinte gezichtsmaskers, een picknickkleed dat samenzijn op veilige afstand mogelijk maakt, en spatschermen voor kantoren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden