PlusVoorbeschouwing

Van Beethoven tot Roukens tijdens de Strijkkwartet Biënnale

Zaterdag begint in het Muziekgebouw de tweede editie van de Strijkkwartet Biënnale.

Het Jerusalem Kwartet is een van de ruim 25 strijkkwartetten die tijdens de Biënnale spelen. Beeld Felix Broede

Strijkkwartet. Er bestaan mensen die al beginnen te rillen van genot als ze dit woord alleen maar lezen. Ze denken dan aan een van de vele levensveranderend mooie en ontroerende strijkkwartetten die ze ooit hebben gehoord. Een kwartet van Beethoven bijvoorbeeld (vooral hij), of van Mozart, Haydn of Schubert. Of misschien wel van Janácek, Bartók, Schnittke of Riley. De keuze is nogal aanzienlijk.

Het genre strijkkwartet is muziek voor een specifieke bezetting. Twee violen, een altviool en een cello vormen een strijkkwartet. Drie violen en een cello is weliswaar een kwartet van strijkers, maar geen strijkkwartet.

Het genre strijkkwartet heeft sinds 1825-26, toen Beethoven zijn zes kwartetten (met de opusnummers 127, 130, 131, 132, 133 en 135) componeerde. Hoewel de stukken destijds buitenissig en onbegrijpelijk werden gevonden, gelden deze ‘late strijkkwartetten’ tegenwoordig als zo’n beetje het allermooiste wat ooit door een componist op notenpapier is gezet.

Tijdens de Strijkkwartet Biënnale, die van 25 januari tot en met 1 februari in het Muziekgebouw is, zijn ze allemaal te horen, als vaste afsluiting van de eerste zeven festivaldagen, uitgevoerd door het Jerusalem Kwartet, Calder Kwartet, Juilliard Kwartet, Pavel Haas Kwartet en Gerhard Kwartet. Op 30 januari is de samenwerking van het Alma Kwartet met het New Cool Collective opmerkelijk, die gezamenlijk aan de slag gaan met Beethovens opus 127.

‘Heilig genre’

Ook in de ochtend staat Beethoven op het programma. Op zes festivaldagen spelen zes verschillende kwartetten (onder meer Dudok, Danel, Signum en Ruysdael) opus 18, Beethovens eerste zes strijkkwartetten.

Op de biënnale zijn meer dan 25 strijkkwartetten aanwezig, van zeer beroemde, zoals het Artemis Kwartet, dat het openingsconcert verzorgt, tot prille, jonge kwartetten die nog aan het begin van hun ontwikkeling staan.

De meeste kwartetten spelen werken van grote componisten als Haydn, Mozart, Beethoven, Brahms, Tsjaikovski, Franck en Bartók. Van Terry Riley klinken Salome Dances for Peace en Cadenza On The Night Plain Riley, Toru Takemitsu is van de partij met Landscape I en Thomas Adès met Arcadiana, maar er klinken ook nieuwe kwartetten van Kevin Volans, Sebastian Fagerlund, Brett Dean en de Amsterdamse componist Joey Roukens. Vindt Roukens het strijkkwartet een ‘heilig genre’, zoals er door veel mensen over wordt gesproken?

“Nee! Haha. ik heb dat idee van strijkkwartet als heilig medium nooit zo begrepen. Als componist van ‘klassieke muziek’ tors je altijd een enorme traditie mee, of je nu een strijkkwartet, een orkestwerk, een pianosolostuk of opera schrijft. Ik zie niet in waarom het strijkkwartet een speciale status zou moeten hebben. Dat idee is misschien een overblijfsel van het ‘oude’ modernistische denken. Veel jongere componisten ervaren dat denk ik niet meer zo. Iemand als Jörg Widmann schrijft naar hartenlust strijkkwartetten en omarmt daarbij juist de traditie die het medium rijk is. Dat is ook de beste benadering: omarm de traditie, zie haar niet als last maar als uitkomst, leer ervan en steel eruit.”

Toen Roukens de opdracht van de Biënnale kreeg, wilde hij dus ‘gewoon een zo goed mogelijk strijkkwartet afleveren’. “Als ik me te veel door ‘de traditie’ zou laten intimideren, zou ik net zo goed kunnen stoppen met componeren, want wat je ook maakt, het wordt nooit zo goed als Beethoven. Je mag blij zijn als het je lukt iets te maken wat net zo goed is als Louis Spohr, om maar even een hele goede uit de league daar net onder te noemen.”

Subtiele knipogen

Zijn stuk, What Remains, duurt ongeveer 25 minuten en bestaat uit twee grote delen: een sterk pulserend, quasipostminimalistisch eerste, waarin een steeds manischer energie wordt opgebouwd en een overwegend langzaam tweede, met een oudemuziekachtige meditatieve sfeer.

“In vergelijking met mijn vorige strijkkwartetten is het stuk wat abstracter, meer gericht op textuur dan op motieven of melodie. Het was ook een onderzoek: wat voor soort strijkkwartet blijft over als je de motivisch-thematische laag, die bij de klassieke strijkkwartetten zo leidend is, weglaat.”

Tijdens het schrijven van het stuk lagen de zakpartituurtjes van Beethovens opus 127 en 131 op zijn bureau. “Bij Beethoven zie je soms een heel orkestrale benadering van het strijkkwartet, die ik ook heb nagestreefd. Omdat What Remains erg gaat over textuur, heb ik daarnaast modernistische stukken geraadpleegd, die mijlenver van mijn eigen taal liggen, maar die ook op een interessante manier omgaan met textuur – van Rihm, Georg Friedrich Haas en vooral het tweede strijkkwartet van Ligeti. In mijn stuk zitten een paar subtiele knipogen naar Ligeti, maar alleen een insider hoort dat soort dingetjes, want mijn muziek klinkt verder totáál anders.”

Roukens is zeer te spreken over het programma van de Strijkkwartet Biënnale. “Er komt een boel interessants langs. Twee persoonlijke favorieten: Beethoven opus 131 blijft iets om op te verheugen, zeker als het Juilliard Quartet het speelt. Verder klinkt dat lange concert On The Night Plain op 31 januari, met drie kwartetten en allerlei moderne werken van Dusapin tot Reichs Different Trains (een van mijn favoriete stukken van Reich) als een concert om naar uit te kijken.”

Strijkkwartet Biënnale, van 25/1 t/m 1/2 in het Muziekgebouw. www.sqba.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden