Van Gogh Museum had bijna niet bestaan: Anton Kröller wilde in 1911 alle werken kopen

Anton Kröller, de puissant rijke echtgenoot van kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller, heeft in 1911 geprobeerd alle werken van Vincent van Gogh te kopen, blijkt uit nieuw onderzoek. Het Van Gogh Museum op het Museumplein had daardoor bijna niet bestaan.

Van Gogh Museum.Beeld ANP

Het is grotendeels aan Jo van Gogh-Bonger – de schoonzus van Vincent van Gogh – te danken dat Van Goghs werken op het Museumplein te zien zijn en niet alleen in het Kröller-Müller Museum. De weduwe van Vincents broer Theo weigerde de stukken aan Kröller te verkopen. Hierdoor kon het Van Gogh Museum in 1973 worden geopend met ruim tweehonderd schilderijen, zeshonderd tekeningen en vele brieven van Van Gogh.

Ontdekkingen

Roelie Zwikker, onderzoeker bij het Van Gogh Museum, ontdekte dat Kröller zijn bod in de zomer van 1911 al deed. In haar publicatie An offer you can refuse is te lezen dat ze zich daarvoor op twee vondsten baseert. Een in 1918 gepubliceerd artikel van kunsthandelaar Johannes de Bois en notities van de Franse schrijver en kunstcriticus Gustave Coquiot.

De Bois schreef dat hij Van Gogh-Bonger in 1911 had benaderd met een ‘nagenoeg onbeperkte volmacht’, namens een opdrachtgever ‘die juist deze collectie in haar geheel voor zijn museum wilde bezitten’. De naam van de liefhebber staat hier niet bij. Maar Coquiot, die Van Gogh-Bonger in 1922 bezocht, schreef naderhand in zijn persoonlijke notities dat ze ‘weigerde om het hele oeuvre van Vincent aan mevrouw Kröller te verkopen, hoewel mevrouw Kröller haar een onbegrensd bedrag bood.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden