Recensie

'Uitverkoren' van A.F.Th. is een opvallend energiek boek (****)

'Uitverkoren' is een tweede boek van A.F.Th. van der Heijden over zijn overleden zoon, Tonio. Hij deelt met ons zijn overwegingen over het schrijven van de roman 'Tonio'. En weer is het een opvallend energiek boek geworden.

Je ziet Van der Heijden schrijven in zijn werkkamer, onrustig heen en weer bewegend op zijn stoelBeeld anp

In 'Uitverkoren' van A.F.Th. van der Heijden zitten nogal wat opmerkelijke passages. Op de eerste pinksterdag van 2010 kwam Tonio van der Heijden, het enig kind van A.F.Th. van der Heijden en Mirjam Rotenstreich, bij een verkeersongeval om het leven; Tonio was nog net geen 22. Van der Heijden schreef er een inmiddels veelgelezen requiemroman over, 'Tonio'. 'Uitverkoren' bestaat uit een tekst van Van der Heijden en enkele schriftelijke interviews met hem. Het geheel wordt afgesloten door het dankwoord van Van der Heijden bij diens aanvaarding van de P.C. Hooftprijs in 2013.

Wat boven dit alles hangt, is de vraag naar het waarom. In een stuk over het grote thema van de dood in literaire fictie stelde James Wood in The New Yorker enkele maanden geleden die vraag uitgebreid aan de orde, al levert hij zelf reeds vroeg in het stuk ook maar meteen het onthutsende antwoord: 'Death gives birth to the first question - Why? - and seems to kill the answers.'

Emokitsch
Het waarom komt even aan bod in het interview van Peter van Vlerken met Van der Heijden. Die maakt er korte metten mee: 'Het 'waarom?' is verworden tot een loze kreet, waar nog wat emokitsch vanaf vonkt.' Van der Heijden doelt daarmee vooral op het feit dat hij verder weinig met de vraag kan; het ongeluk laat hem daar weinig ruimte toe. De feiten waren 'glashard en duidelijk: twee elkaar voluit treffende krachten... het blinde noodlot dat het op een akkoordje gooit met de kansrekening.'

En toch wordt 'Uitverkoren' op een onuitgesproken manier juist beheerst door die ene vraag: waarom? Als je er op let, springt die de hele tijd in je gezicht. Interviewer Jeroen Overstijns constateert dat Van der Heijden in zijn vroegere werk vaak wrang over zijn ouders schreef. Van der Heijden legt daarover een en ander op literaire wijze uit, en dan volgt deze opmerkelijke ontboezeming: 'Na het verongelukken van Tonio ben ik zelfs redeloos kwaad op ze geweest. Ze hadden mij geleerd hoe het gezin door alle storm en tegenspoed heen de kern van de wereld bleef. Goed, ik zou het allemaal beter doen dan zij, maar ik nam uiteindelijk het belang dat zij aan hun gezin hechtten van ze over.'

En nu moest hij kwaad constateren dat dit, het gezin, 'zomaar, van het ene moment op het andere, allemaal kapot [kan] zijn.' En waarom dan toch al die tijd het belang van het gezin gekoesterd? Van der Heijden geeft zelf al aan dat dit een redeloos verwijt is, maar dat het verwijt in hem opkwam en het ophalen ervan laten goed zien wat er in 'Uitverkoren' gebeurt, en wat in de roman 'Tonio' ook al een rol speelde: Van der Heijden probeert álles open te breken en van het statische te ontdoen.

Dat komt ook tot uiting in een andere passage in hetzelfde interview. Van der Heijden legt uit dat hij vanaf 2003 zeven jaren monomaan bezig is geweest aan de Homo ­duplex-cyclus; voor de buitenwereld had hij in die periode weinig oog gehad. En 'als het ware oogknipperend tegen het daglicht' ontdekt hij dat er in boekenland veel veranderd is: er is een bepaald type boek gekomen dat al het andere weg is gaan drukken: 'Beroerd geschreven formuleproza werd per pallet als 'literaire thriller' verkocht.'

Verstarde literatuur
De literatuur - vul ik Van der Heijden aan - is in hoog tempo vrijwel uit de boekhandel verdwenen. Wat is er tegen beroerd geschreven formuleproza, behalve dat het beroerd geschreven is? Inderdaad: dat het ook nog eens formuleproza is; iets wat dus in een vaste vorm is gegoten en op een geijkte wijze is geschreven. Formuleproza is 'literatuur' die verstard is, die onbeweeglijk is, doods. Meer van hetzelfde, saai, flauw. Conventioneel. Van der Heijden: 'Er moet een manier voor de literaire schrijver zijn om, zonder populariserend op de hurken te gaan, de lezers bij de troggen met schraal leesvoer weg te lokken. Ik ben op het probleem nog niet uitgestudeerd.'

Maar je leest op elke bladzijde van 'Tonio' en 'Uitverkoren' dat hij voor in elk geval déze kwestie de oplossing eigenlijk al weet. Want ondanks het wrange onderwerp - ik aarzel enigszins om dit op te schrijven, maar ik doe het toch - zie je wat Van der Heijden in beide boeken doet: hij zoekt naar de beweging, naar het dynamische, ja, hij zoekt naar het levendige, naar het leven. Elke bladzijde van 'Uitverkoren' gaat over Tonio, of over het beeld dat Van der Heijden van zijn zoon heeft. Want dat veroorzaakt de dood natuurlijk ook: de overledene is er niet meer bij. Dat is het volstrekt onverteerbare: Tonio is werkelijk dood en kan niets meer zeggen, we zijn gebonden aan het beeld dat we zélf van hem hebben of dat van hem wordt geschetst.

Maar dit boek ontpopt zich tevens als een soort schrijfcursus, een zoeken naar de juiste aanpak, een zoeken naar het geheim en uiteindelijk dus ook als een zoektocht naar het waarom van dit alles. Je ziet Van der Heijden schrijven in zijn werkkamer, onrustig heen en weer bewegend op zijn stoel, driftig soms andere muziek opzettend, met verkrampte kaken voorovergebogen aan zijn bureau zittend en dan weer door de kamer ijsberend, onrustig in zijn lichaam en in zijn geest, en je ziet hem die onrust op papier brengen, maar wel met de juiste beelden, de juiste dynamiek, en tegen de verstarring en tegen de dood.

Mensen durven 'Tonio' niet te lezen
Je hoort wel eens dat mensen, lezers, huiveren om aan Tonio te beginnen, ze vrezen de roman, en dat is ook wel te begrijpen. Van der Heijden zelf kent ook zijn aarzelingen. Hij schrijft in 'Uitverkoren' op een gegeven moment: 'Ik verlang naar een wereld van fictie, waarin ik zelf mag bepalen hoe het drama zich ontwikkelt, en wat de afloop is.' Bij Tonio was hij gebonden aan de afloop. Maar je ziet ook hoe hij die roman op weerspannige wijze vol vitaliteit en dynamiek heeft geblazen. Het lijkt me met zíjn talent de juiste houding. Het lijkt me met zíjn talent de enige houding die hij kan aannemen.


A.F.Th. van der Heijden - Uitverkoren
Uitgeverij: De Bezige Bij
Prijs: € 17,90
174 blz.

Beeld Het Parool
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden