PlusInterview

Twitterfenomeen Patricia Lockwood: ‘Dat geestdodende scrollen, daar wil ik nooit meer naar terug’

Patricia Lockwood. Beeld Grep Hoax
Patricia Lockwood.Beeld Grep Hoax

Het Amerikaanse Twitterfenomeen Patricia Lockwood schreef haar debuutroman Hier hoor je niemand over. Over leven in de online bubbel – en hoe de realiteit je daar keihard uit kan losrukken.

Marjolijn De Cocq

Het is een ontregelend begin van het Zoominterview: de auteur laat weten liever niet in beeld te verschijnen. De auteur is, net als haar niet bij naam genoemde hoofdpersoon op sociale media, liever een lijf- en ledenloze entiteit; bijkomende factor is dat ze nog gebukt gaat onder de gevolgen van long covid.

Patricia ‘Tricia’ Lockwood (39) publiceert haar poëzie en onnavolgbare gedachtespinsels op Twitter. Ze brak door in de Verenigde Staten met het niet vertaalde, autobiografische boek Priestdaddy over haar jeugd als een van de vijf kinderen van een excentrieke, getrouwde katholieke priester. Nu is haar romandebuut No one is talking about this (2020) in vertaling verschenen. Over een vrouw die met één post (‘Kan een hond een tweeling zijn’) viraal is gegaan en voor wie haar verslavende online bestaan – het topje van haar vinger gevoelloos van het scrollen door alle feeds – realistischer voelt dan het dagelijks leven.

Ze leeft in deze oprukkende digitale wereld in een tijdperk waarin in de VS een dictator (lees: Trump) aan de macht is gekomen ‘wat volgens sommige mensen (wit) nog niet eerder was voorgekomen, terwijl het volgens anderen (alle overige mensen) nooit anders was geweest.’ Een tijdperk waarin ook het online klimaat dermate verhit raakt (George Floyd, BLM) dat de aandacht voor de hondjes van de sterren verslapt en ‘witten, die de politieke sensitiviteit van een aardappel hadden, zich ineens geroepen voelen zich uit te spreken tegen onrecht’.

Een tijdperk ook waarin ‘op ongekende schaal voor luistervink wordt gespeeld’ – de portal is bij Lockwood de overkoepelende benaming voor ons online parallelle universum, waar we bloemen blijven plukken hoewel we inmiddels allang hebben ontdekt dat die ‘bewust waren geplant door mensen die wisten dat ze giftig waren’. Berusting over de manipulaties.

Maar. Daarnaast is er altijd nog een echt leven dat moet worden geleefd. Een leven van kerst en Thanksgiving vieren met de familie. Een leven dat ongenadig inbreekt als het dochtertje van haar zus wordt geboren met een ernstige aandoening: het syndroom van Proteus, waardoor haar hoofdje al in de baarmoeder onevenredig begon te groeien en vervormen. Abortus na 26 weken is, ook om medische redenen, in Ohio waar haar zus woont, verboden. En het meisje komt, tegen alle verwachtingen in, levend ter wereld; tóch een groot geschenk, omringd door liefde – maar niet het baby’tje dat je vanaf een roze wolk meteen deelt op Insta of Twitter.

‘Alle namen, personages, plaatsen en gebeurtenissen zijn ontsproten aan de fantasie van de schrijver of zijn fictief gebruikt,’ is de disclaimer. Het boek is geschreven in korte, haast als een serie tweets te scrollen observaties. Maar dit nichtje, ‘mijn lieve kleine Lena’, is er geweest en aan haar is dit boek opgedragen. En die realiteit maakt een boek dat geestig is op het sardonische af, ook hartverscheurend.

Uw boek valt door deze wending in twee delen uiteen: uw hoofdpersoon wordt keihard losgetrokken uit de portal en losgekoppeld van haar online persoonlijkheid.

“Dat is ook hoe ik het heb ervaren. In het tweede deel van het boek kijkt mijn hoofdpersoon om zich heen met de vraag: wat deed ik hiervoor met mijn leven? Zoveel tijd op die manier online besteden is een vorm van rijkdom, totale overdaad en verkwisting. We leven hier als mensen op deze planeet en we gooien goud geld weg. Want tijd is geld.”

“Mijn zwakke plek was dat ik het fijn vond om online louter brein te kunnen zijn, zonder fysieke interactie. Toen ik mijn boek schreef en ervoer dat ik niet meer terug kon naar dat online leven, wist ik nog niet wat er aan zat te komen, dat dit door de pandemie de manier is waarop we noodgedwongen zouden communiceren. Dat het een vangnet zou worden in een verschrikkelijk jaar van vervreemding en isolement.”

U bent ook nog steeds actief op Twitter, zag ik.

“Wacht, heb jij zojuist met die foto van je kat gereageerd op die van de mijne?”

Dat was ik, ja. Dat deed ik omdat u schreef over hoe wij mensen elkaar kunnen begluren. Ik weet hoe uw kat eruit ziet, u kent nu de mijne.

“Miette, the sweetest thing. Ze is aangevallen door een coyote en we hadden bijna haar achterpootje moeten laten amputeren. Maar het is aan het helen. Kijk: dat is ook waarom ik het online leven werd binnengezogen. Je leert er mensen kennen, waardoor het lastig is ermee te stoppen. Je denkt: wacht, daar zijn mijn vrienden! En als je iets deelt of reageert, heb je ook inbreng in wat er gebeurt; je bestaat.”

“Maar ik zou nu niet meer op Twitter zitten als het niet was om mijn boek. Het is contractuele zelfpromotie. Ik heb mijn bekendheid ontleend aan Twitter. Maar ik doe het wel minder. Als gevolg van corona heb ik last van mijn handen en veel hoofdpijn en kan ik niet meer zo lang scrollen. En dat geestdodende scrollen wat ik deed, daar wil ik echt nooit meer naar terug.”

Was het voor u van meet af aan duidelijk dat de verhalen van de internetexpert en dat van uw nichtje in één boek vervat zouden worden?

“Het is voor mij altijd één boek geweest. Ik schreef het aanvankelijk zonder coherentie. En had het graag helemaal bij elkaar willen ­fantaseren. Maar door de loop der dingen werd het steeds meer documentair. Dat verliep heel natuurlijk, ik schreef compulsief alles op wat er gebeurde voor en na de geboorte van mijn nichtje, tot en met haar dood.”

“Ik had mijn zus wel gevraagd of dat mocht; ik wilde alles vasthouden, niks verliezen. Mijn zus weet heel veel van wat er allemaal is gebeurd niet meer precies door al het trauma van die tijd, daarom is het materiaal ook voor haar heel kostbaar. En ik heb mezelf die vraag ook gesteld: is mijn boek wel de plaats voor dit meisje, kan en mag ik haar daar wel in vangen? Zoals de hoofdpersoon zich afvraagt of je wel een foto van zo’n kindje kan delen in de portal. Maar ik schreef door en door, ik had geen keus. Ik heb haar niet online gedeeld, maar wel in mijn boek. Het woord catharsis is te groot, maar vaak stroomden de tranen langs mijn wangen terwijl ik schreef.”

Ik moest ook huilen tijdens het lezen; zo’n wezentje dat ‘anders’ geboren wordt en zo weinig kansen heeft, maar zich toch in zekere zin verhoudt tot de mensen om haar heen.

Verstikte stem: “Bij alle interviews die ik geef over dit boek begint er wel iemand te huilen. Ik wil benadrukken: voor mijn zus en haar man, en voor mij, was de geboorte van mijn nichtje géén worstcasescenario. Dat zij er is geweest, zes maanden en een dag, heeft ons leven voorgoed veranderd.”

“Ik zou willen denken dat ik er nu voor altijd een beter mens door zal zijn, maar dat is niet hoe het werkt. Wat er wel is: niemand kan ons deze ervaring afnemen. Er was het grote verdriet over haar aandoening, maar ook de enorme vreugde dat ze ondanks de pessimistische voorspellingen wel in staat bleek kleine dingen te leren, dat ze onze stemmen herkende. Ze heeft de wereld een heel klein beetje beter gemaakt.”

U koppelt bij dit interview ook weer geest en lichaam los doordat uw camera uit staat. Maar u bent wel heel open over deze kentering.

“Maar het is ook niet zo dat ik een andere optie heb. Ik moest bij het redigeren van het eerste deel van mijn boek vaak lachen om mijn eigen grapjes. Maar zo gewapend en ironisch als die teksten zijn, zo naakt en openhartig is het tweede deel. Het is volkomen oprecht, ik heb het op geen enkele manier stoerder willen maken. ­Ik, die altijd in mijn hoofd leefde, ben als een komeet ingeslagen in mijn eigen lichaam, vastgepind aan de grond. Want mijn lichaam moest dingen doen. Koffie halen voor mijn zus. Lena’s hoofd vasthouden omdat het voor haar te zwaar was. En: mijn lichaam wist hoe het die dingen moest doen.”

Ineens gaat in New York de camera aan; Lock-wood verschijnt in het schemerdonker. Meer dan brein en verre stem over de oceaan. De schrijver de mens, met een handkus neemt ze afscheid.

null Beeld
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Hier hoor je niemand over

Patricia Lockwood
Vertaald door ­Nicolette Hoekmeijer
Atlas Contact, €22,99,
224 blz.

Wereldwijd viraal

Patricia Lockwood, wier gedichten ook verschenen in The New Yorker en de London Review of Books, wordt wel omschreven als de ‘poet laureate van Twitter’. Ze begon in 2011 op Twitter en muntte de term ‘sext’ met ironische, seksueel expliciete teksten. Haar tweet ‘@parisreview So is Paris any good or not’ ging in 2013 wereldwijd viraal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden