Plus Interview

Urbanus: ‘Mijn humor is universeel’

Urbanus: ‘Wat tien jaar geleden kon, kan nu niet meer.’ Beeld Liesa Servranckx

Hij stak midden jaren zeventig als Urbanus van Anus de Vlaams-Nederlandse grens over. Nu reist komiek Urbain Servranckx weer langs de Hollandse theaters. 

Hoe spreken we hem eigenlijk aan? Urbanus? De heer Van Anus wellicht? Meneer Servranckx? Hij is tenslotte zeventig jaar. Of amicaal Urbain? “Wat u wilt,” zegt hij. “U mag me ook prins Laurent noemen. Maar Van Anus – dat is niet meer, hè? Toen ik succes kreeg in Nederland liet ik op advies van Drs. P die achternaam weg. Daar trek je alleen maar hooligans en carnavalsgasten mee.”

Urbain Servranckx reist met zijn nieuwe show Lij kner ge sop (tip: lees de woorden achter elkaar door) de komende maanden door Nederland. Bijna veertig jaar nadat hij de Belgisch-­Nederlandse grens was overgestoken en hier als exotisch-Vlaamse curiositeit juichend werd binnengehaald. Liedjes als Madammen met een bontjas en Bakske vol met stro werden hits. In het katholieke België lag die laatste single gevoelig, maar daar trokken Urbanus en zijn fans zich niks van aan.

Hij kreeg in zijn jeugd zijn deel van ‘godsdienst gebaseerd op angst’. “Ik heb een keer een hostie uit mijn mond genomen en dus aangeraakt. Verboden! God zou mij straffen, mijn mond zou tot in de eeuwigheid bloeden. Maar er gebeurde niks. Ik nam telkens die hosties stiekem uit mijn mond en maakte er een munt van om mee te flipperen. Die bleef helaas plakken in de machine. De cafébaas woedend, natuurlijk.”

Kromme vinger

In zijn boerderij te Tollembeek in Pajottenland, een groene streek in Vlaams-Brabant, is Urbanus thuis tussen paarden, hond en kippen. In de jaren tachtig en negentig was de plek een bedevaartsoord voor aanhangers.

“Ik voelde me een neergedaalde alien. Dagelijks trokken allerhande jeugdbewegingen voorbij, jullie zouden scouts zeggen. De leiders verzonnen altijd iets waar mijn voordeur een rol in speelde. Ding-dong, dan ging de bel weer, net als ik met het emmertje afval naar de kippen liep. De dorpelingen die de weg wezen, hebben nog steeds een kromme vinger.”

In 2000 laste hij een adempauze in. “Ik wilde mijn kinderen zien opgroeien. Marike is 19, onze Loewie is 24 en Liesa is… even denken… 29. Ik heb dat niet altijd paraat, het verandert elk jaar, hè? Mijn vrouw en ik vreeën vijfjaarlijks en elke keer was het prijs. Bovendien ben ik een natuurhippie, ik wilde rust. Je kunt hard werken om je schuur vol met graan te steken, maar je moet ook de tijd nemen er een taart van te bakken.”

Urbanus privé en op het podium, beiden zijn ontwapenend. “Door mijn complete domheid en flinke overdrijving in het theater kom ik er altijd mee weg. Mijn humor is universeel. Vertaal het in het Chinees en ook Peking heeft een leuke avond. Het is ook mijn overleving. In mijn geboortedorp diende humor louter om het leven draaglijk te maken. Ik kan de vreselijkste dingen debiteren met een onschuldige kop. Had ik op sociale media gezeten, dan zou ik ongetwijfeld tientallen doodsbedreigingen ontvangen.”

Maar, de tijden zijn veranderd. “Alles wat tien jaar geleden kon, kan niet meer. Daar trek ik me niet te veel van aan. Ik zou een lafaard zijn als ik geen grappen meer maak over joden en moslims. Iedereen weet dat ik nooit gemeen ben.”

Hij vertelt dat hij in Gent, ‘een nogal linkse stad’, optrad. “Daar is het woord ‘allochtoon’ uitgebannen. Jammer, zei ik tegen de zaal, want ik had er een paar grappen over.”

Ook de MeToo-beweging vermocht geen indruk achter te laten in de Tollembeekse dreven. Zijn programma kent nog altijd vrouwonvriendelijke grappen, meldt hij monter.

“Ik zou worden geïnterviewd door een journaliste van de omroep VRT, een knappe meid. Die belde uit de auto dat ze vaststond bij Brussel. ‘En ik heb nog niets gegeten’, verzuchtte ze. Ik stuurde haar snel een berichtje: ik zal een tasje koffie zetten en er is boterkoek. En een donut.

“Ik kreeg vervolgens een verontwaardigde sms terug. Pas toen las ik wat ik in alle haast met m’n veel te dikke vinger te snel had geschreven: ‘Zal tasje koffie tetten, boterpoep en dokut.’ U moet weten, tetten zijn bij ons tieten. Plat? Ach, dat zeiden ze ook van de aarde.”

Speellijst: urbanuszelf.eu

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden