PlusAchtergrond

Van Gogh Museum gaat nauwelijks in op schaduwzijde van Gustav Klimt

Waterslangen II, 1904. Beeld Courtesy of HomeArt
Waterslangen II, 1904.Beeld Courtesy of HomeArt

Klimtmokken, Klimtposters, Klimtbrillenkokers, Klimtoverhemden, Klimttassen, Klimtijskastmagneten, Klimtperpermuntblikjes. Overal in Wenen kun je souvenirs kopen met voorstellingen van Gustav Klimt (1862-1918). Het Van Gogh Museum laat zijn inspiratiebronnen zien.

Kees Keijer

De Oostenrijkse schilder heeft een beeldtaal die zich buitengewoon goed leent voor spulletjes. Veel van zijn schilderijen, zoals De kus, hebben een suikerzoete voorstelling. Jonge vrouwen met weelderig, dansend haar worden omgeven door gouden glitters en andere kleurige, decoratieve patronen.

Ook de echte kunstwerken van Klimt zijn op allerlei plekken in Wenen terug te vinden. In het prestigieuze Kunsthistorisches Museum bijvoorbeeld. De plafonddecoraties van de grote trappenhal werden destijds geschilderd door de succesvolle Hans Makart. Toen deze in 1884 overleed, kreeg de jonge Klimt samen met zijn broer Ernst en zijn studiegenoot Franz Matsch de opdracht een deel van de schilderingen af te maken.

Of in het Secessionsgebouw, de verzamelplek van de kunstenaarsvereniging die in 1897 door Klimt en medestanders werd opgericht uit onvrede met de traditionele Weense kunstwereld. In het moderne gebouw werden jaarlijks twee of drie tentoonstellingen georganiseerd waar het publiek kon kennismaken met de nieuwste ontwikkelingen in het buitenland. Een van de hoogtepunten was een aan Ludwig van Beethoven gewijde tentoonstelling in 1902. Klimt schilderde voor die gelegenheid een fries, een grote doorlopende muurschildering waarin de zoektocht van de mens naar geluk centraal staat.

Pervers

Voor het gebouw van de Weense universiteit maakte Klimt drie plafondschilderingen. De vele naakten in zijn ontwerp werden echter als pervers bestempeld en ze werden nooit geïnstalleerd. De schilderijen werden in de Tweede Wereldoorlog vernietigd. Sinds 2005 zijn op de oorspronkelijke plek zwart-witreproducties te zien. Uit onvrede met de situatie rond de schilderingen in de universiteit besloot Klimt voortaan geen publieke opdrachten meer aan te nemen. Hij concentreerde zich daarna op landschappen en portretten.

Het laatste atelier van Klimt is sinds een paar jaar ook te bezoeken. De schilder werkte vanaf 1911 tot zijn dood in een tuinhuis in het 13de district van Wenen. Na zijn overlijden bouwden de nieuwe eigenaren, de familie Klein, een villa over het huisje heen. Ze omringden zich met kunst en kochten bijvoorbeeld een portret van een Afrikaanse man van Klimt. De Joodse familie woonde in het huis tot 1939, toen ze moesten vluchten voor de nazi’s. Hun eigendommen werden geroofd, hun Klimt is sindsdien spoorloos.

Het Van Gogh Museum gaat niet of nauwelijks in op deze schaduwzijde van Klimts erfenis. Niet dat het over een nacht ijs is gegaan met het organiseren van de tentoonstelling. In samenwerking met Museum Belvedere in Wenen is maar liefst zeven jaar onderzoek gedaan naar de inspiratiebronnen van de kunstenaar. Klimt vond in relatief korte tijd aansluiting bij de internationale avant-garde. Aanvankelijk was hij niet actief betrokken bij nieuwe ontwikkelingen in Parijs en andere Europese kunstcentra, maar mede door zijn bemoeienis in de Secession veranderde dat snel.

Alma-Tadema

Wat hij wel al vroeg kende, was het werk van de Nederlands-Britse schilder Lawrence (Lourens) Alma-Tadema (1836-1912), die in Friesland werd geboren en wereldberoemd werd in Londen. Alma-Tadema had een voorliefde voor Griekse en Romeinse voorstellingen met verleidelijke jonge vrouwen en die werden door Klimt gretig bestudeerd.

Later maakte de slaoliestijl van Jan Toorop diepe indruk op Klimt. En Van Gogh mag in dit verhaal natuurlijk niet ontbreken. Vooral in de landschappen die Klimt vanaf 1912 maakte zijn diens penseelvoering en composities te herkennen.

Door de dood van zijn broer en zijn vader in 1892 kwam Klimt in een crisis. Hij zette zich steeds meer af tegen de traditionele regels van de schilderkunst. In dromerige portretten zocht hij aansluiting bij Khnopff, Whistler en andere moderne kunstenaars. Alleen de gezichten en handen zijn realistisch weergegeven, de kleding en achtergrond werden steeds decoratiever.

Gouden periode

Dat leidde tot zijn ‘gouden periode’, waarin Klimt bladgoud gebruikte in zijn schilderijen. Achter de glinsterende vormpjes gaat enorm veel symboliek schuil, al is niet altijd duidelijk waar de droomwerelden met fantasiefiguren naar verwijzen. Ze gaan vaak over het leven en de dood, strijd en de liefde, maar Klimt heeft zich nauwelijks over de betekenis van zijn schilderijen uitgelaten.

Soms lijkt die voor de hand te liggen. Een voorstelling van een ridder te paard wordt gezien als een personificatie van Klimt zelf, die de stijd aangaat met de vijandigheden waarmee hij wordt omringd. Een geniepig slangenkopje in een hoek van het schilderij verbeeldt het kwaad, dat staat voor alle negatieve reacties op zijn werk.

Het leven is een strijd (De gouden ridder). Beeld  Aichi Prefectural Museum of Art
Het leven is een strijd (De gouden ridder).Beeld Aichi Prefectural Museum of Art

In andere schilderijen is het gissen naar de betekenis. Vrouwelijke waterwezens met golvende haarpartijen zijn half vis, half mens. Uitdagend en erotisch, maar ook in zichzelf gekeerd zwemmen ze door een fantasiewereld met gouden slingerplanten en kleurige bloemen.

Ook het allerlaatste schilderij van Klimt hangt nu tijdelijk in Amsterdam. Het is onvoltooid, waardoor de werkwijze van de schilder zichtbaar wordt. De bruid heet het, maar kenners zijn het er niet over eens welke van de afgebeelde vrouwen nu precies die bruid is. Het werk van Klimt bleef tot op het eind ongrijpbaar.

Golden Boy Gustav Klimt, geïnspireerd door Van Gogh, Rodin Matisse, Van Gogh Museum, t/m 8 januari

Beethovenfries

Centraal in de tentoonstelling staat het Beethovenfries, dat Klimt in 1901-1902 maakte voor het gebouw van de Secession in Wenen. De voorstelling strekt zich uit over drie muren en is een hommage aan de Negende Symfonie van Beethoven. De zaal is in Amsterdam op ware grootte nagebouwd, waarbij de muurschilderingen van Klimt als reproducties zijn aangebracht.

Het verhaal begint als de mensheid een ridder smeekt de stijd voor geluk aan te gaan. Op de middelste muur zien we allerlei vijandige krachten, ziekte, krankzinnigheid, dood, en vrouwen die lust, onkuisheid en onmatigheid symboliseren. Op de laatste wand leidt het verlangen naar geluk naar de kunsten. Daar vindt iedereen pure vreugde en liefde.

Klimt in het Conservatorium Hotel

Gastronomisch nagenieten bij de overburen? Ter ere van Golden Boy Gustav Klimt brengt het Conservatorium Hotel van 7 tot 23 oktober een culinair eerbetoon aan de kunstenaar. Zo komt Klimts voorliefde voor goud terug in Golden Treasure, een glinsterende gin-cocktail met passievrucht in een met rode verf beschilderd glas. Het hartige element, ‘Tree of Life’, bestaat uit een zwarte bao bun met gouden penseelstreek, gevuld met eend, umeboshi-pruim en eetbare bloemen. De zoete afsluiter, een abstract gezicht van amandel en pure chocolade, is een ode aan het wereldberoemde schilderij Judith I. Dit culinaire drieluik wordt voor € 50,- per persoon geserveerd bij Taiko Bar. Reserveren kan via taikocuisine.com.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden