Plus

Van Roosmalen: 'Denken vanuit de Nederlaag, overal een vijand zien, dat zit in me'

Columnist en schrijver Marcel van Roosmalen (51), gevreesd om zijn cynisme, geliefd om zijn humor, spaart niemand, dus ook niet zijn eigen moeder. Zijn stukjes over haar heeft hij nu gebundeld. 'Wat is hier zo gemeen aan? Het is wat ik meemaak.'

Marcel van Roosmalen Beeld Erik Smits

In Bar Botanique prikt Marcel van Roosmalen zijn vork in een stukje bavette. "Wat is het," vraagt hij de serveerster.

"Een heel mals stukje vlees, meneer," zegt ze. "Het zit aan de buik van de koe."

Van Roosmalen: "Nou, dat klinkt mals."

De serveerster: "Het is supermals."

Wie met de gelauwerde stukjesschrijver, auteur van boeken over onder meer Vitesse en Theo Janssen, aan tafel zit weet nooit wat gaat komen. Een grap? Een verwijt? Een ongemakkelijk stilzwijgen?

Van Roosmalen is een scherpe observator, bekend om de droge en cynische toon van zijn columns en reportages in onder meer NRC Handelsblad. Gevreesd, omdat hij niemand spaart en geen onderwerp schuwt. Geliefd, omdat er met Van Roosmalen ook altijd wat te lachen valt.

Met journalist en columnist Eva Hoeke en hun twee dochters woont hij, tot eigen afgrijzen, in het Noord-Hollandse Wormer. Liever was hij in Amsterdam gebleven. Maar het leven loopt zoals het loopt. Van Roosmalen, uit een gezin met een blinde broer en een zus die verpleegster werd, heeft de columns gebundeld die hij de afgelopen zes jaar schreef over zijn nu ­87-jarige moeder: Het zijn de kleine dingen die het doen. Handig, zo vlak voor de Boekenweek met het thema 'de moeder, de vrouw'.

"Ik ben door de commercie gedwongen," zegt hij.

Het is een boek geworden over irritatie. 'Mijn moeder is verse worst van slagerij Delgijer, bloemkool en aardappels,' begint het voorwoord. Wat valt hem op? Haar onbeholpenheid, haar vergeetachtigheid en haar wispelturigheid. Zijn jeugd in Velp, waarheen zijn ouders verhuisden omdat zij als Brabanders uit de dorpjes Oirschot en Middelbeers niet zo goed konden aarden in de grote stad Arnhem.

Eigenlijk weten moeder en zoon elkaar maar in één ding echt te vinden: afkeer van hun beroemde dorpsgenoot Jan Siebelink, schrijver van Knielen op een bed violen.

U weet toch wel wie dit jaar het boekenweekgeschenk schrijft?
"Jan Siebelink."

Heeft u hem ooit gesproken?
"Ik heb hem weleens gezien in Velp, als hij door het dorp schrijdt als de grote schrijver."

Bent u jaloers?
"Op Jan Siebelink?"

Op zijn succes.
"Totaal niet. Ik heb niet de ambitie om de grootste schrijver van Velp te worden. Hij is een ijdeltuit. Ik moet lachen als hij vertelt dat hij is gepijpt op het Boekenbal. Hij ziet zichzelf als een sekssymbool. Zo loopt hij ook door Velp. Hilarisch."

Wat dacht u toen u al die stukjes over uw moeder achter elkaar had gezet?
"Dat het best bijzonder is dat ze het heeft geslikt."

Is ze een trouwe lezer?
"Ze heeft op een gegeven moment haar abonnement op de krant opgezegd. Als ik bij haar thuis was, vond ik regelmatig een column terug. Daar had ze dan dingen in doorgestreept en erbij geschreven: 'wat een onzin'. Een keer heeft ze huilend een verjaardag verlaten omdat ik had opgeschreven dat haar mixer stuk was. Daar spraken de buren over en dat vond ze verschrikkelijk. Alles wat de buren zeggen is heilig."

Ze komt er niet best af.
"Dat klopt."

Een onhandige, hulpbehoevende vrouw.
"Ik erger me aan haar."

Hoezo?
"Vanwege alles. Gewoon: dan kom ik binnen en vertelt ze tien keer hetzelfde."

Van Roosmalen Beeld Erik Smits

Dat doen oude mensen nu eenmaal.
"Ik ga altijd met goede intenties bij haar langs. Dan neem ik mij voor: geen meningsverschillen. Maar dan begint het: het verdraaien, dat is waarschijnlijk het Brabantse wat in haar zit. Het verdraaien van de werkelijkheid - daar heb ik zelf ook een handje van."

"Het irriteert me enorm. Ze ontkent ook heel veel dingen. Ze ontkent zelfs dat ze heeft gerookt. Ik heb mijn hele jeugd voor haar pakjes Stuyvesant rood gehaald. Echt, vanaf dat ik tien was. Ze rookte er wel veertig per dag. Twintig jaar geleden, na haar tweede openhartoperatie, is ze gestopt en nu zegt ze dat ze nooit heeft gerookt."

"Ik weet nog dat ik in de jaren negentig studeerde in Nijmegen. Iedereen was alternatief. Ik had mijn haar zwart geverfd, ik had van die lange oorbellen in. Belde ze op: of ik niet op haar verjaardag wilde komen. Als ik dat nu aan haar vertel, zegt ze: dat is helemaal niet waar. Aan dat soort gedrag erger ik me helemaal kapot."

Zegt dat wat over uw moeder of over u?
"Vind je het te hard?"

Zegt u het maar.
"Ik heb reacties gehad op die stukjes van mij, dat mensen het ouderenmishandeling vinden. Dan denk ik: o ja? Hoezo dan? Wat is hier zo gemeen aan? Het is wat ik meemaak. Het is sec verslaggeving wat ik doe. Dat zoetsappige over oude mensen, daar hou ik niet van."

Op de cover van het boek zit u gezellig met uw moeder aan de keukentafel.
"Nou, gezellig? We zitten naast elkaar."

Is die foto speciaal gemaakt?
"Ja."

Dus ze keurt het niet af dat u een boek over haar hebt gemaakt?
"Dat wil nog niet zeggen dat ze het leuk vindt. Ze reageert heel secundair. Als vijf mensen in haar omgeving zeggen dat het leuk is, geniet ze ervan. Ik bedoel: er wilde een filmploeg van de uitgeverij bij haar langskomen voor de promotie. Zegt ze eerst: dat doe ik niet. Als ik ze dan wil afbellen, is het: laat ze maar komen, maar ik zeg niks."

"Komt die filmploeg. Nou, de bloem die openklapte! Ze begon hele verhalen over mij te vertellen, het hield niet meer op. Voor een filmpje van veertig seconden heeft ze een uur en veertig minuten gepraat."

In uw columns schrijf u regelmatig dat uw moeder het verschrikkelijk vindt dat u die stukken over haar schrijft.
"Dat vind ik wel zo eerlijk."

Marcel van Roosmalen: Het zijn de kleine dingen die het doen. Uitgeverij Meulenhoff,
€18,99. Verschijnt dinsdag 5 maart.

Denkt u dan niet....?
"Ik stop ermee? Nee, dat kan ik dus niet. Ik vind het overdreven om daardoor gekwetst te zijn. Ik vind het allemaal niet zo ernstig wat ik opschrijf."

Maar uw moeder wel.
"Het is ook mijn leven. Luister: er staan ook dingen niet in dat boek, dingen die ik weglaat omdat dat in de familiekring zo is afgesproken. Heel genânte dingen. Ik vind: hoe mijn ouders waren, heeft mijn hele jeugd getekend. Dan kun je denken: dit is zijn wraak, maar dat is het ook weer niet. Voor mij is het: de werkelijkheid opgeschreven vanuit mijn oogpunt."

Helpt het u?
"Het helpt me in niks."

Alles lekker van u afschrijven.
"Ik vind het vooral grappig."

Maar het is ook meedogenloos.
"Bij de reacties die ik krijg gaat de sympathie vrijwel altijd uit naar haar, omdat ik mezelf ook wel als een lul opstel in die stukjes. Het is vrij hard opgeschreven, maar het is geen innerlijke noodzaak of zo. Ik hou van het menselijk tekort. Ik ben er altijd naar op zoek geweest en nu speelt het zich af in haar woonkamer."

Vlak voor uw neus.
"Ja, dan kan ik het niet laten liggen. Ik vergeet nooit dat ze in het ziekenhuis lag. Haar been dreigde te moeten worden geamputeerd. Na de operatie ging ze hard opsommen dat alles er nog aan zat, terwijl ze tussen allemaal mensen lag die hun ledematen moesten missen. Ik vond het hilarisch, maar ik dacht wel: eigen gevoel eerst."

Vreest u de dag dat uw dochters over u gaan schrijven?
"Ik denk dat ik dat niet ga lezen."

Zitten er grenzen aan wat u opschrijft?
"Ik heb nog nooit iemands relatie kapot geschreven. Dat is een grens. Ik schrijf ook niet over iemands uiterlijk. Dat is ook een grens. Maar voor de rest mag toch alles? Waarmee kun je iemand helemaal kwetsen?"

Heeft iemand u weleens op uw gezicht willen slaan?
"Voor zover ik weet niet. Soms hoor je weleens wat, maar er ontgaat me veel. Zo keihard vind ik mezelf helemaal niet. Meestal schrijf ik over mensen die zelf op een podium zijn gaan staan en nu beschrijf ik mijn moeder, die een prominente rol speelt in mijn leven. Ik heb geprobeerd het binnen de perken te houden."

Van Roosmalen Beeld Erik Smits

Ik las dat u terug wilt naar Arnhem.
"Ik wil liever terug naar Amsterdam, maar dat kunnen we niet betalen. Dus dan maar Arnhem. Alles beter dan dat fucking Wormer waar we nu wonen. Als ik er weg ben, schrijf ik er een boek over. We wonen in een mooi huis, maar wat een verschrikkelijke plek. Je kunt er geen normaal gesprek voeren, ze lezen geen krant. De ene helft, waar de huizen mooi zijn, stemt GroenLinks. De andere helft PVV. Mijn moeder vond het een geweldig dorp. Ook nergens op gebaseerd. Ze is er één keer geweest."

Misschien lijkt het op Velp.
"Ik heb Velp onrecht aangedaan. Dat weet ik sinds ik in Wormer woon."

Waarom had u zo'n hekel aan Velp?
"Ik vond het suf, maar eigenlijk had ik een hekel aan mijn eigen jeugd. Mijn ouders hebben elkaar op latere leeftijd leren kennen. Ze zeggen in de bus van Oirschot naar Middelbeers, maar dat geloof ik niet. Hun ouders hebben natuurlijk tegen elkaar gezegd: ik heb er nog een over en jullie ook. Wat denk je ervan? Zo ging dat in Brabant."

"Mijn vader woonde op zijn veertigste nog thuis. Hij zat op de gemeentesecretarie van Oost-, West en Middelbeers. De burgemeester, de eerste vrouwelijke burgemeester van Nederland, bracht zijn loonzakje naar zijn moeder. Hij wist na zijn huwelijk niet hoe snel hij weg moest komen uit Brabant."

"Ze gingen naar Arnhem, naar een flat in Presikhaaf. Voor ons zou dat zijn alsof we naar Kaboel verhuizen. De zussen van mijn moeder kwamen langs om te adviseren waar ze de was kon ophangen. Arnhemmers zijn heel directe, heel negatieve mensen. Ik bewonder ze erom, maar mijn ouders gingen eraan onderdoor. Dus werd het Velp."

U verschuilt zich graag achter het Arnhems cynisme.
"Als je dat maar lang genoeg doet, ga je het vanzelf geloven. Denken vanuit de nederlaag. De hele tijd opletten, waakzaam zijn, overal een vijand zien. Dat zit wel in me."

Koestert u dat imago?
"Een beetje wel. Al ben ik in het echt natuurlijk niet de hele tijd negatief. Dat hou je niet vol met twee kinderen."De serveerster komt langs. "Alles naar wens?" Van Roosmalen met een uitgestreken gezicht: "Het smaakt heerlijk. Werkelijk: het is een van de lekkerste dingen die ik ooit heb gegeten."

Lijkt u op uw moeder?
"Haar manier van observeren, dat overdrijven, dat herken ik wel. Maar ik denk dat ik meer op mijn vader lijk."

Daar bent u ook niet al te positief over.
"Hij wilde nooit praten over de periode voor zijn huwelijk. Heel raar: ik had een vader, van wie ik niet weet wat hij zijn halve leven heeft gedaan. Ik vond hem een prototype ambtenaar: doen wat de baas zegt, dan is het goed. Toen ik van school werd gestuurd, moesten mijn ouders huilen en gingen ze repen chocola naar de docenten brengen. Ik schaamde me kapot als puber. Kreeg je zo'n briefje: welke docenten willen de ouders spreken? Mijn ouders wilden álle docenten spreken."

U bent nu 51!
"Ik ga het verzet toch helemaal niet meer aan. Ik vind dat ieder kind voor zijn dertigste moet hebben afgerekend met zijn ouders. Dat heb ik gedaan, ik neem ze niets meer kwalijk. Ik schrijf gewoon op wat er is gebeurd. Of moet ik alles vergeten?"

Als ze al uw leraren wilden spreken...
"Dan denk jij: dat was een daad van liefde. Zo denk ik niet. Ik vond ze control freaks. Ze voerden rare toneelstukjes op. Maar ik ben helemaal niet wat jij nu van me probeert te maken: zo'n gefrustreerde man die zijn moeder nog haat. Dat is helemaal niet waar. Ik kijk neutraal naar haar. Maar ik erger me wel. Het begint er al mee als ik haar bel. Dat tien keer niet verstaan. Dan zeg ik: zet je apparaat nou eens aan. Zet-je-ap-pa-raat-aan! En dan zegt zij: je hoeft niet zo te schreeuwen."

Het is eigenlijk een grote lachfilm.
"Maar voor ons tweeën is die helemaal niet leuk. Tijdens het ontbijt begint ze al over het avondeten: slavink, bloemkool, gebakken aardappels. Dat blijft ze de hele dag herhalen. Prima, maar de hele tijd krijg ik tussendoor voedingsmiddelen aangeboden. Wil je een banaan? Wil je een koekje? Wil je een snoepje? Net zo lang tot je zegt: laat me met rust!"

"Ze heeft me een keer gebeld dat ze in nood was. Ze had de kerk geramd en daarna door haar eigen voortuin heen gereden, dus ze hadden haar auto van haar afgepakt - zo zag zij dat. Het sneeuwde en ze kon geen boodschappen doen, dus liet ze me uit Amsterdam komen. Ik voelde me echt een goed mens. Kom ik aan en vraag ik: wat heb je nodig? Zegt zij: een pakje Tempo Team. Dat was wel echt de bodem."

Ze wilde gewoon haar zoon zien.
"Helemaal niet. Ze ergert zich ook aan mij."

Wat wilde u vroeger worden?
"Leraar."

Waarom?
"Dat weet ik niet. Ik wilde naar de toneelschool, maar dat werd me verboden door mijn ouders. Dat vonden ze een min beroep. Ze waren er ook op tegen dat ik journalistiek ging doen. Uiteindelijk zei mijn vader: dat had ik ook moeten worden, journalist. Toen was ik al tien jaar bezig."

"Hij vond mij een hele slechte journalist. Hij schaamde zich voor mij. Toen ik naar de middelbare school ging, stelde hij mijn vakkenpakket samen. Zulke ouders had ik."

Hij toonde in elk geval belangstelling.
"Hoera."

Was u een lastige puber?
"Vanaf mijn dertiende konden ze me totaal niet meer aan."

Van Roosmalen Beeld Erik Smits

U heeft wel uw school afgemaakt.
"Nadat ik op drie middelbare scholen had gezeten. Ik deed niks. Ik ging onder schooltijd naar Arnhem om daar rond te hangen. Ik luisterde niet en ik zat er geen seconde mee. Ze kwamen huilend terug van de ouderavond. Dat vond ik zo'n teken van zwakte."

"Ik zie heus de kwetsbaarheid van mijn ouders wel. Toen mijn vader slokdarmkanker had, werd mij dat verteld in die kleine achtertuin bij ons. Bij hen alle twee heerste de gedachte: zó jong en zó onverwachts. Hij was tachtig, ik vond dat niet jong. Snap je? Ze brachten het echt alsof hij iemand van veertig was. Ik vond dat zo bizar."

Denkt u nu niet: wat een kille reactie?
"Daar wil jij de hele tijd naar toe, ja. Ik vind het een realistische reactie. En ik heb natuurlijk ook heus wel gezegd: wat erg. Ik ben niet meteen gaan roepen: een mooie leeftijd. Maar ik schrijf dat wel op. Waarom mag ik dat niet opschrijven?"

"Hetzelfde had ik met de begrafenis van mijn vader. Ze hadden voor hem een kist van spaanplaat gekocht, maar we moesten net doen alsof het eikenhout was. Ik dacht: wie neem je in de maling? Dus dat schrijf ik op. Op de dag na de begrafenis heb ik er enorme ruzie over gekregen met mijn zus."

Vindt u het eng om ouder te worden?
"Ik heb besloten: ouder dan tachtig hoeft niet."

Net als uw ouders bent u een oude ouder.
"Ik doe het allemaal na. Ik word natuurlijk net zo irritant. Mijn vader werd vroeger bij het schoolplein uitgescholden voor sinterklaas. Ik schaamde me kapot."

U gaat het ook allemaal meemaken.
"Tot nu toe adoreren mijn kinderen me."

Houdt u van uw moeder?
"Jawel."

U klinkt niet erg overtuigend.
"Ik vind het een rotvraag."

Waarom?
"Ik vind het moeilijk om helemaal eerlijk antwoord te geven. Ik zeg niet volmondig: ik hou van haar. Zo zijn we gewoon niet. Ik heb nog nooit tegen haar gezegd: ik hou van je."

Marcel van Roosmalen
10 februari 1968, Arnhem

Lerarenopleiding in Nijmegen, daarna studie Nederlands, geschiedenis en educatie & cultuur (niet afgemaakt) en een deeltijdopleiding aan de School voor Journalistiek in Tilburg.

Vanaf 1998 Journalist voor HP/De Tijd en later freelancer voor onder meer Hard Gras en de Vara-gids. Vanaf 2011 een column in NRC.

Vanaf 2002 Publiceert boeken, onder meer over Pim Fortuyn en over Vitesse en de clubiconen Theo Bos en Theo Janssen. Tegenwoordig columnist op Radio 1 (De Nieuws BV) en maakt de podcast De Krokante Leesmap.

Marcel van Roosmalen woont met journalist Eva Hoeke en hun twee dochters in Worme

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden