PlusDe Klapstoel

Uitgever Marieke Derksen over het boek over haar vader Johan: ‘Nu haat iedereen ons weer’

Marieke Derksen (1979) is uitgever. Ze is de vrouw achter succesvolle boeken over sporters, zoals Gijp en Kieft. Deze maand verscheen de biografie Derksen, over haar vader Johan.

Marieke Derksen. Beeld Harmen de Jong
Marieke Derksen.Beeld Harmen de Jong

Gouda

“Daar ben ik geboren, maar ik heb er totaal geen binding mee. Wij woonden er omdat de redactie van Voetbal International daar zat en daar werkte mijn vader. In onze straat was nog een ouderwets Marokkaans mannenhuis. Dat was fantastisch om langs te gaan: ik werd er vertroeteld met theetjes en koekjes, ze kwamen bij ons thuis om te bellen. Er woonde ook een mevrouw die met iemand van achter het IJzeren Gordijn was getrouwd voor zijn verblijfsvergunning en die zijn later echt verliefd geworden. Dat is toch te leuk voor woorden.”

Chicken Tonight

“Een pot met verhollandste saus van tropische ingrediënten en daar gooide je dan rijst en kip bij. Dan had je een voor die tijd heel tropische maaltijd. Het was het enige wat wij konden maken, de jaren negentig waren onze Chicken Tonightperiode. Mijn moeder overleed toen ik twaalf was, en ik bleef met Johan achter. Dat was met zijn tweeën een beetje overleven, aankloten en uitzoeken. Het schept wel een enorme band. Johan is gewoon weer gaan werken, ik was veel alleen thuis. Ik heb wel de randjes opgezocht. Mijn eerste tatoeage heb ik laten zetten op mijn zestiende verjaardag, hartstikke illegaal, van het zakgeld van mijn opa. De beste man heeft dat nooit geweten. In die tijd waren tatoeëerders nog van die Hells Angels, grote stoere kerels, dus ik zei bloedzenuwachtig: doe die maar. Dus nu zit ik op mijn 41ste met een ­tribal op mijn arm, dat is een beetje jammer.”

Oklahoma City

“Ik wilde naar Australië, maar dat vond Johan te ver weg. Die dacht: in Amerika ben je in zes uur vliegen. Nou, in New York misschien, niet in Oklahoma City. Ik was zestien en wilde graag weg. Toen werd ik daar geplaatst: hardcore Trumpcountry, de Ku Klux Clan kwam er nog bij elkaar. Mijn gastgezin was gelukkig niet religieus, en voor Oklahoma ruimdenkend. Hun ouders niet: toen mijn beste vriendin langs­kwam, mochten we hun niet vertellen dat ze uit Algerije kwam. Omdat ze racistisch waren, ja, dat werd niet onder stoelen of banken geschoven.”

“Mijn gastgezin gebruikte mij als een pop: voor elk feest werd ik verkleed. Als pompoen, of in jarenzestigthema met lakschoentjes en petticoat. Sindsdien ben ik elke schaamte voorbij. Toen ze naar Nederland kwamen, waren ze als tulpen verkleed. Ik dacht: we gaan naar het Anne Frank Huis en het Rijksmuseum, maar zij wilden alleen naar het Hard Rock Café en tulpenbollen kopen. Schatten van mensen, maar een complete desinteresse in cultuur.”

Belastingdienst

“Dat was een heel korte carrière. Uitzendbaantjes zijn het vagevuur van letterenafgestudeerden. Ik had filmwetenschappen gedaan en dan staan mensen niet echt voor je in de rij. Dus stond ik met allemaal afgestudeerden – de helft had Nederlands gedaan, de rest vrouwenstudies – dossiers in mapjes te doen. Daarvoor had ik trouwens kantoorkantines schoongemaakt en koffie rondgebracht. Dat was al heel onwennig, met zo’n kar tussen al die pakken, en toen kwam ik een jongen tegen die bij mij in de zesde had gezeten. En wij waren vervelend hè, zo’n meidengroep uit 6 vwo met allemaal een grote bek. Hij dacht waarschijnlijk: look at me now, bitch. Hier loop jij met een koffiekar en ik heb een businesscard, dit is mijn wraak. En ik gunde het hem zo.”

Gijp

“We maakten al zo’n twee, drie jaar sportboeken, een beetje in de marge. Toen kwam Gijp, en dat werd een enorm succes. Veel mensen zeiden: ik lees nooit, maar nu ben ik op bladzijde 50. Eén vrouw zei: mijn man is overleden, dit boek gaat mee in zijn kist. René van der Gijp was een verdienstelijk voetballer, maar mensen kenden hem op dat moment vooral als televisiepersoonlijkheid. Het was een sportboek dat anders was, een boek om te lachen. Alles viel op zijn plek: er was een goede vibe, iedereen zat buiten, Voetbal International had een programma, VI Oranje, dat erg populair werd. Die filmden op het strand, en elke keer zag je weer een gozer die dat boek lag te lezen. Dat werd een running gag. Zoiets kun je niet bedenken.”

Boekenbal

“Eén keer geweest, nooit meer. Het Boekenbal is gewoon een uit de hand gelopen bedrijfsfeestje. En zoals op elk bedrijfsfeestje gaan de dronken ouderen gek dansen na een paar sherry, en dan kun je weer naar huis. Dan ga ik liever naar een bruine kroeg met een barvrouw van tachtig. Ik zit precies tussen de boeken- en de sportwereld in. Het klatergoud en de acrylnagels van de voetbalwereld, dat is niks voor mij, maar het interessant doen over de derde laag in een roman en het lijden voor de literatuur ook niet. Toen ik bij De Bezige Bij ging werken, dacht ik aan Jean-Paul Sartre, Simone de Beauvoir, Parijs, roken, rode wijn! Maar bij uitgeverijen gaat het ook gewoon om spreadsheets.”

Derksen

“Het is binnengekomen op 1 in de bestsellerlijst. In de Boekenweek. Nu haat iedereen ons weer. Ik ben blij met het succes, maar het is ook spannend en eng en gênant. Het is toch familie. Ik heb een boek over Johan lang kunnen afhouden, maar nu hij gaat stoppen bij VI was de tijd er rijp voor. Ik kon het boek uitgeven door bewust afstand te houden, het te lezen als buitenstaander. Door te denken: dit is gewoon een hoofdpersoon. Anderen zeggen: wow, wat heeft hij veel meegemaakt. Het is natuurlijk een parade van mafkezen. Gekke voetballers, rockers, Herman Brood, Harry Muskee, maar dit is mijn leven. Ik heb veel met de schrijvers, Michel van Egmond en Antoinnette Scheulderman, gebeld. Die ken ik goed, dat is vertrouwd, en ik vond het heel belangrijk dat het geen slijmboek werd. Je moet wel kritisch zijn, want Johan is geen saint. Ik kots van biografieën waarin iemand wordt afgeschilderd als een heilige. En je moet er wel om kunnen lachen.”

50 m2

“Ik woonde al tiny voordat het een trend was. Ik vind het eigenlijk heel lekker, op mijn vijftig vierkante meter in Lombok. Zo’n wijk in Utrecht waar alles op een hoopje leeft: yuppen in de nieuwe appartementen, maar ook jongens in geleende Maserati’s. Je struikelt over de meloenen op straat, er is nog een paardenslager die plat Utrechts praat. Als ik op de markt in Istanboel sta, denk ik: wat is het hier rustig.”

Qatar

“In Nederland zijn we heel erg bezig met de Nederlandse geschiedenis en de slavernij en straks hebben we een WK in een land waar slavernij aan de orde van de dag is. Hoe kunnen we daar onze schouders over ophalen? En dat Ronald de Boer dan zegt: we zien het te eenzijdig. Maar hoe zie je 6500 doden bij de bouw van de stadions eenzijdig? Er zullen best aardige mensen wonen hoor, maar daar gaat het nu even niet om. Het gaat om de rechten van arbeiders, homoseksuelen, vrouwen. We weten wat er mis is, en nog doen we niks, want ‘sport is niet politiek’. Nou, nu effe wel hoor. Dus nee, ik vind dat we niet moeten gaan. Kom op, het is in de winter ook nog, op welk plein moeten we gaan feestvieren?”

“Ik zou een boek over Qatar wel heel interessant vinden, al weet ik niet of de mensen het zouden willen lezen. Het verpest een beetje het Oranjefeestje. Als je het allemaal weet, sta je toch iets minder vrolijk te juichen, in je brul­shirt.”

Lilianne Ploumen

“Die heb ik openlijk gesteund bij de laatste verkiezingen. Het heeft geen bal geholpen, maar die illusie had ik ook niet. Ik ben geen Bruce Springsteen die zegt: ik stem op Joe Biden. Ik ben een uitgevertje. Mijn vader was op televisie steeds vernietigend over Ploumen. De PvdA vond het grappig dat juist zijn dochter op haar stemde, dus daarom ben ik benaderd. Ze vonden het een goeie inside joke.”

Napoleonballen

“Ik houd ontzettend van snoep. Echt snoep-snoep. Haribo, Red Band, Napoleonballen. Het lekkerste vind ik de fruitsmaak, en dan van elke kleur één. Ik kan er ook niet op sabbelen, het moet meteen krák. Ik heb weleens dat ik ’s nachts wakker word en denk: wat zou mij nou goed doen? Eh nee, dan poets ik mijn tanden meestal niet daarna. Sorry tandartsenbond. Psychologisch zal het vast iets heel ergs zijn, dat ik nog steeds op zoek ben naar het kind in mezelf, of zoiets belachelijks.”

Ireen Wüst

“Dat is een kort verhaal. Over haar zouden we een boek uitbrengen, en dat is er niet gekomen. We hebben afgesproken er verder niets over te zeggen. Zo’n boek kan heel confronterend zijn. Ik zeg altijd tegen de hoofdpersoon: lees het alleen zelf. Niet je tante, partner, kinderen. Dat maakt het alleen maar complexer.”

“Je kunt als journalist wel alles opschrijven, maar je moet samen met je hoofdpersoon over de finish komen. Dus je moet ook sociaal zijn. De grootste kunst van geautoriseerde biografieën is: erin krijgen wat jij als schrijver wilt en de hoofdpersoon tevreden houden. We hebben wel vaker op het laatste moment een boek niet gedaan. Dat van Bryan Roy, bijvoorbeeld. Die is geradicaliseerd in de coronawappietoestanden, zoals een heleboel anderen ook. Daar lag mijn grens. Hij twitterde over mensen die baby’s eten, en zo. Ik heb gezegd: ik vind dit niet kunnen, jij wilt niet met mainstreammedia werken, ik hoor bij die mainstreammedia, dus dan scheiden onze wegen hier. Dat zijn geen leuke gesprekken, want het is best een aardige gozer.”

Ayoub Louihrani

“Ik zou heel graag een miniboerderij willen, dus misschien kan ik veel van hem leren. Een kinderboerderij, ja, maar dan verboden voor kinderen. Ik word jaloers. Dan denk ik: ga eens weg bij die konijnen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden