PlusAchtergrond

Van scenario tot montage: filmmaker Van der Linden deed alles zelf

Filmmaker Henk van der Linden wordt zondag 95. Dat wordt gevierd met een vrolijke biografie, inclusief twee dvd’s met vier door Eye Filmmuseum gerestaureerde films.

Boek en films Henk van der Linden, kostenloosBeeld Henk van der Linden

In de rijk geïllustreerde biografie Tussen de filmrollen vertelt Van der Linden over zijn bijzondere carrière als filmmaker. De prototype doe-het-zelver schreef de scenario’s, maakte de draaiboeken, zette de productie op poten, regisseerde, speelde vaak zelf mee, deed het camerawerk, ontwierp en timmerde de decors, monteerde, verzorgde het geluid en de muziek en deed de nasynchronisatie.

Dat laatste was nodig omdat de kinderen die in zijn films speelden veelal een Limburgs accent hadden. Zoon Cor speelde in 28 films, dochter Jo in 23. In de allereerste Sjors en Sjimmie-film ligt ze in een kinderwagen; in zijn laatste film speelt ze de hoofdrol. Ook zijn vrouw hielp mee: zij maakte de kostuums en deed de grime.

De kinderen werden betaald in ­natura. Ze kregen een fiets, een ­bureau of een microscoop. Opnamen vonden plaats in de grote vakantie, in zijn achtertuin in de buurt van ­Sittard. Daar had je alle soorten landschappen. Rivieren, weilanden, heuvels, moerassen en bossen. Van der Linden: “Ik heb er zelfs cowboy- en ­indianenfilms gemaakt.”

Slechts één film maakte hij in het buitenland, een Nederlandse Robinson Crusoe. Dat was een soort werk­vakantie; ze reden met een grote caravan naar Zuid-Spanje en stonden zes weken op een camping aan zee.

Statiefdrager

Zijn vader had een filmverhuur­bedrijf en een bioscoop in het Limburgse mijnwerkersdorp Hoensbroek. De bioscoop was ingebouwd in het woonhuis. Boven, tussen de slaapkamers, was de projectiekamer. Als de kleine Henk in bed lag, hoorde hij de projector ratelen. In de Film­fabriek Holland in Amsterdam, waar zijn vader de tussentitels uit stomme films liet vertalen, ontmoette Van der Linden William McClean, een Schot die als cameraman de wereld was overgereisd, en daar prachtige ver­halen over kon vertellen. Dat wilde hij ook, maar filmscholen bestonden nog niet, en literatuur was er evenmin.

Van der Linden begon zijn carrière als statiefdrager. Na zijn diensttijd begon hij, met hulp van zijn vader, een reisbioscoop, waarmee hij voorstellingen gaf in heel Limburg, ’s avonds voor volwassenen, ’s middags voor kinderen. Het probleem was alleen dat er geen geschikte films waren voor kinderen, alleen saaie documentaires, met opvoedkundige strekking, over de coloradokever of het maken van staal. Dan ga ik ze zelf maar ­maken, dacht Van der Linden.

Robuuste mijnwerker

Met het geld dat hij verdiende met de reisbioscoop kocht hij een camera en wat lampen, en maakte hij Drie jongens en een hond, over drie jongens die hun hond kwijtraken en weer ­terugvinden. Jongens uit de buurt ­namen de hoofdrollen voor hun rekening, de operateurs van de bioscoop speelden de boeven. De aannemer wilde zijn hond wel uitlenen, als zijn zoon een rolletje kreeg. Een robuuste mijnwerker bleek een goede dierentrainer, en was niet kinderachtig bij de stunts. De hond heeft de broek van zijn billen gebeten, maar hij gaf geen krimp.

Van der Linden zag er al snel brood in populaire kinderboeken te verfilmen, en toog naar uitgeverij Spaarnestad om de rechten van Sjors en Sjimmie te verwerven. Ze voelden er weinig voor, maar schrijver Lou Vierhout was wél enthousiast. Van der Linden kreeg een contract, onder strikte voorwaarden: als de uitgeverij niet tevreden was met het eindresultaat, zou de film op de plank blijven. Maar de directieraad was enthousiast; Van der Linden maakte nog zes Sjors en Sjimmie-films. Met allemaal verschillende jongetjes in de hoofdrollen. De eerste Sjimmie was een ­Indonesisch jongetje. Later werden witte jongetjes zwart geschminkt.

Met zijn bedrijf Rex Film Productie maakte Van der Linden tussen 1943 en 1984 maar liefst 81 films, waaronder veertig lange speelfilms, veelal gebaseerd op bekende kinderboeken. In de top 100 van best bezochte films tussen 1954 en 1991 staan tien titels van hem, meer dan van Fons Rademakers of Paul Verhoeven. De nieuwe avonturen van Dik Trom draaide 26 jaar in de matinee, wat hem een vermelding in het Guinness Book of ­Records opleverde.

In 1985 maakte hij zijn laatste film, Wie het laatst lacht. De jeugdfilm had enorme klappen gehad door de ­opkomst van de video, de matinees waren bijna verdwenen. Van der Linden was bovendien al zestig, zijn ­manier van werken was behoorlijk ­arbeidsintensief, en zijn kinderen hadden geen interesse om het bedrijf over te nemen. “Anders was ik misschien wel blijven knokken om het draaiende te houden. Maar ik ga niet tegen beter weten in films maken. Ik deed het omdat ik het leuk vond; het is altijd een hobby gebleven.”

Henk van der Linden: Tussen de filmrollen. Uitgeverij IJzer, 304 blz, €29,50.Beeld Henk van der Linden
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden