PlusInterview

Valentijn Hoogenkamp schreef een ‘coming of gender’-essay. ‘Ik wil me thuis voelen in mijn eigen leven’

Als Valentijn Hoogenkamp (1986) vanwege een genafwijking een borstamputatie ondergaat, verandert er veel. Hij realiseert zich dat hij geen meisje is, maar non-binair. In zijn ‘coming of gender’-essay Antiboy beschrijft hij dit proces: ‘Ik verlangde naar een oprecht leven.’

Dieuwertje Mertens
Valentijn Hoogenkamp: ‘Ik probeerde dat vreemde en pijnlijke gevoel van genderneutraliteit van me af te schudden.’  Beeld Sanja Marusic
Valentijn Hoogenkamp: ‘Ik probeerde dat vreemde en pijnlijke gevoel van genderneutraliteit van me af te schudden.’Beeld Sanja Marusic

‘Ik kom uit een lang geslacht van leugenaars,’ luidt de beginzin van Antiboy. Er was een overgrootmoeder die deed of ze niet Joods was, een moeder die besloot niet meer te voelen en ‘Antiboy’ Valentijn Hoogenkamp, die debuteerde met de veelgeprezen roman Het aanbidden van Louis Claus en zich probeerde te voegen naar een vrouwenrol.

‘Hoe moet ik je noemen, als ik het over het verleden heb,’ vraagt Antiboy aan zijn ex-geliefde; trans man Slimane. En nu vraag ik aan het u.

“Slimane is natuurlijk een pseudoniem. Ik vroeg het hem en hij zei: ‘Als jij een meisje zag, mag je het wel zo opschrijven.’ In mijn herinnering had ik met hem mijn eerste lesbische ervaring, dus ik was geneigd om ‘zij’ te gebruiken, maar toen ik er langer over nadacht, veranderde ik van gedachten.”

“Ik dacht: zo geef ik niet het goede voorbeeld. Ik wil worden aangesproken met Valentijn en ‘hij’. Soms kan dat ene slecht geplaatste woord zoveel pijnlijke herinneringen oproepen. Het is overigens niet zo dat ik er geen begrip voor heb als het misgaat met voornaamwoorden, maar je moet ernaar streven het goed te doen.”

“Bij de Chinees word ik aangesproken met ‘mevrouw’, daar ga ik echt niet moeilijk over doen, maar tegelijkertijd vind ik het wel leuk dat ik laatst op de stoep stond en dat iemand riep: ‘Hé broer, ga eens opzij.’ Ik word aangesproken met ‘meneer’ en ‘mevrouw’.”

Waarom vond u het belangrijk dat dit boek er kwam?

“Mijn debuutroman Het aanbidden van Louis Claus ging over een jonge vrouw in de jaren tweeduizend. Ik heb heel veel herinneringen opgehaald en toen begonnen ook onderwerpen als ‘geaardheid’ op te doemen: op welke vriendinnen was ik nou verliefd? Ik ben niet het hoofdpersonage, maar het verhaal dwong me wel heel erg na te denken over liefde en identiteit.”

“Tijdens het schrijven drong de vraag zich op: gaat dit boek nou over het aanbidden van Louis Claus of Louis Claus willen zijn? Die gedachte vond ik toen nog heel eng, dus die heb ik direct weggeduwd. Die plotlijn heb ik laten liggen, maar die lag me aan te kijken toen ik aan Antiboy begon.”

Welke betekenis in dit proces had de ontdekking dat u de genafwijking BRCA1 heeft?

“Dat was heel groot en complex voor me. In 2018 ontdekte ik dat ik dit gen bij me droeg, dat 60 tot 80 procent kans op borstkanker geeft en tot 40 procent kans op eierstokkanker. Het kon dodelijk zijn als ik mijn eierstokken niet liet verwijderen.”

“Dit bericht kwam op het moment dat ik al een hele tijd worstelde met: wie ben ik? Vlak daarna overleed mijn moeder. Voor de diagnose was ik vaak somber en voelde ik me niet verbonden met mijn eigen leven. Ik dacht vaak: ik zou eigenlijk wel willen verdwijnen. Maar toen ik hoorde dat er een grote kans was dat ik daadwerkelijk zou verdwijnen, dacht ik: ik wil niet dood, maar ik wil me dan ook wel thuis voelen in mijn eigen leven.”

“Ineens nam ik geen genoegen meer met: ik voel me afschuwelijk, maar dat hoort er dan maar gewoon bij. Daarvoor voelde mijn leven vaak als onecht. Ik verlangde naar een oprecht leven. Daarvoor moest ik ook de confrontatie aangaan met: waarom wil ik altijd weg bij mijn lijf? En: waarom probeer ik me altijd heel vrouwelijk te kleden in de hoop dat ik iets kan bereiken?”

Toen ik u een paar jaar geleden ontmoette, maakte u een heel meisjesachtige, fladderige indruk. U droeg een bloemetjesjurk, als ik het me goed herinner.

“Ik wilde ook graag heel vrouwelijk zijn, dat gevoel dat bij anderen van binnen naar buiten werkt – ik voel me vrouwelijk, dus ik draag graag bepaalde kleding – werkte bij andersom. Ik zocht: hoe kan ik vrouwelijk wórden. Hoe kan ik op een plek komen dat ik echt het gevoel heb dat ik een gender heb?”

“Ik wist voor mijn gevoel wel goed hoe je een meisje maakt, wat je moet doen om vrouwelijk te zijn. Daar had ik best wel houvast aan. Ik probeerde dat vreemde en pijnlijke gevoel van genderneutraliteit van me af te schudden, maar dat lukte niet.”

Hoogenkamp heeft vanwege de genafwijking zijn borsten laten verwijderen. Hij wilde echter geen borstreconstructie. In Antiboy beschrijft hij het gesprek met de plastisch chirurg, die dit ‘esthetisch ongewenst’ vindt. Hij schrijft: ‘Ik kan zien dat je dol bent op je doktersjas (...) Als ik je zou verplichten om door die gang te lopen in een versleten trainingspak, of in skinny jeans, of, en dit kunnen we ons allebei niet voorstellen, een bloemetjesjurk, als je moest opereren in een bloemetjesjurk, zou je dan elke patiënt, elk paar ogen apart uitleggen ‘Dit is niet wie ik ben?’’

Is dat zo’n beetje hoe u zich de afgelopen jaren voelde?

“Die ervaring herken ik. Ik heb dit zo opgeschreven omdat ik dacht: die plastisch chirurg heeft ook een identiteit die hij deels ontleend aan zijn expertise, maar ook op wat hij aanheeft. Als je zo iemand zou dwingen om te veranderen, zou hij het zich dan kunnen voorstellen? Of heeft hij een band met zijn gender die niet zo afhangt van de wijze waarop hij zich presenteert?”

“Ik moet ook denken aan toen ik een jaar of vijftien was en dat iemand in de club in mijn oor fluisterde: ‘Jij bent echt een heel mooi meisje’ en dat ik dan over mijn schouder keek: waar dan? Ik was altijd verbaasd. Sta je nou met mijn jurk te praten? We weten toch allebei dat dit niet echt is?”

Wat heeft u naast uw lichaam veranderd?

“Ik sprak laatst iemand die van zijn geloof was gevallen. Dat vond ik een goede vergelijking. Na die diagnose kon ik me niet meer gedragen op een manier die niet klopte. Het geloof dat als ik dat meisjesachtige gedrag maar lang genoeg zou volhouden, dat ik er dan op een dag mee zou samenvallen, viel van me af.”

Marieke Lucas Rijneveld vertelde in een interview dat hij speelt met mannelijke poses om zonder lichamelijke aanpassingen een jongen te kunnen zijn. Herkent u dit?

“Ik ben nog steeds fladderig en nog steeds chaotisch. Maar het is anders tegenwoordig, omdat ik er in mijn bewegingen niet langer bewust naar streef om vrouwelijk te zijn. Daar stopte ik mee en vreemd genoeg was dat heel snel weg.”

“Ik hoop dat ik nooit het gevoel zal hebben dat ik mannelijke poses aan moet nemen, want dan ben ik me weer aan het voegen naar die binaire tegenstelling. Maar ik juich wel toe dat andere mensen hiermee spelen en zichzelf hierin vinden.”

Als Antiboy uit de kast komt als non-binair houdt zijn relatie geen stand, wat bij mij de vraag oproept: hoeveel waarde hechten we aan gender?

“Ik had verwacht dat het minder uit zou maken, maar hoewel ‘gender’ een construct is, heeft gender reële gevolgen in de echte wereld.”

Hoe heeft u bepaald waar uw essay moest eindigen?

“Ik heb me wel afgevraagd wat een goed moment was om te stoppen. Stop je bij de eerste verwarring? Stop je als je genderidentiteit is uitgekristalliseerd? Ik ben gestopt op het moment dat ik tussen twee namen inzat: ik wist wie ik was en heb een idee over wie ik aan het worden ben. Er is nog een heel leven na dit boek.”

Antiboy

Valentijn Hoogenkamp
De Bezige Bij, €12,99
112 blz.

null Beeld

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden