Van Dik Hout in 2002, met voor zanger Martin Buitenhuis.

Plus Interview

Van Dik Hout bestaat 25 jaar en weet van geen ophouden

Van Dik Hout in 2002, met voor zanger Martin Buitenhuis. Beeld ANP/Paul van Bergen

Van Dik Hout bestaat 25 jaar en viert dat met twee albums en een documentaire. Zanger Martin Buitenhuis (50) weet van geen ophouden. ‘Zo lang er nieuwe muziek is, is er leven.’

25 jaar Van Dik Hout. Bent u in feeststemming?

“Ons jubileumconcert in Carré in juni was het echte feest. We hebben het verleden gevierd; nu ligt de toekomst weer open. We vonden het te karig om bij een 25-jarig bestaan alleen maar terug te blikken. Er moesten ook nieuwe liedjes te vieren zijn. De rode draad daarvan is een eerbetoon aan ons leven geworden. Het is bijzonder dat wij dit als vrienden al 25 jaar met elkaar mogen doen – dat heeft ons geïnspireerd.”

U zei eerder dat de band is opgeleefd.

“Ons vorige album is al ruim vijf jaar oud. Het deed me goed te zien met hoeveel passie we weer aan iets nieuws begonnen. 25 jaar is een lange weg. Dat we soms afdreven, is een te groot woord, maar focus en aandacht gaan altijd in pieken en dalen, simpelweg omdat er in mensenlevens tussendoor van alles gebeurt. Het bleek dat nieuwe dingen maken nog steeds de kurk is waar Van Dik Hout opdrijft. Het voelt weer heel fris.”

Is het pijnlijk dat u uw jubileum niet kunt vieren in de oorspronkelijke groepsbezetting? Drummer Louis de Wit verliet de band vorig jaar.

“Tja, het is nu eenmaal zo gelopen. We zijn simpelweg uit elkaar gegroeid. Dat hebben we, zonder een naar gevoel, wederzijds geconstateerd. Je moet ook wel een gestoorde passie hebben om je hele leven in dienst van een band te willen stellen, dat besef ik. Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: een nieuw persoon (Oscar Kraal is de nieuwe drummer, red.) brengt ook weer nieuwe ideeën mee.”

Naast uw nieuwe album wordt ook gewerkt aan Verspijkerd, waarop jonge Nederlandse hip­hopartiesten uw repertoire bewerken. Wat vindt u van de eerste resultaten?

“Ze hebben onze muziek heel vrij benaderd. De refreinen zijn vaak in tact gelaten, maar verder zijn er veel raps toegevoegd. Dat is de blik van 2019. Compleet anders dan de onze. Maar dat was ook onze positie toen we begonnen. ­Nederlandse teksten geplakt op gitaarrock, daar werd begin jaren 90 met verbazing naar gekeken.”

Kende u namen als Josylvio, Paul Sinha, Snelle en Hef?

“De meeste, ja. Althans: hun muziek. Mijn jongste dochter van 13 draait ze allemaal thuis. Sinds kort ken ik de namen bij de liedjes.”

Voor uw dochter bent u dankzij hen een nog grotere held geworden?

“Nou, eigenlijk nu pas! Ze vond ons werk tot nu toe eigenlijk voornamelijk interessant als ze via ons mee kon naar een festival waar bijvoorbeeld ook Lil’ Kleine optrad. Ik ben thuis eindelijk geaccepteerd als muzikant.”

Hoeveel van de 25-jarige die Stil in mij schreef huist nog in u?

“Dat ik 50 ben geworden, doet soms nog pijn. Ik voel me veel jonger, heb ook nog dezelfde houding ten opzichte van muziek. Ik probeer zo onbevangen mogelijk te blijven. Ervaring is niet altijd een voordeel. Als je manier van werken naar gewoonte neigt, begint het mis te lopen. Aan de andere kant weet ik wel beter hoe het moet, een liedje schrijven. In mijn teksten van vroeger hoor je een jongen vol branie, iemand vol Sturm und Drang, maar vooral iemand die dacht dat de wereld om hem draaide: Stil in mij of Ik kan niet leven zonder alles of niets. Alles ging over mezelf. Dat blijft in zekere zin altijd zo, maar ik heb ook geleerd andere perspectieven te kiezen. Als het lukt zo’n verhaal te schrijven zonder dat het lijkt alsof het is verzonnen, ben ik tevreden.”

Miste u die periode van eerste keren en nieuwe veroveringen weleens?

“Missen… het was geweldig, ja. Ik geniet nu meer van wat ik doe. Als twintiger ben je sneller opgefokt, gespannen. Ik voelde altijd de druk me te bewijzen, wilde laten zien dat het plotselinge succes gebaseerd was op kwaliteit. Tegenwoordig ben ik nooit meer zenuwachtig. Ik geniet als we met z’n allen het busje in stappen op weg naar een optreden.”

Zijn er nog dingen te veroveren voor een 25-jarige band?

“Het gaat nu om het continueren. Zo lang er nieuwe muziek blijft komen, zit er leven in de band. Ik zelf heb het geluk dat ik altijd denk dat ik mijn beste liedje nog moet schrijven. Misschien is dat niet zo, maar de kans dat het kan, is voor mij genoeg door te gaan.”

Legacy of Music: Van Dik Hout, documentaire van Art Rooijakkers en Leon Verdonschot, te zien op ­Videoland. Op 3/1 speelt Van Dik Hout in Paradiso.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden