Review

U2 - No line on the horizon ****

Vooruit, laten we die Stones-vergelijking er nog maar eens tegenaan gooien. Dat deden we vijf jaar geleden, bij het verschijnen van How to dismantle an atomic bomb, op deze plek ook al eens. En hoewel uw recensent daarmee het risico loopt in herhaling te vallen (een verwijt dat hij al menig band, waaronder U2, gemaakt heeft) blijven Jagger, Richards en consorten een zinnig ijkpunt voor alle andere bands die er decennia omspannende carrières op nahouden.

Toen de Stones dertig jaar bestonden, brachten ze Voodoo lounge uit, een plaat die niet veel meer was dan een (slap) alibi voor een lucratieve wereldtournee waarop hoofdzakelijk oud werk werd gespeeld. Onder Stonesadepten wordt veel gekibbeld wat nu het laatste echt goede album is (Some girls uit 1978 wordt vaak genoemd), maar dat het werk van de afgelopen twintig jaar niet kan tippen aan dat wat ze de eerste twee decennia van hun carrière presteerden, daar lijkt iedereen het wel over eens te zijn.

Ook U2 bestaat inmiddels dertig jaar, en wat er verder ook op Bono cum suis aan te merken valt: na al die jaren zijn ze nog altijd relevant en maken ze platen die er toe doen. Waar tijdgenoten verworden tot treurige kermisacts (Simple Minds), ongemerkt uit het brandpunt van de belangstelling verdwijnen (REM) of na jaren kwakkelen geheel onverwacht tóch weer een aardige plaat maken (The Cure), is U2 nog altijd de grootste band op aarde.

Waarbij de albums van de laatste jaren vooral bedoeld lijken te zijn om die status te consolideren. Een plaat met de impact van, pak hem beet, The unforgettable fire, lijkt er niet meer in te zitten, maar Bono, Edge, Adam Clayton en Larry Mullen weten precies hoe ze de U2-formule vers en knapperig moeten houden.

Op How to dismantle an atomic bomb deden ze dat door de directheid van hun vroegste werk opnieuw aan te spreken, terwijl de Amsterdamse Ieren (U2 is, net als de Stones, fiscaal in de hoofdstad gevestigd) op No line on the horizon voor een wat gelaagdere aanpak kiezen. Overigens zónder daarbij het vertrouwde groepsgeluid geweld aan de te doen.

Zo begint het titelnummer met een oscillerende drone die de opmaat is voor een marmeren gitaarriff, een prototypisch Larry Mullenritme en een zalvend refrein. Het verfijnde gebruik van elektronica lijkt de hand van producer Brian Eno te verraden. Eno wist op Viva la vida Coldplay met dezelfde receptuur te bevrijden van de smakeloze bombast die hun voorgaande plaat teisterde, en op de nieuwe U2 flikt hij dat kunstje nogmaals.

De voormalige Roxy Musictoetsenist pioniert al sinds de jaren zeventig met ambient music en soundscapes, en de kennis van die toch avant-gardistische stijlen gebruikt hij met succes om een herkenbaar, traditioneel rockgeluid van een knisperende moderne ondertoon te voorzien, waardoor het oud klinkt maar ook nieuw.

Het gaat daarbij om kleuraccenten als de Marokkaanse straatgeluiden en het geloopte stemfragment in Fez-Being born, of het Leger des Heilsorkestje dat halverwege Unknown caller ineens opduikt, voordat Edge een ouderwetse, bluesy gitaarsolo ten beste geeft. En bij de verstilde ballad Cedars of Lebanon loopt op de achtergrond bijna onhoorbaar een ruisende, krakende sonic landscape mee die het nummer diepte en textuur meegeven.

No line... is dus een producersalbum, wat geen verbazing mag wekken, daar naast Eno ook oudgedienden Steve Lillywhite én Daniel Lanois deel uitmaakten van het productionele team. Alle drie worden bovendien als componist op de hoes vermeld. Da's toch een beetje alsof je met Maradonna, Pele én Cruijff in de spits speelt, maar in dit geval pakt het wonderbaarlijk goed uit, omdat het trio U2 geen wezensvreemde vernieuwingen heeft opgedrongen, maar het aloude bandgeluid als een doffe toverlamp heeft opgepoetst.

Valt er dan niets te zeuren? Ach, Get on your boots klinkt als de B-kant van een Eagles- of Death Metalsingle, Magnificent is wel érg U2 en Bono dreigt zichzelf op momenten te overschreeuwen. Klein bier op een plaat die misschien niet de allerbeste is die U2 ook gemaakt heeft, maar desondanks staat als een huis. Misschien moesten de heren Jagger en Richards ook maar eens om het telefoonnummer van Eno vragen. Hoewel... Bij nader inzien is het misschien beter van niet. (JERRY GOOSSENS)
(Island/Universal)

www.u2.com
www.facebook.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden